Wolkers in de voetstappen van zijn jeugd

Met de schrijver op stap door het Leiden van zijn roman Kort Amerikaans.

Beeld Annabel Miedema

De eerste keer dat ik Jan Wolkers in levenden lijve ontmoette, vond plaats op een stralende lentedag in 2004. In Leiden, mijn eigen stad. Dick Matena, de tekenaar, had mij uitgenodigd om samen met hem, zijn vrouw Nelleke, Jan en Karina Wolkers én hun tweelingzoons Bob en Tom door Leiden te wandelen. Matena wilde voor zijn verstripping van Kort Amerikaans de locaties uit die roman bezichtigen.

Wolkers liep die dag in de voetstappen van zijn eigen jeugd. Ik ook. We kuierden achter hem aan over de Nieuwe Rijn, waar ooit zijn vriendinnetje Rietje, 'zo mooi als een engel van Leonardo da Vinci', bij boekhandel Kooyker had gewerkt. Eric van Poelgeest, de held van Kort Amerikaans, gaat de boekhandel binnen en steelt, als zijn vriendinnetje even naar achter is, Anatomie voor kunstenaars. Hij steekt het onder zijn jas, drukt zijn vriendinnetje tegen zich aan en kust haar gloedvol op de mond. Lekker zo'n boek ertussen, denkt hij.

Onno Blom werkt aan de biografie over Jan Wolkers. Hij houdt daarover een dagboek bij - waarvan we in zoveel delen de notities presenteren.

Van de Nieuwe Rijn ging het naar de Lange Mare 110, naar het pand waar de jonge Jan in de herfst van 1943 was ondergedoken voor de Arbeitseinsatz. We staarden omhoog naar het raampje onder de trapgevel. Vanuit zijn zolderkamertje had Jan uitzicht gehad op het dak van de Hartebrugkerk, die in Leiden door de bevolking de 'koeliekerrrrk' wordt genoemd vanwege de spreuk op het timpaan: HIC DOMUS DEI EST ET PORTA COELI. 'Dit is het huis van God en de poort naar de hemel.'

Het hele gezelschap betrad de kerk omdat Eric van Poelgeest er in de oorlog een kaars heeft gestolen. Plotseling klonk toen van achter een pilaar een droevige stem: 'Al denkt u dat geen mens u ziet, God ziet u altijd.'

Op het moment dat Wolkers zijn eigen romanscène stond na te spelen in het voorportaal van de kerk kwam de koster van achteren aangebeend. Met gesis en geïrriteerde gebaren maande hij tot stilte: 'Heb eerbied voor het huis van God!'

Wolkers ontplofte zowat. 'Dat hoeft u mij niet te vertellen!' Woedend galmde door de kerk, terwijl hij de hemelpoort weer uitliep: 'In het huis mijns Vaders zijn vele woningen!'

Om enigszins te bekoelen gingen we een kopje koffie drinken op het terras in de schaduw van de Leidse stadhuistoren. Na enige tijd schuifelde een jonge vrouw met een blozend, rood gezicht naar hem toe. 'Ach, meneer Wolkers, ik wilde u even zeggen hoe mooi ik uw boeken vind.'

'Dank u wel, jongedame', zei Wolkers. 'Gaat toch even zitten.' En meteen daarop: 'Heeft u een man?'

De vrouw werd nóg drie tinten roder. 'Nee, die heb ik niet.'

'Ach', verzuchtte Wolkers. 'Geeft u mij dan eens zo'n bierviltje.'

Verbaasd reikte de blozende vrouw er eentje aan. Wolkers pakte een fineliner uit zijn Italia-sportjack en tekende iets op het viltje.

'U heeft dan wel geen man', zei hij, 'maar nu wel een haan!'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden