'Wolkenlooze, zomersche herfstdag'

'Trein 9.55 M.P. naar Abcou. Fiets: De Vink (koffie).' Dagtekening: 2 juni 1950, een vrijdag. Tien jaar lang hield de schrijver Nescio, pseudoniem van J.H.F....

Kort na de oorlog, in januari 1946, was hij ermee begonnen. De zinnetjes waren vrij beknopt: afgelegde route, weersomstandigheden, wijze van vervoer. Geleidelijk maakte het registreren van vertrektijden en koffiepauzes plaats voor persoonlijke ontboezemingen: 'Volmaakte, wolkenlooze, zomersche herfstdag. In den vroegen ochtend doemden de dingen op uit een zeer lichten nevel, zoodat ik eigenaardigerwijze weer aan de ochtenden in Britsch Indië moest denken' (september 1951). Ook beschrijft Nescio hoe hij erin slaagt tegelijkertijd zowel het gewone en alledaagse te zien als het mysterie. 'Overal de eerste dag en de geboorte van Venus', heet het daar. En: 'Deze heele wereld was eigenlijk plaatsloos en tijdloos en zonder naam en ik ook.' Hij kon op zo'n bijzondere dag geheel zijn opgenomen in God - 'en toch voor tweeën thuis'. Pas in 1996 werden de reisnotities opgenomen in een bundel, Natuurdagboek. Hugo Brandt Corstius vergeleek hem met een fotograaf zonder toestel: 'Hij noemt plaatsen, riviertjes, kerken, zoals een fotograaf noteert wat hij heeft geschoten.' Als je vijftig jaar later die plekken bezoekt, de landschappen waar hij soms zo innig tevreden kon rondlopen, wat zou daar nog van over zijn?, vroeg fotograaf Bert Verhoeff zich af. Nescio signaleerde al dat Holland werd dichtgebouwd met fabrieken en huisjes. 'We komen in een bijenkorf te leven zonder uitzicht en zonder uitvliegen.' Verhoeff bereisde met de camera dezelfde routes als Nescio. In De boomgaard der gelukzaligen laat hij zien wat hij er aantrof. Het was niet zijn bedoeling illustraties in kleur te maken bij Nescio's Natuurdagboek. De foto's in Verhoeffs boek (Thomas Rap; fl. 49,50) zijn persoonlijke indrukken. Nescio's teksten vormen de leidraad. Zij begeleiden de foto's, waarop ook de vaak ingrijpende veranderingen in het landschap te zien zijn.

Broek in Waterland Maandag 9 October 1950.

's Ochtends met het bootje van 10uur van het C.S. en met de tram naar Broek in Waterland (Kelk). Veel gepraat. Prachtige heldere ochtend met zon op het water (vrij harde, koude Westenwind). Over de weilanden voorbij Buiksloot, zeer ruim en helder (spitsje van Schellingwou). Je keek over de winter in de volgende lente. Tram 1 uur 26 terug. Wonderlijk licht in sloot langs de tramlijn (zilver in donker). Ubachsberg 7 Mei 1954. Vrijdagochtend. Met Zus naar Zuid-Limburg. Treintje 10.15 naar Heerlen. Houthem-St.Gerlach en het hotel, Klimmen, Ransdaal, Voerendaal. Eerst: de weiden met populieren en het (of de) steeds kronkelende watertje(s) door de wei. En de heuvels aan den overkant. Station Heerlen: in de 2de klas wachtkamer koffie en gebak (de ranke, intelligente dienster). Bus over den Ubbagsberg, glorieuze rit. Panorama's dan achter, dan links, dan rechts, telkens wisselend. De mijn Maurits niet zichtbaar: de horizon iets te dik. Maar overigens veel zicht. Dorpen op heuvels en dorpen beneden, koeien tegen den hemel en koeien in dalen, allemaal kleine koetjes. Het torentje van Ubbagsberg op de hoogte nadat we een end waren gedaald. De kijk het Geuldal af naar het westen, met dorpjes. Alles was er nog of weer. De plek waar je zoo op de toren van Wijlre kunt stappen.

Vecht bij Vreeland 22 juni 1953.

Maandag. Met de bus van kwart voor elf naar Loenersloot. Broeierig heet met bedekte lucht en soms zon. Koffie en gevulde koek onder de zonneparapluie op het terrasje van het houten cafétje. De wilgen aan de groote weg. De landelijkheid en de 6 of 7 chauffeurs binnen. De eenvoud van alles. Het zachte getemperde zonlicht. 1 thuis. Ideaal: gras, een watertje, een paar knotwilgen, een rijtje matig hooge wilgen, populieren, een paar koeien en een paard, zon en schaduw en een zuchtje wind zoodat de bladen van de matig hooge wilgen zachtjes bewegen. Een stoeltje, een tafeltje op het gras. Een kop koffie met een amandelbroodje en een pijp tabak. Stilte met hoogstens een enkele auto nu en dan (wanneer 't bij een groote weg is) en desnoods een enkele vacantiegangster met nakende dijen. Zoo'n enkele auto voert je gedachten naar de Ubbachsberg of Ootmarsum. Verder geen litteratuur, kunst of diepzinnigheid.

28 juni 1950. Woensdag.

Op de fiets naar het Kinselmeer. Van huis om 10 over 6, weer thuis 10 voor half 10. Met het bootje om de Oranjesluizen, lekker winderig en klotserig. Lief gezicht op Durgerdam over het land (rooie daken boven het groen, klein kerkje landwaarts, geel wipbruggetje, een lang wit huis, gele torentje rechts). Bij het eind ongeveer van het meertje op den dijk gestaan, enkele witte koppen, enkele motorschepen, gezicht op Muiden, helder zicht tot Huizen. Weesp! Op het meer goud van de lage zon en toren van Ransdorp boven het riet, maar met iets grauws overal doorheen, zoodat Waterland er uitzag of ik daar nergens sympathie zou vinden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden