Woordenoorlog om een ‘low-tech’ armeluis-laptop

Nog geen 2 procent van de scholieren in Afrika heeft toegang tot een pc. De oplossing: de honderd-dollar-laptop...

De verbouwing van KPN tot een leverancier van multimedia levert Ad Scheepbouwer niet alleen tevreden aandeelhouders op. Ver weg van zijn standplaats Den Haag tovert de topman van Nederlands grootste telecombedrijf een glimlach op de gezichten van scholieren in Namibië, Nigeria, Kenia en Oeganda.

De vier landen, die tot de armste naties van Afrika behoren, beschikken over tienduizend computers die KPN vorig jaar april aan de stichting SchoolNet Africa heeft geschonken. Het zijn oude beestjes, met een Pentium 2- en Pentium 3-processor, maar voor gebruik in de Derde Wereld voldoen ze nog prima.

KPN was het eerste westerse bedrijf dat een steentje bijdroeg aan een nieuwe campagne van SchoolNet Africa. Dat heeft tot doel om meer Afrikaanse studenten ervaring te laten opdoen met computers en zo het werelddeel helpen zijn achterstand in informatietechnologie in te halen.

Minder dan 2 procent van de Afrikaanse scholieren heeft op dit moment toegang tot een computer. ‘We schatten dat de westerse wereld de komende vijf jaar zeker 600 miljoen pc’s afdankt’, zegt directrice Shafika Isaacs van SchoolNet Africa. ‘Als zelfs maar een fractie daarvan wordt geschonken, kunnen we de computervaardigheden van jonge Afrikanen flink verbeteren.’

De recycling van afdankertjes van het bedrijfsleven is niet het enige initiatief voor de ‘digibetisering’ van ontwikkelingslanden. In de Verenigde Staten werkt het Massachusetts Institute for Technology (MIT) al drie jaar aan een computer voor dat doel. Het streven is een draagbaar apparaat, dat weinig energie verbruikt, draadloos contact kan leggen met internet en niet meer dan honderd dollar (rond de tachtig euro) kost. De nieuwste, goedkoopste laptop in het Westen kost gemiddeld het vijfvoudige.

Eind vorig jaar kon de directeur van het gerenommeerde instituut, Nicholas Negroponte, in Davos een werkende prototype demonstreren. Het resultaat van langdurig prutsen was een gifgroene schootcomputer, met een 18 centimer groot beeldscherm en een slinger. Door die rond te draaien, kan stroom worden opgewekt. De laptop kan toe met twee watt aan electriciteit, een fractie van wat gewone laptops verbruiken.

Onder de motorkap van de ‘100 Dollar Laptop’ gaat een processor van de Californische fabrikant AMD schuil met een kloksnelheid van 500 megahertz. Dat werd tien jaar geleden beschouwd als het snelste rekenbrein voor een pc.

De hardware is niet het enige waarop de bedenkers hebben bezuinigd. Draait 90 procent van de computers op Windows, op de armeluislaptop staat een aangepaste versie geïnstalleerd van Linux, een alternatief voor het besturingssysteem Windows.

De keuze voor zowel AMD voor de belangrijkste chip als Linux voor het softwarehart heeft de initiatiefnemers geen vrienden bezorgd bij de twee bedrijven die nu gezamenlijk het grootste deel van de computermarkt in handen hebben: Microsoft en Intel.

In maart sprak bestuursvoorzitter Bill Gates van Microsoft op een forum in Washington schamper over de honderd-dollar-laptop. ‘Het laatste dat je wilt met een computer die door meerdere mensen wordt gebruikt, is een apparaat zonder opslagmogelijkheden en een piepklein beeldscherm.’ De MIT-machine ontbeert een harde schijf.

Twee weken later deed Intel een duit in het zakje. Op een presentatie in Mexico hield de Amerikaanse chipmaker zijn eigen pc voor de derde wereld ten doop. De Community PC is een volwaardige computer, die bestand is tegen extreme vochtigheid en warmte.

Begin deze maand voegde Intel daar een laptop aan toe voor studenten in ontwikkelingsgebieden, met een prijskaartje van vierhonderd dollar. Ook de Eduwise is een volwaardige computer, zei topman Paul Otellini. ‘Niemand wil de digitale kloof overbruggen met technologie van eergisteren.’

Het MIT verwerpt de kritiek van de computer-mastodonten. ‘Als zowel Microsoft als Intel op je hielen zitten, doe je kennelijk iets goed’, zei Nicholas Negroponte recent op een conferentie in Boston.

Toch is ook de de MIT-pc voor verbeteringen vatbaar. De ontwerpers hebben een alternatief moeten bedenken voor de slinger, die bij het opwekken van stroom teveel krachten uitoefent op de behuizing. Ook vallen de productiekosten tegen. Tot 2008 zullen regeringen die de honderd-dollar-laptop willen kopen 135 dollar kwijt zijn – een bedrag dat bovenop investeringen komt voor toegang tot internet.

Negroponte blijft bij zijn streven begin volgend jaar vijf tot tien miljoen laptops te distribueren in China, India, Egypte, Brazilië, Argentinië, Thailand en Nigeria.

En niet alleen daar. In Massachusetts heeft gouverneur Mitt Romney al belangstelling getoond voor gebruik door scholieren in MIT’s thuisstaat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.