Worstelende Duitse denkers

De schrijver Uwe Johnson, de filosoof Sloterdijk, kanselier Merkel en de terroriste Ulrike Meinhof: vier van de portretten in Het wonder Bondsrepubliek....

Onder de toepasselijke en bewust normatieve titel Het wonder Bondsrepubliek hebben Frits Boterman en Willem Melching twintig, door verschillende (volgens de flaptekst ‘vooraanstaande’) Duitslandkenners geschreven portretten bijeengebracht van prominente figuren uit het politieke en geestesleven van Duitsland na 1949 (het jaar waarin eerst de Bondsrepubliek en zes maanden later de Duitse Democratische Republiek werden uitgeroepen). Al deze ‘gezichtsbepalende’ spelers op het culturele en politieke toneel van Duitsland worstelden, zoals Boterman en Melching in hun inleiding schrijven, ‘met dezelfde morele en politieke vraagstukken zoals de Duitse schuld aan oorlog en uitroeiing, de deling van Duitsland en Europa, de Koude Oorlog, de wederopbouw van de democratie, de nationale identiteit en de gecompliceerde positie van de Bondrepubliek in Europa en de wereld’.

Maar er is misschien niemand van de twintig geportretteerden die zozeer onder de last van Duitsland gebukt ging en er zo weinig tegen opgewassen was als de schrijver Uwe Johnson (1934-1984). Hij voelde de schuld van het nationaal-socialisme op dubbele wijze, als ex-leerling van een nazi-eliteschool en als zoon van een naziambtenaar (die in Russische gevangenschap overleed). Bovendien ervoer hij de Duitse scheiding aan den lijve. De Duits-Duitse grens liep als het ware dwars door hem heen.

In de DDR, waar hij tot zijn 25ste woonde, werd hem het publiceren onmogelijk gemaakt; in de BRD, waar hij in 1959 zijn toevlucht zocht, gold hij vanwege zijn afkomst en zijn keer op keer publiekelijk geuite afschuw van het conservatieve Adenauer-bewind als politiek suspect. Noch in het ene, noch in het andere Duitsland kon hij aarden. Die verscheurdheid, die Heimatlosigkeit mondde uiteindelijk uit in vlagen van paranoia, met als dieptepunt de (waarschijnlijk onterechte) verdenking dat zijn eigen vrouw informatie over hem aan de Stasi doorspeelde.

De laatste tien jaar van zijn leven bracht hij in extreme eenzaamheid (zijn vrouw en dochter weigerde hij nog te zien) door in Sheerness-on-Sea, waar hij in 1984 dood werd aangetroffen, gelegen in zijn eigen bloed. De lijkschouwing wees uit dat hij drie weken eerder was overleden, waarschijnlijk aan de gevolgen van overmatig nicotine- en alcoholgebruik.

In het door Hidde van der Wall geschreven portret van Johnson blijft deze tragische kant onderbelicht. Hij beperkt zich tot een vrij afstandelijke beschrijving van vooral het ontstaan en de receptie van Johnsons literaire werken, aangevuld met een paar biografische gegevens. Dit kan een bewuste keuze zijn. Gevolg is wel dat de lezer een nogal kil, van weinig betrokkenheid, laat staan enthousiasme blijk gevend, bijna ‘academisch’ verhaal krijgt voorgeschoteld.

Dit geldt in meerdere of mindere mate voor alle portretten in Het wonder Bondsrepubliek, in het algemeen ontbreekt de warmte, het grote enthousiasme, de bewondering, waarmee bijvoorbeeld Cees Nooteboom Uwe Johnson portretteert (in Hotel Nooteboom). Een uitzondering hierop vormt het stuk van Hanco Jürgens over Angela Merkel, dat bijna een hagiografie genoemd kan worden en waarin de human touch ook niet ontbreekt. We lezen dat Angela van tuinieren houdt, dat ze ‘voor haar man pruimentaarten bakt (zelf houdt ze er niet van)’.

En ook haar diepe decolleté, ‘het toppunt van vrouwelijkheid’, tijdens de opening van de Noorse opera in 2008 blijft niet onvermeld, waarbij de auteur vergoelijkend opmerkt dat er ‘eigenlijk niets aan de hand was: bij avondkleding is een lage uitsnede conform de etiquette’.

Het is trouwens opmerkelijk dat ook in de andere twee portretten van vrouwelijke prominenten (Marion Gräfin Dönhoff en Ulrike Meinhof) de menselijke, al te menselijke kanten van de protagonisten wat meer aandacht krijgen. Wat in het stuk van Merel Leeman over Dönhoff (mede-uitgever van het gezaghebbende Die Zeit) dan weer resulteert in een opmerkelijke, psychologiserende apotheose: ‘Haar eigen idee dat het werkelijke verzet alleen in het individu plaatsvindt, lijkt ze zelf ook consequent te hebben nageleefd: zij is altijd alleen gebleven en nooit getrouwd. Hoewel haar ongetrouwde staat ook het gevolg was van haar ongeluk altijd op getrouwde mannen verliefd te worden, heeft haar hang naar individualiteit er ongetwijfeld toe bijgedragen dat Dönhoff zo’n onverzettelijk symbool van zoveel historische tegenstellingen heeft kunnen worden.’ Wie hier chocola van kan maken, mag het zeggen.

Ook blijven er in de stukken nogal wat raadsels over. Zo vermeldt Joes Segal in de chronologie over Joseph Beuys: ‘1955-57 Zware depressie, opgevangen door de familie Van der Grinten’. Welke familie Van der Grinten? Die van Océ uit Venlo? Welke depressie? In het stuk zelf lezen we er niets over. En waarom laat Patrick Dassen zijn overigens helder geschreven en uiterst leerzame artikel over de niet altijd even heldere Peter Sloterdijk in 2006 eindigen, terwijl de bijna onmenselijk productieve filosoof hierna nog een drietal boeken schreef, waaronder het even lijvige als spraakmakende Du musst dein Leben ändern, waarmee hij het verkoopsucces van zijn eersteling Kritik der Zynischen Vernunft lijkt te gaan evenaren? Gaat het hier soms om een ouder artikel?

Maar hiermee zijn dan ook meteen de zwakkere kanten van deze bundel genoemd. Voor de rest is Het wonder Bondsrepubliek een gedegen en zeer informatieve inleiding in de Duitse geschiedenis van de laatste zestig jaar. De samenstellers hebben een gelukkige keuze gemaakt uit de grote verzameling kopstukken van het zo rijke geestesleven en de politiek van beide Duitslanden (hoewel je natuurlijk altijd namen mist, zoals die van Helmut Schmidt of Golo Mann). Ook de ruime aandacht voor de bloeiende en vaak met grote onverbiddelijkheid bedreven debatcultuur (zoals de Historikerstreit en het Sloterdijk-debat) is zeer te prijzen.

Tegen de titanengevechten die in de politieke en filosofische arena van Duitsland hebben plaatsgevonden en nog steeds plaatsvinden, steken de kleuterruzietjes in de zandbak Nederland bijna cartoonesk af.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden