Woede

Oog vraagt om mes, kruis vraagt om schop

Bergen Ineke

'Ik heb in de afgelopen vier uur zeven mensen vermoord. Ik lijk verdomme wel een seriemoordenaar, op één dag.' Zo'n zin, daar kunnen mensen die niet van thrillers houden gek van worden. Weer zo'n psychopatische idioot, die als personage wordt opgevoerd, om geweld door de lezers' strot te drukken.

En excessief geweld is er, in Woede, van de Amerikaanse auteur Jeff Abbott . Mensen stuiptrekken en vallen, er stroomt bloed uit hun hoofden, de ogen zijn eindelijk bevrijd van hersenspinsels; er is een spervuur van bloed over het dashboard en tegen de voorruit; een brandende man stort uit een raam neer op de stoep; de eerste kogel raakt de magere gewapende man in het gezicht, een tweede doorboort Barkers voorhoofd, de laatste zwaaide af in het been van de tweede gewapende man; een onbeschermde keel, een kruis dat op een schop stond te wachten, een oog dat erom vroeg uitgestoken te worden.

Een bescheiden selectie uit de gewelddaden. Neem daarbij nog de adembenemende auto-achtervolgingen en andere actiecapriolen en de thriller zou verklaard kunnen worden tot voer voor actioten.

Maar daar is Jeff Abbott toch (veel) te slim voor. Het meest vreselijke geweld bestaat niet uit afgerukte lichaamsdelen of dode ogen, maar uit de aberraties van de menselijke geest, die altijd redenen vindt om een flink partijtje pijn te verspreiden. De jacht naar macht, geld, het lijken afgekloven clichés; toch berust zelfs de uitvergrote vorm op een naargeestige werkelijkheid.

Neem het Woede-verhaal. In het eerste hoofdstuk zijn Ben en Emily op huwelijksreis in Maui. Liefde, kussen, grappen, laatste dag. Hij gaat onder de douche, zij belt haar baas Sam, in Dallas. Brekend glas, Emily ligt op de keukenvloer, met een rode, reusachtige vingerafdruk op haar voorhoofd. Doodgeschoten. Maar ze moeten nog vrijen, lunchen en naar het vliegveld, denkt Ben.

Dit is geen liefdesverhaal, maar een hardvochtige reconstructie van Verraad, in de naam van geheime en nog geheimere diensten die alle grenzen overschrijden om hun valse idealen te verwezenlijken. Mensen die te veel weten, worden vermoord. Huurmoordenaars worden - bijvoorbeeld uit Belfast - ingevlogen. Zogenaamde terroristen worden afgemaakt. 'Zogenaamd', omdat er verdachten moeten zijn op wie alle schuld rust.

Soms klopt dat, even vaak klopt het niet.

Internationale, particuliere beveiligingsbedrijven die in 'moeilijke' landen als Irak en Afghanistan opereren, waar miljoenen op het spel staan en wapens bij betrokken zijn, geuren niet voor niets nogal eens naar moreel bederf.

Twee mannen die heel verschillende levens leiden komen op hardhandige wijze met elkaar in aanraking, om uit te vinden dat ze allebei gemanipuleerd en bedrogen zijn, door collega's, baas, vriend en vijand. Austin (Texas), Beiroet, New Orleans, Indonesië, plaatsen waar woede wordt gekweekt en uitgeleefd. De man die op één dag zeven mensen vermoordde, is geen psychopaat die plezier heeft in doden; degene die dat wél heeft, zingt, als zijn autoradio kapot is, het hele At Folsom Prison-album van Johnny Cash, achttien songs, en nog eens, traag en laag, als een defecte jukebox die gedoemd is tot in eeuwigheid dezelfde noten te spelen.

Het zijn harde en bonte figuren die het boek bevolken: één van hen loopt aan het einde - als in een western, maar zonder paard - het heldere zonlicht in, naar een nieuw begin.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden