Wolkers moet af voordat ie in Sint-Petersburg feest komt vieren

Irina Michajlova (Leningrad, 1955) oogt altijd een beetje gejaagd: tijdnood. Op de universiteit van Sint-Petersburg doceert ze Nederlandse grammatica, literatuur en cultuur....

Michajlova vertaalt proza en poëzie, kinderboeken, ‘volwassen’ boeken en als het zo uitkomt ook wetenschappelijk werk. Zo wil ze binnen afzienbare tijd beginnen aan het proefschrift van Jozien Driessen-Van het Reve over de Petersburgse Kunstkamera aan de Neva, waar onder andere anatomische preparaten van Frederik Ruysch tentoon zijn gesteld die ooit door de Hollandse apotheker Albert Seba aan tsaar Peter de Grote zijn verkocht.

Maar voordat ze aan die grote klus begint, moet er nog een roman van Kees Verheul af (ze is al halverwege), en een bundel Achterberg; samen met de Russische dichter Poerin hoopt ze deze laatste in 2007 uit te brengen; Achterberg komt uit in dezelfde serie als de Leopold-bundel, die in 2004 is verschenen, en die ze ook samen met Poerin maakte, net als de in september j.l. verschenen bundel van Gezelle.

Dan staat eind november nog de presentatie van haar vertaling van Het zakmes van Sjoerd Kuyper op stapel, waarna al akelig snel de deadline nadert voor haar vertaling van Ezau’s handen van Jan Wolkers: in mei 2007 zal Wolkers eregast zijn op het 10-jarig jubileum van het Nederlands Instituut in Sint-Petersburg, en de vertaling voor de feestbundel moet op tijd af.

De vertaling van een dichtbundel van Arjen Duinker heeft ze helaas uit handen moeten geven, maar bij het aanwijzen en coachen van een andere vertaalster heeft ze het Nederlands Literair Productie- en Vertalingenfonds, dat de bundel mede financiert, wel geadviseerd. Als Duinker in december van dit jaar voor de presentatie overkomt, zal ze natuurlijk wel aanwezig zijn.

Maar wat vindt het Russische publiek nu eigenlijk van al die Nederlandse vertalingen? Een pijnlijke vraag, zegt Michajlova De Russische lezers lijken tegenwoordig vooral warm te lopen voor detectives en het ‘romantische genre’, maar met de belangstelling voor Nederlandse poëzie is het rampzalig gesteld. Nederlands proza doet het iets beter, maar royalty’s uit een tweede druk heeft Michajlova, ondanks een gemiddelde oplage van slechts duizend exemplaren, nooit beleefd.

Heeft iemand in Rusland ooit van Wolkers gehoord? Nee. Twee van zijn verhalen die ooit nog in de Sovjet-Unie in een verzamelbundel Nederlandse literatuur verschenen, hebben geen stof doen opwaaien. Michajlova weet van hun bestaan, maar ze heeft ze niet gelezen, en ze vermoedt dat ze ook wel behoorlijk gekuist zullen zijn. En Leopold, en Nijhoff? Nee, ook die hebben niet veel gedaan. Er bestaat ook nauwelijks een serieuze kritiek, en hoewel Nijhoff in het prestigieuze tijdschrift Novy mir positief is besproken, is het lezersaantal hierdoor niet spectaculair gestegen. Of haar vertalingen in de bibliotheken liggen, weet Michajlova eigenlijk niet. ‘Maar het zou wel moeten.’ Toch heeft ze met Achterberg goede hoop: zijn thematiek en taalgebruik laten zich volgens haar goed vertalen.

Erkenning is er in ieder geval wel van Nederlandse zijde: vorig jaar werd aan Michajlova als ‘ambassadeur van de Nederlandse letteren’ de vertalersprijs van het Productie- en Vertalingenfonds uitgereikt. En dat geeft moed. Een vetpot zal het nooit worden, maar de tijden van weleer, toen ze voor het honorarium van haar eerste vertaalde roman net een paar wanten kon kopen, liggen gelukkig achter haar. En dat haar probleemstudent het examen uiteindelijk toch heeft gehaald, is ook een zorg minder.

Aai Prins

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden