interview Yorick van Norden

Yorick van Norden was 9 toen hij The Beatles hoorde en hij wist meteen: dit wil ik ook. Zijn nieuwe album The Jester staat vol melodieus sixties-vernuft

Yorick van Norden Beeld Pauline Niks / American Hotel

Aanvankelijk wilde Yorick van Norden (32) archeoloog worden. Als kind wilde hij alles weten over Napoleon of over de oude Grieken. Maar toen hoorde hij Free As a Bird van The Beatles, op de achterbank in de auto van zijn ouders, en veranderden zijn toekomstdromen op slag.

‘Dat was in 1995, ik was 9. Het was een omstreden liedje. Maar ik vond het meteen al mooi’, zegt Van Norden over de single waarop de drie toen nog levende Beatles, bijna een kwarteeuw na hun uiteengaan, hun zang toevoegden aan een oude demo van de in 1980 vermoorde John Lennon. ‘Ik wilde meteen álles over The Beatles weten.’

De ouders van de kleine Yorick (‘allebei uit 1958 dus destijds te jong om de Beatles echt te hebben meegemaakt’) hadden hun platen inmiddels op zolder gezet. Uit een paar Beatles lp’s trok Yorick als eerste Rubber Soul  (1965) tevoorschijn.

‘Van de ene op de andere dag werd heel mijn toekomstbeeld veranderd door muziek. Dit wilde ik ook: liedjes schrijven.’ Met een uit de nalatenschap van zijn oom verkregen gitaar ging Van Norden aan de slag. 

Zijn liefde voor geschiedenis en vroeger tijden heeft hem echter nooit helemaal losgelaten. Zijn net verschenen tweede soloplaat, The Jester (na Happy Hunting Ground uit 2015), is als een ouderwetse langspeelplaat opgesplitst in twee helften. 

‘Het is een beetje tegen de stroom in zwemmen’,  zegt hij. Want natuurlijk weet Van Norden dat sinds de introductie van de cd en vooral nu iedereen  muziek streamt, het effect van een album met twee plaatkanten miniem is.  Op de ene kant van The Jester  (de hofnar) staan puntige, opgewekte popliedjes, met wat introspectiever materiaal op kant twee. ‘Ik maak dit niet uit protest, maar gewoon omdat ik ervan houd. Ik ben gek op klassiek opgebouwde popplaten. Het liefst met een mooie suite erop.’

Ach ja, de popsuite. Medleys van een paar liedjes, het liefst omlijst met strijkers. Van Norden trof ze aan op door hem bewonderde platen van The Beatles (de keerzijde van Abbey Road, 1969), The Beach Boys (het onvoltooide Smile, 1967) en Paul McCartney and  Wings (Red Rose Speedway, 1972). ‘Jammer dat niemand meer de suitevorm gebruikt. Nou ja, McCartney gelukkig nog wel, op zijn nieuwe album Egypt Station.’

Yorick van Norden Beeld Pauline Niks

Van Norden schreef twee suites voor The Jester waarin zijn liefde doorklinkt voor muziek uit de jaren zestig en zeventig. Ze herinneren aan het melodieuze en harmonische vernuft van McCartney, die zo ogenschijnlijk eenvoudig met akkoorden kon goochelen. Of aan het gelaagde stapelen van stemmen en instrumenten waaraan The Beach Boys hun barokke geluid ontleenden. Van Norden heeft er een studie van gemaakt. Zoals het hoort, is in zijn vierdelige Suite No. 2 het slotdeel een instrumentale reprise van het eerste deel.

‘De suite werd bekend door progrock-bands als Emerson, Lake & Palmer en Yes, die het als middel zagen voor lange solo’s. Dat zal veel popmuzikanten hebben afgeschrikt.’

Een fraai georkestreerde popsuite is wat Van Norden betreft niet ouderwets, maar tijdloos. ‘Ik houd van het ambacht. En het is gewoon hard werken. Ik ben ik niet iemand die gaat zitten wachten op inspiratie. Creativiteit moet je  vangen wanneer ze komt. Dat is vaak als ik onderweg ben in de auto. Dan zing ik snel even iets in op een voicerecorder.’

Met die invallen gaat Van Norden bij voorkeur in een goed ingerichte studio aan de slag. ‘De juiste mengtafel, de juiste microfoons en versterkers, daar geniet ik van. Met mooie spullen en goede mensen iets maken, dat maakt me gelukkig,’

Natuurlijk voorzag Van Norden The Jester  van een passende hoes, zoals dat hoort bij een op klassieke leest geschoeide plaat. Op de hoes zien we hem in een heus narrenpak een beetje bedroefd voor zich uit kijken. De hoes is gebaseerd op een schilderij uit 1862 van de Poolse schilder Jan Matejko. ‘De nar is verdrietig, wat ik wel een mooi beeld vind. Achter hem is de balzaal waarin iedereen feest. Maar juist de nar die iedereen moet vermaken is niet blij. Hij is klaar, zit als het ware backstage uit te puffen.’

In alle liedjes hoor je  verwijzingen naar (soms obscure) artiesten uit het verleden. Maar van Nordens muziek biedt genoeg eigens om hem van epigonisme te vrijwaren. Zijn oorspronkelijkheid is ook muziekliefhebbers aan de andere kant van de oceaan opgevallen. De afgelopen zomer gaf Van Norden op uitnodiging huiskamerconcerten in Minneapolis.

‘Anderhalf jaar geleden kreeg ik via Facebook het verzoek of ik ook T-shirts verkocht, iets wat me in Nederland nog nooit was gevraagd. De fan bestelde alles wat ik te koop had in mijn webwinkel, terwijl die niet eens was ingesteld op bestellingen uit Amerika.’ 

Dit voorjaar kwam er een nieuwe vraag van hetzelfde adres. Of Van Norden voor de, zo wist hij inmiddels, zieke fan een huiskamerconcert wilde geven. Het is mooi dat muziek zoveel voor iemand kan betekenen. Dat mensen er iets in herkennen en er veel voor over hebben het dichter naar zich toe te halen. En is het niet prachtig dat tussen alle  concurrentie in de hele wereld juist ik eruit gepikt word?’

Yorick van Norden: The Jester. Excelsior/V2.

Unsung Heroes

Samen met gitarist Anne Soldaat ging Yorick van Norden vorig jaar de theaters in met het programma Unsung Heroes. Ze zongen en vertelden over minder voor de hand liggende oude liedjes van onder anderen Emit Rhodes, Big Star en Tim Hardin, en zetten ze eerder dit jaar ook op de plaat. Van Norden: ‘Er zijn heel veel coverbands, daar is een enorme markt voor. Wij wilden juist de wat onbekendere liedjes laten horen. Er is zoveel moois gemaakt.’ 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.