Wolkers beeld John Coltrane (Boy Edgar Prijs) blijkt al 54 jaar onverwoestbaar

Verdronken, begraven, goud gespoten, als kerststukje en vergeten

Hoe hard de winnaars het ook hebben geprobeerd, de door Wolkers vervaardigde trofee John Coltrane blijkt onverwoestbaar.

Dit beeld heeft alles al overleefd. Foto Nederlands Jazz Archief

Veel van Jan Wolkers' kunstwerken hebben klappen opgelopen, maar minstens één staat al ruim een halve eeuw lang fier overeind: John Coltrane. Toch heeft ook dit naar de Amerikaanse jazzsaxofonist vernoemde beeld het nodige meegemaakt. Het is al een keer of vijftig van adres veranderd.

De bronzen sculptuur werd begin jaren zestig door Wolkers beschikbaar gesteld als trofee van de Wessel Ilcken Prijs, de eerste Nederlandse onderscheiding voor jazzmusici. Sinds de toekenning in 1963 aan rietblazer Herman Schoonderwalt is het beeld aan de prijs verbonden gebleven - ook toen de naam later veranderde in Boy Edgar Prijs, bij wijze van eerbetoon aan de overleden orkestleider en arrangeur.

Edgar had de wisseltrofee in 1964 zelf van Herman Schoonderwalt mogen overnemen, en met de toekenning aan jonge honden als Han Bennink, Hans Dulfer en Willem Breuker (in 1970, met Wolkers als juylid) veranderde de Wessel Ilcken Prijs gaandeweg van een oeuvreprijs in een onderscheiding voor vernieuwing en muzikaal avontuur.

Het traject dat John Coltrane sindsdien heeft afgelegd mag je avontuurlijk noemen. Sommige van de tijdelijke eigenaren leken hun best te doen het kunstwerk zo oneerbiedig mogelijk te behandelen. In 1967 laat slagwerker (en beeldend kunstenaar) Bennink de Ilcken-prijs een jaar lang aan een touwtje van zijn woonboot in de Vecht bungelen, waarna het groen van de algen weer boven water komt.

Als Jan Wolkers hoort dat Bennink zijn beeld niet mooi vindt, reageert hij genereus: hij doet de drummer ter compensatie een Nigeriaans Yoruba-beeldje uit zijn privécollectie cadeau. Een jaar voor zijn dood herinnert Wolkers zich het voorval nog precies: 'Dat Han dat deed, vond ik absoluut niet erg. Ik vond het juist een erg goed idee, want daar krijgt zo'n beeldje zo'n mooi patina van.'

Jan Wolkers met de bronzen sculptuur John Coltrane in 1963. Foto Nederlands Jazz Archief

Ook niet mis: in 1972 begraaft pianist Kees Hazevoet John Coltrane in zijn achtertuin, waarbij Willem Breuker de teraardebestelling vastlegt op film. Een jaar later is het nog even zoeken voor Hazevoet het graf heeft teruggevonden. In later jaren moet het beeld professioneel gereinigd worden omdat een onverlaat het goudkleurig heeft gespoten, of omdat het verkleefd is met zuurtjes en viezigheid.

Een penibel moment doet zich voor in 1989, als saxofonist Ab Baars na de feestelijke prijsuitreiking in het Amsterdamse Bimhuis terug fietst naar huis en in de euforie zijn in een Albert Heijn-tas verpakte trofee een nacht lang buiten op zijn bagagedrager laat zitten. Aanmerkelijk rustiger verloopt 1987 (laureaat is dan tenorist J.C. Tans), wanneer Wolkers' kunstwerk een jaar lang vermomd als kerststukje doorbrengt in het Bimcafé.

Dat alles betekent trouwens niet dat muzikanten de wisseltrofee niet koesteren. In de jongste aflevering van het tijdschrift Jazz Bulletin pleit trombonist Willem van Manen (winnaar in 1992) voor de uitreiking van replica's. 'Nu mag je het maar een jaar in huis houden en daarna moet je het weer inleveren. In feite heb je geen enkel concreet bewijs dat de Boy Edgar Prijs je ooit is toegekend.'

De huidige winnaar, contrabassist Wilbert de Joode, mag nog zeven weken genieten van zijn onderscheiding. Op 6 december aanstaande geeft hij die in het Bimhuis door aan de winnaar van 2017, pianist en arrangeur Martin Fondse. Tot die tijd bivakkeert Wolkers' schepping op een keukenkastje in huize De Joode, in een nu eens vreedzame setting: als sokkel voor een collectie gevonden vogelveren.


De hele Jan Wolkers

'Lieve opa Wolkers' blijkt ook een agressieve testosteronbom
Donderdag is het precies 10 jaar geleden dat Jan Wolkers overleed. De Volkskrant viert de schrijver en beeldhouwer. Onno Blom kreeg met het schrijven van Wolkers' biografie de opdracht van zijn leven.

De smerigste citaten van Wolkers volgens de Volkskrantredactie
Donderdag is het tien jaar geleden dat schrijver en beeldhouwer Jan Wolkers overleed. De Volkskrant selecteerde het smerigste uit zijn werk.

Met Nooit meer Auschwitz revancheerde Wolkers zich als woeste kunstenaar
Jan Wolkers tekende in de oorlogsjaren met een woeste eigenzinnigheid, die hij later kwijtraakte. Maar toen kwam het Wertheimparkmonument.

Wolkers' ik-personen zijn wreed én teder, hebben een grote mond en een bang hart
Je kon iets van seks opsteken voordat je eraan deed. Wolkers bracht de literatuur naar de mensen. Maar hoe goed was Wolkers nou echt?

Wat vond een liefhebber als Wolkers van de verfilming van zijn eigen boeken?
Jan Wolkers was een groot filmliefhebber. Wat vond hij van zijn eigen boeken op het witte doek, en van de acteurs die zijn personages vertolkten?

Wolkers bevrijdende kracht drong met Turks Fruit eindelijk door
In protestantse gezinnen, zoals dat van Bert Wagendorp, hakte Turks Fruit erin. De jeugd kreeg er geen genoeg van, ouders stonden machteloos. En er was geen weg terug. Een ode aan een taboedoorbrekend boek.

'Jan Wolkers en ik zijn onverbrekelijk met elkaar verbonden geraakt in de verbeelding'
Ze zagen elkaar nauwelijks, maar Jan Wolkers en acteur Rutger Hauer waren sinds Turks Fruit 'onverbrekelijk met elkaar verbonden'. Hauer legt uit waarom.

Foto Max Kisman / de Volkskrant
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.