Interview Elspeth Diederix

Wonderschone onderwaterwereld van Elspeth Diederix

Birdsponge (2016). Beeld Elspeth Diederix

De voorbije vier jaar fotografeerde Elspeth Diederix het onderwatermilieu van het Grevelingenmeer. Ze zag een wereld waarin kleuren zich anders tonen dan in de buitenlucht. When Red Disappears. Goed voor een boek en een tentoonstelling.

Hoe zou het aanstekelijke enthousiasme van Elspeth Diederix (48) er onder water uitzien? In de buitenlucht, lopend door de door haar aangelegde bloementuin in het Amsterdamse Erasmuspark (zie kader), gaat het al zwaaiend en wijzend van ‘O, moet je nou toch kijken naar mijn irissen, papavers, juffertje-in-het-groen, en heb je de kleuren van die lupine gezien, wacht even, ik knip een bosje voor je, ik word hier zo ongelooflijk gelukkig van!’ 

Maar onder het wateroppervlak van het Grevelingenmeer, de zoutwater-arm tussen Goeree-Overflakkee en Schouwen-Duiveland, waar de fotograaf zich de afgelopen vier jaar regelmatig net zo vergaapte aan joekels van oesters, wuivende zeewierbossen en de stervormige uitlaat van het zakpijpje – hoe deelt ze daar haar enthousiasme?

Elspeth Diederix’ schimmel pracht. Beeld Elspeth Diederix

Allemaal gedoe

Welaan, anders . Zoals alles onder water anders is en niet te vergelijken met boven. Dat je er niet kunt praten, zou je nog kunnen oplossen door enthousiast te gebaren naar je duikbuddy. Maar wie hoort wat Diederix tijdens het duiken allemaal aan en bij zich heeft, beseft al snel: onmogelijk.

‘Ik heb veel kilo’s nodig om onder te blijven, echt heel veel,’ zegt Diederix. Ze klinkt licht verontwaardigd, alsof ze het er nog steeds niet mee eens is. Ze somt op: thermo-ondergoed, een onderpak en daaroverheen een droogpak van neopreen tegen de kou van het Hollandse water. Handschoenen, extra lood, allerhande spullen, denk aan zaklampen, externe flitsers, een kompas, en natuurlijk haar onderwatercamera, een zwarte reus in een doorzichtige plastic behuizing met twee handvatten. Bij elkaar zo’n 17 kilo. Daar word je log van, onder en boven water. ‘Joh, ik kom op weg naar de duikplek de dijk al bijna niet over.’

Elspeth Diederix: When Red Disappears. T/m 01/09 in Huis Marseille, Amsterdam. 

Publicatie: When Red Disappears, Fw:Books, vormgeving Hans Gremmen. €35.

Bovendien: duiken is mooi en vooral heel spannend, vindt ze. In 1998 deed ze het voor het eerst, toen ze samen met haar man (kunstenaar Jeroen Kooijmans) op vakantie was in Colombia. ‘Het was waanzinnig,’ zegt ze, ‘dat je onder water zweeft en dan die kleurrijke wereld tegenkomt. Ik wilde meteen van alles fotograferen. Maar ik vond het ook doodeng en dat vind ik nog steeds, hoeveel duiken ik al gemaakt heb. Je moet heel kalm blijven, ook als je masker langzaam volloopt met water. Nou. Ik bén niet kalm. Ik vind het ook al snel te diep, ik blijf liever een beetje aan de oppervlakte.’

En er zijn talloze andere ongemakken: een camera die ineens volloopt, de tijd die in de gaten moet worden gehouden, net als het kompas en hoeveel lucht er nog in de tank zit. Kortom: ‘Allemaal gedoe.’

Gekke vraag misschien, maar... waarom doet ze het dan? Een deel van het antwoord ligt op tafel: de drukproef van een mooi nieuw boek vol onderwaterfoto’s, allemaal gemaakt in Zeeland, en gedrukt op mat papier dat de inkt opzoog als een regenbuitje op dorstige woestijngrond. 

Elspeth Diederix tijdens het duiken. Beeld Ivette Mrova
Elspeth Diederix achter de schermen. Beeld Sjouke Brunia

Een wereld van niks

Daardoor werd ‘het schilderachtige van die geweldige onderwaterwereld’ op Diederix’ foto’s benadrukt. En er is een tentoonstelling: When Red Disappears (zie inzet) in Huis Marseille in Amsterdam. Het betreft een selectie van diezelfde foto’s, gecombineerd met onder meer een 17de-eeuws stilleven met een grote nautilusschelp van Frans Sant-Acker en het zeldzame fotoboek Photographs of British Algae (ca. 1843-1853) met blauwdrukken van Anna Atkins, beide uit de collectie van het Rijksmuseum.

‘Onder water ervaar ik ondanks alles een soort vrijheid,’ zegt Diederix. ‘Je komt in een wereld van vorm, kleur en textuur. Je herkent er niets, er is geen besef van schaal, er is niets wat je kunt relateren aan de wereld die je kent. Oké, er zijn vissen.’ Mopperend: ‘Maar ja, vissen. Die vind ik niet interessant, die wil ik niet in mijn beeld hebben. Net als mensen: wil ik ook niet. Dan ga je daarnaar zitten kijken, alsof het personages zijn, terwijl het mij juist gaat om de vormen, de structuren, de compositie van wat zich daarachter bevindt: een wereld van... niks. Van losse dingen in het zand.’

Van rood naar blauw

Hoe dieper je duikt, hoe meer kleur er verdwijnt. Rood gaat als eerste, daarna oranje, dan geel, enzovoorts. Vandaar de titel van Elspeth Diederix’ nieuwe boek en tentoonstelling: When Red Disappears. In het Nederlandse water blijft ze redelijk aan de oppervlakte, daar zijn de kleuren nog zichtbaar. Maar in Curaçao gaat ze dieper. ‘Daar is alles blauw. En overal liggen grote sponzen, die bruinig lijken. Wanneer je die flitst, Knal – blijken ze ineens rood te zijn. Dat is magisch.’

Het resultaat is werk dat steeds abstracter wordt. Er zijn foto’s die doen denken aan olieverfschilderijen waarop kleurige klodders langzaam naar beneden druipen, andere waarin je ineens een houtskoolvuurtje ziet, of een kleurige ecolinewolk, of een Jim Henson-handpop (‘O, echt? Ik zie eerder een kalkoen’). En bijna alle foto’s hebben een heerlijk heiige zweem.

‘Ja, je bedoelt dat alles onscherp lijkt? Dat is ook zo. Op de een of andere manier krijg ik altijd rare, onscherpe beelden. Ik zeg maar dat het door het water komt en dat is ook wel zo; water vertroebelt je beeld. Maar het komt ook doordat ik het gewoon moeilijk kan zien. Je kijkt eerst door een duikbril, daarna door je camera, daarna door het water. Dat zijn veel lagen. Om scherp te stellen, heb je dan een klein rood puntje dat precies in het midden moet staan, en dat is lastig, ook omdat alles beweegt.’

Ze vindt het niet erg; de neveligheid draagt bij aan het schilderachtige waarnaar ze op zoek is. Daarbij: dit is wat Diederix ziet onder water, dit is hoe het zich aan haar openbaart. Ze heeft niets aan dat landschap veranderd. Ze heeft geen gekleurde vlaggetjes gespannen, geen doorzichtig plastic zak met sinaasappels in het blauwe water laten zweven, of een jurk of een vaasje met bloemen. Dat deed ze vijftien jaar geleden toen ze samen met fotograaf Maura Biava dook in de zee bij Egypte.

Shape Two (2017). Beeld Elspeth Diederix. Collection HuisMarseille
Green weed (2014). Beeld Elspeth Diederix

‘Gewoon’ fotograferen ‘wat er is’

‘We namen van alles mee naar beneden. We maakten ingewikkelde constructies met touwtjes, lege waterflessen en lood, zodat sommige dingen bleven drijven, terwijl andere juist zonken. Ik moest een foto’s van tevoren helemaal uitdenken.’

Nu is het ook onmogelijk om dat onderwater geknutsel voor elkaar te krijgen met een zwaar duikpak en lompe handschoenen. Toch is dat niet de enige reden dat Diederix steeds minder ingrijpt en vaker ‘gewoon’ fotografeert ‘wat er is.’ Want ook in haar bovenwaterwerk, dat de laatste jaren vooral bestaat uit het fotograferen van planten en bloemen, is die verandering gaande. 

Ze ensceneert steeds minder, ze is niet meer eindeloos in de weer om met een dun penseeltje bloemblaadjes te verven of de blaadjes van de Oost-Indische kers tot een slingertje te knippen. ‘Ik heb steeds vaker genoeg aan de natuur zelf.’

Wat bleef is de drang om de dingen vast te leggen, om er een beeld van te maken. ‘Niemand kijkt op dezelfde manier. Ik kan mijn enthousiasme voor wat ik zie wel met je delen wanneer we samen zouden duiken, maar dat is niet genoeg. Ik wil dat je echt op mijn manier naar die onderwaterwereld kijkt, hoe waanzinnig de kleuren en de vormen zijn. In mijn foto’s kan ik dat benadrukken. Snap je?’

Ja. De echte geestdrift komt later. Na het water.

‘Je komt in een wereld van vorm, kleur en textuur. Je herkent er niets, er is geen besef van schaal, er is niets wat je kunt relateren aan de wereld die je kent.’ Beeld Elspeth Diederix

Uit het water de tuin in

Zou Elspeth Diederix moeten kiezen tussen fotograferen in haar twee jaar geleden aangelegde Miracle Garden in het Amsterdamse Erasmus park (een bloementuin, laboratorium, fotoproject en bijenparadijs in één, en op dit moment in volle bloei) en het vastleggen van de wondere onderwaterwereld, zoals ze dat ook al jaren doet, ze zou het wel weten. De tuin. Geen twijfel. Onder water fotograferen levert haar te veel stress op, zegt ze. Toch heeft ze sinds een tijdje het ‘overmoedige’ en nog niet concrete plan om een onderwatertuin aan te leggen, ergens in Zeeland. Voor haar tentoonstelling in Huis Marseille maakte ze wel al een maquette: twee gaasachtige structuren van afbreekbaar zetmeel, waarvan de houten bovenkanten net boven het water zouden uitsteken en die onder water langzaam kunnen worden gekoloniseerd door wieren, oesters, mossels en massa’s zakpijpjes (nu nog van fimoklei). Een soort onderwaterbos, niet te diep, zodat mensen er zelfs naartoe kunnen snorkelen. En zij zelf? ‘Ik ook. Het is minder eng als je een plek goed kent.’ Bovendien: zoiets zou toch te mooi zijn om niet te fotograferen.

Waar interessante en spraakmakende verhalen online en in de krant ophouden, gaat het Volkskrantgeluid verder. Wat is een zwart gat precies? En hoe gaat het eraan toe in tbs-klinieken? Onze verhalenmakers leggen het uit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden