Woorden zijn altijd omwegen

Dát was Barthes' utopie.

Hij wilde persoonlijke betrokkenheid tonen - koketteren was hem niet vreemd - en toch ook wetenschappelijke strengheid niet schuwen. 'Daar zit 'm de hele moeilijkheid', zei Barthes in een interview met Bernard-Henri Lévy. 'Ik zou een schrijven willen vinden dat niet verlammend is maar daarom niet meteen een jofele toon aanslaat.' Barthes, luidt de stelling van Rokus Hofstede, vertaler en mede-samensteller van Memo Barthes, 'is altijd een contrabandier geweest' die het strenge en esoterische jargon van linguïstiek, psychoanalyse en sociologie binnensmokkelde in zijn essays en literaire elegantie en dilettantisme invoerde in de wetenschap; 'geleerde en estheet in één'.

Barthes heeft daardoor veel te maken gehad met afweer vanuit de academische wereld, de oude literatuurhistorici en filologen, én vanuit de literaire wereld, van schrijvers die vonden dat hij met zijn signifiants (de betekenaar, de materiële vorm van het teken) en signifiés (het betekende, de denkinhoud die in het teken vervat zit) veel te veel theoretiseerde. De linguïsten vonden hem te literair, te impressionistisch, zegt ook zijn biograaf Louis-Jean Calvet. De letterkundigen begrepen hem niet altijd; 'alweer die reputatie van moeilijke schrijver'. In 1958, een jaar na de publicatie van Mythologies, als Claude Lévi-Strauss gevraagd wordt als promotor van Barthes' derde dissertatie over de taal van de mode te fungeren, weigerde hij. Ook Lévi-Strauss vond hem te literair.

Alle geschriften van Barthes hebben uiteindelijk maar één groot thema concludeerde Susan Sontag in Writing Itself: On Roland Barthes: het schrijven zélf. In essentie is zijn werk literair. Sinds Gustave Flaubert heeft waarschijnlijk niemand zo briljant en hartstochtelijk nagedacht over wat schrijven is. Hij vergeleek doceren over de taal van een verliefde in het Collège de France met spel, lezen met Eros en schrijven met verleiding, naar het woord van de beroemde psychoanalyticus Jacques Lacan, jouissance, 'genot'; het zijn teksten die je als lezer compleet van de wijs brengen. Taal is voor Barthes iets fysieks en tactiels, hij heeft een erotische verhouding tot de taal: schrijven is papier voelen, een pen vasthouden; lezen is bladzijden beduimelen en aantekeningen krabbelen; denken is beelden zien, stemmen horen en met het lichaam voelen hoe het verlangen om te weten, te lezen en te schrijven vorm krijgt. Taalspel is liefdesspel.

Barthes hield zich bezig met de analyse van de taal, de geschreven taal, l'écriture zoals hij het noemde. De betekenis van een woord is niet vanzelfsprekend. Iets wat vertrouwd klinkt, moet je tot een vreemd voorwerp maken. Hij las en schreef tegendraads, hij wilde - om met Walter Benjamin te spreken - 'zijn tijdgenoten tegen de haren in strijken'; discussies over zijn werk moedigden hem aan zijn denken over literaire en andere teksten op het scherp van de snede te verwoorden. Alles bij Barthes gaat over twee kerngedachten: een literaire tekst is geen uitspraak van de schrijver van die tekst en het is kennelijk ook geen afbeelding van de werkelijkheid waarover die tekst gaat.

Die gedachten zijn het duidelijkst geformuleerd in de nu vertaalde essays La mort de l'Auteur (mét hoofdletter: de Auteur-God, zo iemand als Harry Mulisch die voortdurend zijn leven met zijn oeuvre verstrengelt) en L'effet de réel over die hang naar werkelijkheids effect, zoals - schrijft Barthes - 'blijkt uit de ontwikkeling van specifieke genres als de realistische roman, het dagboek, de documentaire literatuur, het fait divers, het historische museum, de tentoonstelling van oude voorwerpen, en vooral uit de ontwikkeling op grote schaal van de fotografie (. . .); de impliciete boodschap is dat de gerepresenteerde gebeurtenis werkelijk heeft plaatsgevonden'. Dát bestrijdt Barthes.

Het waren de twee grote obsessies die hij zijn hele carrière steeds opnieuw heeft verwoord. Wie spreekt er in een boek? Wat wordt er gezegd? Waarom denken we dat er staat wat er staat? Waarom is het beeld dat meestal in de literatuur wordt opgehangen, schrijft hij in De dood van de Auteur, 'tiranniek gericht op de auteur, zijn persoon, zijn levensverhaal, smaak en liefhebberijen'? De verklaring van een werk wordt steevast gezocht in de realiteit en bij degene die het gemaakt heeft. Maar woorden zorgen toch altijd voor een omweg; woorden leiden niet zomaar het leven van degene die ze gebruikt.

Wat is een tekst? Geschreven teksten verwijzen niet naar een werkelijkheid, ze maken die werkelijkheid, op zo'n manier dat lezers snel geneigd zijn haar ook voor waar en werkelijk aan te nemen.

Veel critici zijn chroniqueurs geworden; niet de romantekst maar de context is belangrijk, de biotoop van A. F. Th., het instituut van Voskuil, de liefdes van Connie Palmen. Het startpunt van het project 'memo Barthes', schrijven Hofstede en Jürgen Pieters in hun voorwoord, was de vraag: 'Barthes, wat kunnen we er vandaag nog mee?'

Wat betekent Barthes voor critici en voor lezers? Uit het veelkantige oeuvre 'laat zich geen eenduidige erfenis distilleren'. Want in de geest van de meester spannen alle leerlingen en commentatoren zijn werk voor hun eigen karretje.

Voor mij, zegt Pol Hoste in Memo Barthes, ligt zijn betekenis 'in het feit dat hij mij een schuilplaats oplevert', me een methode van schrijven laat zien die afwijkt van de mainstream, van de literaire confectie, van de novel writing én dat hij 'een maatschappelijke betekenis toekent aan mijn isolement als sociaal geëngageerd schrijver'.

Bijna een kwart eeuw na Barthes' dood kent zijn werk een opvallende revival. In Frankrijk verscheen in 2002 een herziene vijfdelige uitgave van zijn Oeuvres complètes en het Parijse Centre Pompidou eerde hem dat jaar met een hagiografische overzichtsexpositie; in Nederland verschenen bij Uitgeverij IJzer nieuwe vertalingen van Mythologies en Fragments d'un discours amoureux. De belangrijkste teksten zijn nu in het Nederlands vertaald. In Memo Barthes staat een kleine bloemlezing van kritische essays (Barthes over de hippies, de talenoorlog en het schrijven als handarbeid) en bij de Groningse Historische Uitgeverij verscheen Het werkelijkheidseffect, een bundeling van cruciale stukken uit het veelzijdige oeuvre (zijn eerste tekst die hij als achttienjarige schreef, over Socrates en Criton, zijn essays over Hollandse schilderkunst, de Eiffeltoren, de dood van de auteur, over Brecht en over Flaubert).

Barthes vlinderde en scharrelde, hij speelde met taal, veelal in aforistische stijl, verzon neologismen en hanteerde een bizarre interpunctie; hij is 'een cruisende criticus', zegt Hofstede - ook in de Parijse homobars (Barthes woonde 'bij mam' en schreef alleen in bedekte termen over zijn eigen seksualiteit; Jean Genet noemde hem schertsend een 'nicht in de kast').

Papillonner is het geliefde Barthes-woord, dartelen en overal aan snuffelen; of draguer, 'dreggen', vissen met een dreg, of 'versieren' in erotische zin. Voor Barthes is het dé metafoor voor het grillige en provisorische van zijn intellectuele praktijk, 'een combinatie van amoureuze wispelturigheid en intellectuele ongestadigheid'. Dat is Barthes' erfenis: na hem is het Frans een andere taal geworden.


Rokus Hofstede en Jürgen Pieters (red.): Memo Barthes.
Vantilt en Yang; 238 pagina's; en ¿ 18,80.
ISBN 90 77503 02 1.
Roland Barthes: Het werkelijkheidseffect.
Vertaald uit het Frans door Rokus Hofstede.
Historische Uitgeverij; 214 pagina's; en ¿ 24,95.
ISBN 90 6554 123 3.
Centre Roland-Barthes - Institut de la pensée contemporaine: Le plaisir des formes.
Seuil, import Nilsson en Lamm; 233 pagina's; en ¿ 24,40.
ISBN 2 02 057176.5.

De Stichting Literaire Activiteiten Amsterdam, de SLAA, organiseert op zondag 14 maart om 15.00 uur in De Balie in Amsterdam Tour de France: wie was Roland Barthes? met Antoine Compagnon, Ger Groot, Rokus Hofstede, Eric de Kuyper en Jürgen Pieters.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden