Profiel

Yesterday Man

Robert Wyatt stopt ermee. 40 jaar geleden maakte een val bijna een eind aan zijn bestaan, daarna begon voor de ex-drummer van Soft Machine een tweede muzikale leven. Bij zijn zelfgekozen pensionering een meervoudig antwoord op de vraag wat zijn geluid zo uniek maakt.

Beeld CAMERA PRESS/John Ferguson

'Droevig nieuws, deze maand', aldus het Britse muziekmaandblad Uncut. 'Robert Wyatt heeft te kennen gegeven na vijftig jaar te stoppen met muziek maken.'

Helemaal onverwacht kwam het niet. De Britse zanger en componist had in 2007 zijn laatste soloalbum Comicopera uitgebracht en had zelfs al een jaar of veertig geen concerten meer gegeven. Maar het was een opmerkelijk bericht; het gebeurt zelden dat een popmuzikant gewoon meldt dat het welletjes is geweest. 'Ik dacht, treinmachinisten gaan op hun 65ste met pensioen, dus waarom ik niet', aldus Wyatt, die in januari 70 jaar wordt, in Uncut.

Zo komt een einde aan een muziekcarrière die een fors deel van de popgeschiedenis omvat, waarin Wyatt op allerlei manieren en binnen diverse takken een rol speelde. In de jaren zestig was hij drummer en zanger in Soft Machine, toen naast Pink Floyd de belangrijkste Britse psychedelische rockband. De muziek van Soft Machine kende lange, breed uitgesponnen instrumentale passages. Nummers duurden al snel een plaatkant.

In de jaren zeventig maakte hij het soloalbum Rock Bottom, dat zou uitgroeien tot een standaardwerk van dat decennium. In de jaren tachtig verblufte hij met een reeks zeer sterke, politiek geëngageerde singles, met Shipbuilding (tekst Elvis Costello) als hoogtepunt.

Te oud

In 1997, toen hij met de hulp van onder anderen Brian Eno en Paul Weller het album Shleep uitbracht, vond hij zich met zijn 53 jaar eigenlijk al te oud voor de popmuziek. Toch leverden Shleep en de daaropvolgende platen Cuckooland (2003) en Comicopera (2007) hem de beste kritieken en hoogste verkoopcijfers op.


Bovendien bleek Robert Wyatt voor jongere generaties popmuzikanten nog altijd een belangrijke inspiratiebron. Paul Weller wilde met hem samenwerken, Björk vroeg hem mee te zingen op haar album Medulla (2004) en in 2008 ging hij met de toonaangevende Britse elektropopband Hot Chip de studio in. Ook iemand als Damon Albarn (Blur, Gorillaz) toont zich op zijn recente soloplaat Everyday Robots in zijn manier van zingen (vlak van toon, sterk van intensiteit) schatplichtig aan Wyatt.


Wat maakt het oeuvre van Robert Wyatt zo bijzonder, de man zo inspirerend en zijn nalatenschap waarschijnlijk groter dan je op grond van de media-aandacht die hij tot dusverre kreeg zou verwachten?


Twee recente uitgaven die samenvallen met zijn beslissing te stoppen, proberen hierop een antwoord te geven: een biografie en een dubbel-cd met een greep uit Wyatts werk. Different Every Time heet de geautoriseerde biografie van Marcus O'Dair, die ook tekende voor de samenstelling van de gelijknamige muziekcompilatie. Boek en dubbel-cd tonen leven en werken van een even karakteristieke als fascinerende kunstenaar, die aan de hand van enkele steekwoorden te typeren is.

Beeld X

De Stem

Hoe complex zijn muziek vaak ook klinkt en hoezeer zijn fascinatie voor jazzmuziek ook heeft geleid tot vaak moeilijk te behappen nummers: altijd is er die uit duizenden herkenbare stem, die iets rustgevends heeft en vaak zelfs weet te ontroeren.

Hoog van toon, vlak en een beetje beverig. Te weinig wendbaar voor zijn geliefde jazzmuziek, maar zeer geschikt voor trage, empathisch klinkende popliedjes. Het is die combinatie van 'moeilijke' muziek met 'makkelijke' zang waarin Wyatt op zijn best is. Zijn eerste meesterproeve in dat opzicht is het een hele plaatkant vullende Moon In June van het album Third van Soft Machine, ook opgenomen in de nieuwe compilatie.

Waar veel stemmen in vijftig jaar tijd zwaarder worden of meer gaan raspen, is die van Wyatt eigenlijk nauwelijks veranderd. Het breekbare Just As You Are, van zijn laatste album Comicopera kent precies dezelfde hoge tenor als die in Moon In June (1970) te horen is.

Een stem waarin zowel jongensachtige naïviteit als bezadigde oudemannenwijsheid doorklinkt en die zowel pijn en verdriet als blijdschap kan weergeven. Ze zijn zeldzaam in de popmuziek, maar Robert Wyatt heeft er een.

Vergeten plaat

Robert Wyatts laatste album Comicopera verscheen in 2007, maar twee jaar later leverde hij ook zelf een bijdrage aan het nog mooiere Around Robert Wyatt. Hierop presenteert het Franse Orchestre Nationale de Jazz een dwarsdoorsnede van Wyatts oeuvre, maar dan in jazz-versies. Onder leiding van Daniel Yvinec wordt op Around Robert Wyatt razendknap gespeeld en krijgen favorieten als Alifib en O Caroline compleet nieuwe, fraaie jazz-arrangementen. Een plaat die het verdient na vijf jaar opnieuw onder de aandacht te komen.

De Val

Op 1 juni 1973, tijdens een verjaardagsfeestje, valt Robert Wyatt van driehoog uit een raam. Hij breekt zijn rug en is voor de rest van zijn leven vanaf zijn middel verlamd. Wyatt zelf spreekt nog altijd van een ongeluk, maar nooit is precies opgehelderd wat er gebeurd is. Zeker is dat hij die avond, zoals zo vaak, te veel gedronken had. Wyatt lijdt al zijn hele leven aan zware depressies. In zijn boek doet biograaf Marcus O'Dair melding van diverse zelfmoordpogingen.


Buitensporige alcoholconsumptie is voor Wyatt altijd een manier geweest om die depressies te bezweren. Hoe zijn gesteldheid die 1ste juni 1973 was, is nooit helemaal duidelijk geworden. Feit is dat hij daags erna met zijn band Matching Mole (in 1970 na zijn vertrek bij Soft Machine opgericht) aan een derde album had willen beginnen. Die plaat komt er nooit. Ruim een half jaar verblijft Wyatt in het ziekenhuis, zorgzaam bijgestaan door de vrouw die sinds twee jaar zijn vriendin is, Alfreda Benge (Alfie), en met wie hij tot op de dag van vandaag samenleeft.


Als hij in januari 1974 in een rolstoel het ziekenhuis verlaat, weet hij zeker dat hij nooit meer kan drummen en dat het maken van muziek anders zal gaan dan voorheen. Een nieuwe carrière als solomuzikant begint.

Het Meesterwerk

Robert Wyatt had al eens eerder een soloalbum uitgebracht, The End of an Ear (1970), maar hij was niet heel gelukkig met dit goeddeels instrumentale werk en het bleek artistiek of commercieel ook geen groot succes.


Maar terwijl hij revalideerde, bleven genoeg lieden in de industrie vertrouwen in hem hebben. Een ervan was Richard Branson, de baas van Virgin Records, die in de vroege jaren zeventig veel 'moeilijke' progressieve rockmuziek uitbracht. Als enige had hij iets gezien in Mike Oldfields Tubular Bells, dat zich uitbetaalde in een ongeëvenaard succes. Branson bezocht de met Oldfield bevriende Wyatt in het ziekenhuis en bood hem een platencontract aan.


Rock Bottom van Robert Wyatt verscheen op 26 juli 1974, de dag dat Wyatt met Alfie in het huwelijk trad. Niet alle muziek ervoor schreef Wyatt na zijn val. Een deel had hij begin 1973 al geschreven toen hij met Alfie in Venetië verbleef, waar zij als montage-assistente werkte aan de film Don't Look Now van Nicolas Roeg. (Actrice Julie Christie werd een goede vriendin van Robert en Alfie en stelde na het ongeluk een woning ter beschikking.)


Als Alfie op de set aan het werk was, maakte Robert muziek op een klein, handzaam keyboard dat ook na het ongeluk vanwege het formaat goed van pas kwam.


Het is de hoge klank van dit instrument die de muziek op Rock Bottom en Wyatts latere werk typeert. Het album opent ook met dit orgeltje in wat misschien wel Wyatts allermooiste en bekendste liedje is: Sea Song. Een ontroerend liefdesliedje, met de zee als metafoor voor Wyatts grote liefde. De vijf stukken die volgen zijn van een even intense schoonheid. Drummen ging niet meer, maar de combinatie van Wyatts lichte percussie en dat merkwaardig zoemende orgel leverde een uniek geluid op. Spanning kwam bijvoorbeeld van de trompetsolo's van de Zuid-Afrikaanse Mongezi Feza, terwijl de elektrische gitaar van Mike Oldfield in het slotstuk ook na veertig jaar nog kippenvel bezorgt.


Belangrijke invloed op Rock Bottom was het al even idiosyncratische, toen vijf jaar oude Astral Weeks van Van Morrison. Wyatt wilde in zijn muziek eenzelfde ruimte tussen de instrumenten en rust in de ritmiek.


Vaak is gesuggereerd dat Rock Bottom is op te vatten als Wyatts verslag van zijn val, depressie en moeizame herstel. Tegen O'Dair laat Wyatt echter weten dat het ongeluk eerder een zegen was. De term Rock Bottom verwijst volgens hem ook niet naar een dieptepunt in zijn leven maar domweg naar het achterwerk van zijn lief (Seaweed tangled in our/home from home,/reminds me of your/rocky bottom).


Hoe dan ook, de door Pink Floyds Nick Mason geproduceerde plaat wint met de jaren alleen maar aan zeggingskracht en is te beschouwen als het hoogtepunt in Wyatts oeuvre.

Beeld Robert Wyatt

Robert Wyatt voor beginners

Hoe mooi ook, de nu verschenen compilatie Different Every Time gaat voorbij aan een paar van de beste en ook meest toegankelijke liedjes die Wyatt zong.

Memories Liedje geschreven door bassist Hugh Hopper voor The Wilde Flowers, de band waarin Wyatt zong en die later Soft Machine zou worden. De mooist gezongen versie zette Wyatt in 1974 op de b-kant van zijn cover van I'm A Believer.

O Caroline Openingsnummer van het titelloze eerste album van Matching Mole (1972). Anders dan de rest van de plaat is O Caroline een zeer toegankelijk liedje.

Sea Song Wyatts mooiste en beroemdste liedje en opener van het album Rock Bottom (1974), een onbegrijpelijke omissie op Different Every Time, een frase die nota bene komt uit Sea Song.

The Wind Of Change Opzwepende anti-apartheidsingle, die Wyatt in 1985 samen met Jerry Dammers (The Specials, Special AKA) opnam met de Swapo Singers. Bijna net zo aanstekelijk als Dammers' eigen Free Nelson Mandela van een jaar ervoor, maar een veel minder grote hit.

Kingdom Een van de liedjes die Wyatt in 1993 zong op het album United Kingdoms van ambient-techno-duo Ultramarine.

De Singles

Na Rock Bottom bracht Wyatt in 1975 het iets mindere Ruth Is Stranger Than Richard uit, waarna het vijf jaar stil bleef. Wyatt wilde weg bij Virgin, dat in zijn ogen veel te commercieel was geworden, maar contractueel mocht hij voorlopig geen albums elders uitbrengen.


Interesse voor zijn werk kwam eind jaren zeventig inmiddels uit een heel andere hoek, die van de (post-)punk muzikanten en platenbaas Geoff Travis van het belangrijkste label in die tijd: Rough Trade. Die kwam op het lumineuze idee Wyatt geen albums maar een reeks singles te laten uitbrengen. Met een politieke lading, want dat wilde Wyatt graag. Dankzij de punk had een hernieuwd engagement zijn intrede gedaan in de popmuziek en daar wilde de uitgesproken communist Wyatt zich bij aansluiten. Zo verscheen een Chileens strijdliedje Arauco op single en Wyatt nam ook versies van het met het communisme sympathiserende Stalin Wasn't Stallin' en The Red Flag op.


Het mooist was zijn doorleefde versie van de lynchsong Strange Fruit en het door hem tot op het bot ontklede At Last I Am Free, een disconummer van Chic.


Eind 1981 werden de singles uiteindelijk toch verzameld op de lp Nothing Can Stop Us, waar op latere versies ook het liedje Shipbuilding op terechtkwam. Vaak toegeschreven aan Elvis Costello, die echter alleen de tekst schreef - het liedje is van Costello's toenmalige producer Clive Langer.


Costello's tekst was echter briljant. De misère van de toen heersende Falkland-oorlog gekoppeld aan de hoop op betere economische tijden werd uiterst wrang verwoord en net zo gezongen door Wyatt, die het aangeboden kreeg als single.


Wyatts versie wordt nog altijd gezien als hoogtepunt in de Britse popgeschiedenis ten tijde van premier Margaret Thatcher. Zo doeltreffend omdat het geen boos klinkende strijdkreet was, maar eerder een droevig door piano begeleid treurliedje, waarin Wyatt Costello's prangende regels zingt. Is it worth it, a new wintercoat for the wife, and a bicycle on the boys birthday?


Nee, wist de luisteraar alleen al door de onderkoelde wanhoop in Wyatts stem.

De Apotheose

Het drieluik Shleep (1997), Cuckooland (2003), Comicopera (2007), waarmee Robert Wyatt zijn carrière heeft afgesloten, bevat een knappe mengvorm van rock, jazz, modern klassiek en poëzie.

Wyatt is langzamerhand uitgegroeid tot een soort éminence grise in de Britse avant-garde. Concerten geven doet hij al lang niet meer; het in 2005 op cd uitgebrachte concert in het Londense Drury Lane, vlak na het verschijnen van Rock Bottom in 1974, is eigenlijk zijn enige soloconcert gebleven.

Nu is er ook aan zijn studiocarrière een eind gekomen.

Doen het boek en de compilatie van Marcus O'Dair daar recht aan? Als het om de biografie gaat: volmondig ja. Een zeer lezenswaardig, inzichtelijk geïllustreerd boek, dat Wyatt schildert als een uniek kunstenaar.

De dubbel-cd gaat helaas voorbij aan een paar van Wyatts mooiste liedjes (zie inzet). Maar zeker de tweede cd, waarop een paar van Wyatts mooiste samenwerkingen (met Hot Chip, Björk en John Cage) bevat zelfs voor ingewijden weer enkele verrassingen.

Mark O'Dair: Different Every Time - The Authorised Biography Of Robert Wyatt. Serpent's Tail.

Robert Wyatt: Different Every Time. Domino/V2.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden