Wouterse overrompelend in monoloog Keefman

'Ik ben een koning'. Jack Wouterse zegt het heel zacht, alsof hij een geheim verraadt. De franje van zijn papieren kroon hangt in zijn ogen, zijn gezicht is nat van het zweet....

Hij heeft flink staan schelden en schreeuwen tegen zijn onzichtbare psychiater die hij 'vriend' noemt. Omdat niemand naar zijn klachten luistert, omdat hij in dit gekkenhuis brood met stront moet eten en met een stelletje asociaal uitschot onder één dak moet verkeren.

Dat is des te erger nu hij de beste bedoelingen heeft: 'Ik wil me inzetten voor de psychisch of psychiatrisch gestoorde medemens.' Een ideaal dat wordt gedwarsboomd door artsen die hem niet serieus nemen en door zijn al of niet ingebeelde doofheid. Als je doof bent hoor je 's morgens de vogels niet fluiten. Dus word je niet wakker, dus kom je veel te laat op je werk, dus noemen ze je uiteindelijk werkschuw en asociaal.

Wouterse speelt Keefman, de monoloog van Jan Arends over een patiënt in een kliniek waarin hij veel van zijn eigen ervaringen kwijt kon. Het is een adembenemende tekst, Arends doet geen moeite ons op volzinnen te tracteren, zijn taal is direct, simpel en scherp. Diezelfde directheid zit in de voorstelling: er is nauwelijks een scheiding tussen het publiek en de acteur. In fel TL-licht zit Wouterse vlak voor onze neus.

De kale ruimte met alleen een rijtje wasbakken ademt precies de klinische verlatenheid die je associeert met een inrichting. Alleen de prachtige dierfiguren van suikerklontjes op de vloer verraden Keefmans fantasie.

De omgeving wordt bedrieglijk echt als hij zijn woede op het stopcontact koelt tot er een steekvlam uit schiet en er spoorslags een technicus opdraaft om licht te maken.

Het bijzondere van Alize Zandwijks regie is dat ze de voorstelling zo raak heeft gecomponeerd dat je lacht, maar bijna op hetzelfde moment wordt gegrepen door heftige beroering. Behoedzaam zet ze muziek in, soms zacht, soms oorverdovend, maar ze durft ook zeldzaam lange stilten te laten bestaan. Wouterse is daarbij zo levensecht en overrompelend dat je aan zijn lippen hangt.

Onweerstaanbaar werkt hij op de lachspieren, met zijn grote logge lijf is hij een clown. En daardoor bij vlagen extra tragisch. Je leeft mee met zijn woede tegen de arts 'die makkelijk praten heeft in zijn grote doktershuis'. Met zijn gemopper over de meiden die zich verpleegsters noemen en in de kortste rokjes mogen lopen omdat ze een mulodiploma hebben en rapporten kunnen schrijven. En met de dikke laag verdriet daaronder.

De tekst met in onbruik geraakte woorden als 'damslapers' hoort ook onmiskenbaar thuis in de jaren zeventig. Maar als Keefman tot slot zijn kopje koffie pakt en de dokter bedankt dat hij hem de inrichting weer heeft binnengehaald, vraag je je nog steeds af wie er eigenlijk gek is. Deze aandoenlijke man of wij buitenstaanders die toekijken en lachen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden