Yo La Tengo bouwt naar heftige climax

Er zijn niet veel Amerikaanse cultbands die het Amsterdamse Paradiso vol krijgen. En zeker geen vertegenwoordigers van de gitaar-underground, die ergens in de jaren tachtig hun bloeiperiode beleefde....

Zanger-gitarist Ira Kaplan, drumster-zangeres Georgia Hubley en bassist James McNew kozen voor een introverte sound, met voornamelijk fluisterzachte luisterliedjes. Opvallende uitschieter is Night falls on Hoboken, dat uitmondt in een vijftien minuten durende, psychedelische jam in de beste sixties-traditie.

Dat Yo La Tengo woensdag in Paradiso juist met dit nummer opende, leek niet toevallig. Het dromerige eerste deel, een muzikaal eerbetoon aan hun woonplaats Hoboken, sloot mooi aan bij de al even ingetogen muziek van Lambchop, dat het dubbeloptreden had geopend. Hoewel de grote groep rond zanger-gitarist Kurt Wagner (zaterdagovond te zien in een herhaling van VPRO's Loladamusica) beschikt over drums, bas, vier gitaren, keyboards, en een blazerssectie, buit hij deze muzikale overmacht zelden uit. Zelfs de disco-soul-songs, die grappig contrasteerden met de country-getinte ballads van het dit jaar verschenen Nixon-album, klonken even voorzichtig als het overige repertoire.

Wie de tijd neemt om zich te laten betoveren, ontdekt al snel een zanger-componist van formaat, maar live had Wagner, die zijn liedjes zittend op een stoel uitvoerde, moeite om de zaal bij de les te houden.

Dat ging Yo La Tengo beter af, vooral omdat de groep al in het eerste nummer duidelijk maakte dat de rustig kabbelende sfeer van de avond een ander vervolg zou krijgen. Met de diepe bastonen van James McNew als hypnotiserende basis bouwden Kaplan en Hubley in Night falls on Hoboken meteen naar een heftige climax met veel crash-bekkens, echo-effecten en gitaarfeedback.

Dynamiek is, zeker op het podium, een van de sterke punten van het trio. Rustige ballads kunnen onverwacht omslaan in stormachtige gitaarsongs, waarin Kaplan zijn instrument laat kreunen en gieren. Later speelde het trio dan weer een song waarin Kaplans hoge stem samen met gitaar, bas en drums terugzakten naar het zachtst mogelijke pianissimo.

Tussen zulke uitersten was er ook nog ruimte voor een enkel luchtig moment, zoals de a capella song, die het trio inclusief camp-achtige danspasjes uitvoerde. Muziek maken mag dan een serieuze bezigheid zijn, je moet er zo af en toe ook om kunnen lachen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden