Woede en tijd

De terugkeer van de woede

Waarschijnlijk, schrijft Peter Sloterdijk in zijn nieuwe boek Woede en Tijd - Een politiek-psychologisch essay, is er in de wereldliteratuur geen grotere wraakfabel dan De graaf van Monte Cristo, een verhaal in de vorm van een feuilletonroman over een jonge zeeman uit Marseille. Op beschuldiging van afgunstige carrièristen zit Edmond Dantès veertien jaar lang gevangen in een door de zee omspoeld kerkerhol van het Château d'If. Na zijn ontsnapping neemt hij wraak, vereffent alle openstaande rekeningen en schakelt met koele berekening de veroorzakers van zijn leed uit, de een na de ander.

In die moderne Ilias, een roman die in afleveringen tussen augustus 1844 en januari 1846 verscheen in het Journal des débats, wilde Alexandre Dumas het verhaal vertellen van een toornige held die terugkeert om, als gaat het om een heilig recht, wraak te nemen. Veertien jaar lang koestert en zweert Dantès wraak. Hij komt op het spoor van een schat en gaat voortaan als een mysterieuze graaf door het leven. Zijn eed getrouw laat hij na zijn bevrijding zien hoeveel leed een onschuldig man zijn vijanden kan berokkenen.

Niemand kan ontkennen, meent Sloterdijk, dat de moderne tijden gekenmerkt worden door een ongekende 'cultus rond de excessieve wraak' en onderhevig is aan een 'inflatie van wraakfantasieën'. Toch moet men tegelijk ook toegeven dat die cultus tot op de dag van vandaag de blinde vlek van de cultuurgeschiedenis vormt. De fabel van de onschuldig in een kerker opgesloten jonge zeeman, die Sloterdijk als 'de boodschap van Monte Cristo' navertelt en analyseert, herinnert ons aan het razen van Medea en aan de furiën van Orestes, antieke teksten die hij in zijn boek parafraseert. 'De haat, de wraak, de onverzoenlijke vijandschap zijn plotseling weer onder ons gekomen! Een mengsel van vreemde krachten, onpeilbaar als de kwade wil, is de beschaafde wereld binnengesijpeld.' Er is, zegt Sloterdijk, tegenwoordig niemand meer die niet in de gaten heeft dat staten en bevolkingen van de westerse wereld, en via hen de rest van de wereld, al ruim tien jaar door een nieuw thema worden geprikkeld.

Ongetwijfeld zal de eerste helft van de 21ste eeuw gekenmerkt worden door immense conflicten, die zonder uitzondering door woedecollectieven en gekrenkte 'beschavingen' op touw worden gezet. Hoe kon, luidt een van de hamvragen in Woede en Tijd, de mening postvatten dat sinds het verdwijnen van de tegenstelling tussen Oost en West na 1991 mensen hun talent voor haatdragende gevoelens hebben verloren? Er zijn nog steeds populistische raddraaiers die voortdurend wijzen op de beledigingen, krenkingen en pijnlijke vernederingen die zij en hun volk jaren hebben moeten ondergaan. De haat is nooit ver weg, de opgestapelde woede is nog smeulend, de wraak verschaft zich een morele legitimiteit.

Fukuyama

Met zijn boek mengt Sloterdijk zich in een debat dat westerse intellectuelen sinds het begin van de jaren negentig bezighoudt. Het gaat daarbij, zegt hij, 'om de morele en psychopolitieke interpretatie van de postcommunistische situatie': de implosie van het 'reële socialisme' heeft het 'zegevierende kapitalisme' met de lastige taak opgezadeld praktisch in zijn eentje de verantwoordelijkheid voor de wereld op zich te nemen. 'Men kan niet zeggen dat de westerse denkers zich door deze stand van zaken tot buitengewoon creatieve antwoorden laten inspireren.'

Zijn essay over de woede vormt, met Francis Fukuyama's The End of History and the Last Man uit 1992 en recente studies van Boris Groys (Das kommunistische Postskriptum, 2006), het tot dusver meest doordachte systeem van uitspraken over de postcommunistische wereldsituatie. Sommige onderwerpen en motieven, zegt Sloterdijk, vloeien voort uit een denkbeeldige dialoog met Fukuyama's boek. De inspirerende geschriften van Groys, die om de een of andere onbegrijpelijke reden nog niet in het Nederlands zijn vertaald, zijn voor hem al sinds zijn vorige boek Het kristalpaleis - Een filosofi

e van de globalisering onmisbaar in dit grote debat.

Sloterdijk is een 'hyperbolisch' filosoof - dat zegt hij zelf. Hij jongleert met de taal en de beeldspraak. Soms, zeker in zijn magistrale magnum opus, zijn Sferen-trilogie, raakt de lezer verstrikt in de over elkaar buitelende en aangekoekte neologismen, metaforen en zinspelingen: 'woede-economie', 'woedepolitiek', 'woedegebeuren', 'woedeondernemers', 'woedebankiers', woedemanagement', 'woedeconservering' - het gaat maar door. Sloterdijk is geen grijze vakfilosoof, maar een polemisch denker en schrijver, een uitgesproken literair filosoof met een buitengewone interesse voor de kunsten (zoals ook blijkt uit de pas verschenen gebundelde 'esthetische stukken'). Zijn boeken schrijft hij met hetzelfde parlando als zijn toespraken. Hij is een begenadigd spreker. Hij zoekt het debat op, zijn boeken zijn opeengestapelde commentaren. Elk boek smeekt om weer een ander.

Kristalpaleis

Eigenlijk kun je Woede en Tijd lezen als een soort pendant van zijn filosofische essay over 'de hybride figuur van de globalisering'. In dat vorige boek, waarin het Londense Crystal Palace - een fonkelend warenhuis van de welvaart - figureert als de allesoverheersende metafoor voor de verwende 'hyperconsument', toonde hij aan hoe de droom van een steeds meer globaliserende wereld een illusie blijft voor miljarden mensen die 'vergeefs aan de deur van het paleis kloppen'. Op alle etages van die kristallen 'verwenningsruimte' zie je verveelde en gestresste mensen rondlopen die, zegt Sloterdijk nu in zijn nieuwe boek, lethargisch zijn, suf, cynisch en onverschillig, én gedemoraliseerd hun woede hebben gedoofd en uitgebannen.

Zij die worden buitengesloten en de toegang tot die shopping-mall worden ontzegd, zinnen op wraak. Hún woede is immens. Het is de kern van het nu vertaalde Zorn und Zeit, een titel met een vette knipoog naar Martin Heidegger waarvoor vertaler Hans Driessen terecht niet 'toorn' maar het veel ruimere 'woede' heeft gekozen: de cruciale vraag hoe wij in onze tijd omgaan met de terugkeer van de woede . Sloterdijk schrijft een cultuurgeschiedenis van de woede , van de Oudheid tot in onze door terrorisme geplaagde tijden. Hij schetst de woede van de toornige God, de sinds de Franse revolutie aangewakkerde 'verontwaardigingscultuur' en de door revolutionairen legitiem verklaarde klassenstrijd. Al aan het begin van de eerste zin van de Europese overlevering, luidt het in de aanhef van zijn scherpzinnig essay, in het beginvers van Homerus' Ilias, duikt het woord 'woede' op. 'Godin, bezing ons de woede van de zoon van Peleus, Achilles (...)' In het begin was het woord woede, de heroïsche woede van de krijger die een kracht huldigt die mensen uit de onderdanige maar ook onverschillige bekrompenheid bevrijdt.

Die opwellende kracht, bezongen in de oudste oorkonde van de Europese cultuur, klinkt nu archaïsch en voor sommigen zelfs ongepast. Nochtans is die oorlogszuchtige 'woede', sterker nog: de trots die ermee is verstrengeld, het gevoel van eigenwaarde, de bron van nobele deugden zoals moed, gulheid en gemeenschapszin, de bron van verzet tegen tirannie.

Het Griekse trefwoord voor het 'orgaan' in de boezem van helden en mensen die vatbaar zijn voor grote opwellingen, is thymos: hun trots, hun moed, hun kordaatheid, hun geldingsdrang, hun verlangen naar gerechtigheid, hun gevoel voor waardigheid en eer, hun verontwaardigdheid. Ook Fukuyama had het over de 'thymotologie', over de menselijke aanspraak op trots en grootheid. Ondanks het feit dat The End of History and the Last Man op tal van punten makkelijk gekritiseerd kan worden, zegt Sloterdijk, behoort dit boek van Fukuyama tot de weinige werken van de hedendaagse politieke filosofie 'die de zenuw van de tijd raken'.

Dat ongeremde streven naar succes, aanzien, erkenning en zelfrespect - ontegenzeggelijk verlangens van helden - is voor het eerst beschreven door Plato in De Staat. De ziel besta

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.