Witte roos op de vloedlijn

De honderd schrijvers uit het Pantheon kregen begin dit jaar een roos op hun graf. Een verslag is te zien op de website wievolgt.com....

Een passend Grieks-achtig zuiltje houdt de wacht bij de as van Louis Couperus, op begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag. De letters op Marcellus Emants’ grafsteen zijn bijna uitgewist door wind en regen. Betje Wolff en Aagje Deken, kort na elkaar gestorven, kregen in Den Haag een met een bloemensculptuur versierde plaquette, gezellig samen natuurlijk, zoals ze als ook één plaats in het Pantheon delen.

Aad Meinderts, directeur van het Letterkundig Museum, reisde de hele kille februarimaand lang met een cameraman langs de laatste rustplaatsen van zijn honderd Pantheon-goden, om een witte roos te leggen bij hun graf of urn. Het plan voerde hem ver, want niet alle schrijvers rusten in de Lage Landen. De as van Bert Schierbeek, bijvoorbeeld, werd verstrooid in zee bij Formentera, waar hij stierf. Het graf van Gerrit van de Linde ofwel De Schoolmeester, die naar Engeland vluchtte nadat hij de vrouw van een hoogleraar had bezwangerd, staat in een vervallen stadspark in een Londense buitenwijk. Meinderts stond er met zijn roos middenin de hondenpoep.

De dichter Focquenbroch stierf in Ghana, waar hij werkte voor de Westindische Compagnie. Zijn rustplaats is een fort aan zee, waar slaven werden verzameld voor ze het schip in werden gedreven. Meinderts: ‘Ik liep daar met een roos voor een dichter, die de slavernij bepaald niet heeft tegengehouden. Andere bezoekers legden geschenken neer ter gedachtenis aan hun voorouders, de slaven. Ik voelde enige gêne.’

Sommige rustplaatsen zijn beladen. Voor Jacob Israël de Haan reisde Meinderts naar Jeruzalem, waar de schrijver in 1924 werd vermoord. De roos voor Anne Frank kwam te liggen op een plaats waar geen erediensten werden gehouden, maar lijken werden opgestapeld: Bergen Belsen. ‘Daar had ik even geen tekst meer’, zegt Meinderts. ‘We hebben Canadese schoolmeisjes die er rondliepen gevraagd een stukje uit de Engelse vertaling van het Dagboek voor te lezen.’ Annes roos ligt in de nog wittere sneeuw, bij de gedenksteen voor haar en haar zus Margot.

De Belgen begraven hun doden graag groots. Willem Elsschot kreeg een joekel van een grafsteen in Antwerpen, Paul van Ostaijen niet minder dan een grafheuvel. Die eerbewijzen zijn minnetjes vergeleken bij het praalgraf van Hendrik Conscience, schrijver van De Leeuw van Vlaanderen. Voor zijn zuil ligt een enorme, hooghartige leeuw.

In Antwerpen stierf vermoedelijk ook de anonieme auteur van Beatrijs, maar bij gebrek aan een graf eerde Meinderts deze met een roos én een kaars bij het Mariabeeld in de Onzelievevrouwe-kathedraal – de Vrouwe zelve had immers de non Beatrijs, toen zij als hoer werkte, vervangen in het klooster. Louis Paul Boon ligt in Aalst, op eigen verzoek dichtbij de uitgang van het kerkhof, omdat hij graag de geluiden uit zijn nabijgelegen stamcafé bleef horen.

De rozen voor Cola Debrot, J. Slauerhoff, H. Marsman, Ida Gerhardt en Hugo Claus vonden een eerlijk zeemansgraf in de Noordzee, opgenomen in de golven, zoals de as van deze schrijvers. J.H. Leopold en Jan Wolkers werden beiden geëerd op Texel: Leopolds roos ligt op de vloedlijn aan zee, die van Wolkers in zijn eigen mooie tuin. Daar stond al een verse roos in een champagnefles, neergezet door zijn vrouw Karina.

Het beste grafschrift blijft dat van J.C. Bloem, op het kerkhofje van Paasloo: ‘Voorbij, voorbij, o en voorgoed voorbij.’ De site waarop foto’s en filmpjes te zien zijn van deze mooie literaire graventocht heet ‘Wie volgt?’. In de schrijvershemel zeggen honderd mannen en vrouwen het uitnodigend na.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden