Boekrecensie De akte van mijn moeder

Woede rondom de ontdekking dat zijn ouders voor de geheime dienst werkten, was de drijfveer voor een indrukwekkende roman (vier sterren)

András Forgách en zijn moeder.

Wat doet het met je als je, na de dood van je ouders, ontdekt dat zij beiden voor de geheime dienst hebben gewerkt? Als je in de archieven duikt en leest dat je vader én je moeder niet alleen vrienden en bekenden hebben aangegeven, maar zelfs ook over hun eigen kinderen belastende informatie hebben doorgespeeld?

Zoiets kan niet anders dan een grote woede veroorzaken en woede is dan ook de drijfveer die de Hongaarse schrijver András Forgách (1952) ertoe aanzette om de roman De akte van mijn moeder te schrijven. Of het echt een roman is, daar kun je over twisten. Het leest meer als een kroniek, een onderzoek, een afdaling in de krochten van de voormalige inlichtingendienst.

Anders dan in het huiveringwekkende Verbeterde editie van Forgáchs landgenoot Péter Esterházy, dat handelt over het dubbelleven van Esterházy’s vader en waarin veel gedreigd en gechanteerd wordt, stelt Forgách zich op iedere pagina de pijnlijke vraag: hoe heeft het zo ver kunnen komen dat eerst mijn vader en later ook mijn moeder geheel vrijwillig en vol overtuiging het belang van de staat boven het belang van het gezin stelden? Ja, het waren volbloed communisten, maar is dat genoeg? En welke rol speelden hun Joodse afkomst, hun jeugd in het Palestina van de jaren twintig van de vorige eeuw? Welke rol speelde hun uitgesproken afkeer van het zionisme?

De lezer wordt geacht enige kennis te hebben van zowel de ontstaansgeschiedenis van de staat Israël als van de Hongaarse variant van de ‘volksdemocratie’. Dan nog blijft het verbazingwekkend om te lezen hoe een pas gehuwd Joods stel besluit om, vlak voordat Palestina in Israël verandert, naar het communistische Hongarije te emigreren.

Begin jaren zestig wordt vader Forgách correspondent voor het Hongaarse persbureau in Londen. Hier nemen zijn spionageactiviteiten een aanvang, codenaam Pápai, zij het aarzelend en veelal tot ontevredenheid van zijn opdrachtgevers. Hier komt ook voor het eerst zijn geestelijk labiele situatie aan het licht, met om de zoveel jaar een zenuwinzinking tot gevolg.

Als hij niet meer betrouwbaar genoeg wordt geacht, benadert men zijn vrouw, de moeder van de schrijver. Onder de codenaam mevrouw Pápai blijkt zij een nog volhardender ‘tipgever’ dan haar man ooit was geweest. Dankzij haar rol als vertaler Hebreeuws weet ze paspoorten en visa te regelen voor familie en bekenden uit Israël. Een wonder in een tijd waarin Hongarije en Israël geen diplomatieke betrekkingen onderhielden.

Forgách doorspekt zijn onderzoek met talloze documenten. Rekruteringsdossiers, gespreksverslagen, onderzoeksrapporten, alles wat hij maar kon vinden in het archief van de staatsveiligheidsdienst, wordt geciteerd of in zijn geheel weergegeven. Dat veel van zijn vaders rapporten verloren zijn geraakt, of nog niet boven water zijn gekomen, zal een van de redenen zijn waarom hij zich met name richt op het dossier van zijn moeder.

Op de grote waarom-vraag komt geen sluitend antwoord en dat siert de schrijver. Iets wat in de buurt komt van een verklaring duikt op in het laatste hoofdstuk, bijna terloops: ‘Voor de kameraden waren ze Joden, voor de Joden waren ze communisten, voor de communisten waren ze Hongaren, voor de Hongaren waren ze migranten.’

Zo wordt dit indrukwekkende boek uiteindelijk een meditatie over uitsluiting, over waar mensen toe in staat zijn als ze niet meer tot een gemeenschap behoren. Als ze het idee krijgen, al of niet terecht, bewoners te zijn van het ‘sehol’, het Hongaarse woord voor ‘nergens’. Of, met één letter verschoven, van het ‘sheol’, het Hebreeuwse woord voor ‘dodenrijk’.

András Forgách: De akte van mijn moeder

Uit het Hongaars vertaald door Rebekka Hermán Mostert.

Cossee; 336 pagina’s; € 24,99.

Op allerlei manieren over boeken schrijven, daar is de boekenredactie van de Volkskrant de hele dag mee bezig. Maar hoe kiezen zij welke boeken uit het enorme aanbod worden behandeld, en hoe bepaal je wat goed en slecht is? Boekenchef Wilma de Rek: ‘Een roman is goed als je erin wilt blijven wonen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden