Woonwijk komt uit de tijdmachine

Als ergens het failliet van de hedendaagse architectuur zichtbaar is, dan wel in de nieuwe Helmondse tuinstad Dierdonk. De wijk is zo goed als gereed....

Hilde de Haan Ids Haagsma

Wie niet beter zou weten, denkt in een tijdmachine te zijn gestapt. Zo, met al dat onvolgroeide, prille groen, met al die kraakheldere woningen en nog kale tuintjes moet een nieuwbouwwijk er in de jaren dertig hebben uitgezien.

En die associatie is nu precies wat de gemeente Helmond in het begin van de jaren negentig voor ogen had.

Het is momenteel een rage: overal in het land bouwen op proectontwikkelaars en makelaars namaak villa's uit de jaren twintig en dertig. Vooral de twee-onder-één-kappers zijn waanzinnig populair.

Een van de belangrijkste aanzetten tot deze regressieve architectuur is inderdaad de wijk Dierdonk. Toen in 1990 in Helmond stemmen opgingen om in het noordoosten van de stad een wijk te bouwen voor midden- en hoge inkomens, verklaarde vrijwel iedereen de initiatiefnemers voor krankzinnig. Helmond mocht al een slechte naam hebben op het gebied van wonen, dat gold nog eens in versterkte mate voor het gebied oostelijk van de Zuid-Willemsvaart: vanouds het armeluisdeel van de stad.

De gemeente zette evenwel door en begon een publiek-private samenwerking met het Bouwfonds, compleet met marktonderzoek met het voorspelbare resultaat: de mensen willen een huisje, een tuintje, met de auto ervoor en als het kan in een leuke wijk. 'Wat voor wijk?', werd er gevraagd, en het antwoord luidde steevast 'zoiets als de jaren dertig'. Want dat is de ellende van dat soort onderzoeken: de mensen verwijzen alleen naar iets wat ze al kennen.

En dat valt de ondervraagden niet kwalijk te nemen. Eigentijdse architecten zijn er zelden in geslaagd een nieuwe aantrekkelijke woonvorm te verzinnen. En ook de hedendaagse architectuurvormen spreken nauwelijks tot de verbeelding. Schuine muren, golfplaten gevels en pastelkleurige hoogstandjes worden praktisch nooit genoemd als woonwens.

Zo begon Helmond dus aan de hand van woonwensen als eerste een forse tuinstad à la de jaren dertig te ontwikkelen. Al kun je het ook vriendelijker formuleren: bij gebrek aan aansprekende eigentijdse stedenbouwkundige en architectonische visies, greep men terug op beproefde recepten uit het verleden. Bepaald geen uitzonderlijk verschijnsel in de eeuwenoude architectuurgeschiedenis die immers bol staat van tradities, neostijlen, herwaarderingen en retrospectieven.

Het uiteindelijke resultaat is opmerkelijk: Dierdonk is een stadsdeel geworden dat de kille en stroeve onherbergzaamheid die nieuwbouwwijken zo kenmerkt, geheel mist.

Dat komt door de besloten, gekromde straten, de overzichtelijke singels, maar vooral door het feit dat in het hart van de wijk een uiterst straf en geraffineerd architectonisch regiem is gehanteerd. Daar is het merendeel van de bebouwing door slechts drie architectenbureau's gerealiseerd (Inbo, Klunder en Bedaux De Brouwer) die hun kavels in nauw overleg met een architectonisch toezichthouder, Cornelis van de Ven, hebben vormgegeven.

Het gevolg is dat dit deel van Dierdonk geheel gevrijwaard is gebleven van architectonische ijdeltuiterij. De architecten hebben zich zelf weg moeten cijferen ten gunste van een eenheid in materiaal, kleur en maatvoering dat subtiel wordt onderbroken door een verfijnd stelsel van dissonanten.

O jawel, Dierdonk blijft een wat tuttige burgerlijke wijk waarin de woonconsumptie hoogtij voert. Daar kunnen de moderner ogende villa's aan het Dierdonkpark en de kitscherige kasteeltjes in de flanken van de wijk geen verandering in brengen. Maar anders dan bij al die modegevoelige woningen van de snelle 'bouwen-en-wegwezen'-jongens is hier wel degelijk nagedacht over een samenhang die de tijd kan trotseren. En dat er nu al een gevoel is van vertrouwdheid is toch wel erg opmerkelijk voor een nieuwbouwwijk.

Het succes van Dierdonk tekende zich overigens al vroeg af. Dankzij gehaaide marketing ontstond meteen een ware run op deze woningen. Zo zeer zelfs dat de gemeente Helmond, die op voorhand een verliespost had ingecalculeerd van 13 miljoen gulden voor betere openbare ruimtes, zijn verlies al snel zag verdampen.

Dat smaakte naar meer. Daarom begonnen Jan Blok en Herman Mens van het gemeentelijke projectbureau eind 1994 te denken aan een soortgelijke opzet als Dierdonk voor een nog grotere wijk van maar liefst 6000 woningen die ten westen van Helmond moest worden gerealiseerd. Inmiddels zijn de plannen voor de wijk Brandevoort gereed en is de bouw begonnen.

Nu moest deze wijk beslist een ander karakter krijgen dan Dierdonk. Toch valt er uit deze plannen goed te destilleren hoe de opvattingen zich sindsdien hebben ontwikkeld. De wijk Brandevoort krijgt een nog sterkere stedelijke structuur naar ontwerp van Rob Krier met een hogere dichtheid aan woningen. In het hart van de wijk zal een stratenstructuur ontstaan waar de huizen schouder aan schouder staan: elk huis krijgt zijn eigen, door architecten ontworpen gevel en indeling.

'Eigentijdse architectuur vanuit een klassieke traditie', heet het. Maar het meest opvallende zit 'm in de verdiepingshoogte van de begane grond. Die zal hoger worden dan elders in Nederland, dus ook in Dierdonk, gebruikelijk is. Daardoor zal het mogelijk zijn in de toekomst althans een deel van de woningen voor andere doeleinden te gebruiken. In Brandevoort ligt de strop voor het tomeloze woonconsumentisme gereed.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden