recensie de wetten van de wereld - het grote verhaal van de wiskunde

Wiskunde is echt een vak, toont Launay met veel enthousiasme ★★★☆☆

De Fransman Mickaël Launay toont zijn lezers het aardige en eigenaardige van de wiskunde. Volmaakt is het boek niet, maar zijn enorme enthousiasme werkt aanstekelijk.

Mickaël Launay. Beeld Astrid di Crollalanza - Flammarion

In menige nachtmerrie is de hoofdrol nog steeds voor de wiskundeleraar. Geliefd was hij zelden, gevreesd des te meer. Rond zijn vak zweefde een aureool van vergeeflijke onbegrijpelijkheid: wie geen wiskundeknobbel had, was bij voorbaat kansloos. De leraar deed natuurlijk zijn best, maar concentreerde zich maar al te graag op de kleine groep bekeerden die gevoelig was voor zijn vak en vakbekwaamheid.

Een enkele leraar gaf de strijd nooit op en bleef aandringen op waardering voor het aardige en eigenaardige van de wiskunde. Zo’n leraar is Mickaël Launay, auteur van De wetten van de wereld. De uit het Frans vertaalde bestseller vertelt over de geschiedenis van de wiskunde en illustreert die aan de hand van een reeks historische doorbraken. De auteur is zelf actief als wiskundige – in een van de laatste hoofdstukken doet hij verslag van zijn promotie – maar heeft vooral een overdonderend en onverwoestbaar enthousiasme voor zijn vakgebied.

De geschiedenis van de wiskunde is lang en ingewikkeld. Wiskundige kernbegrippen zoals aantal en vorm ontstaan als succesvolle abstracties van de werkelijkheid en hebben diepe prehistorische wortels. Launay begint zijn verhaal in Mesopotamië met de symmetrische versieringen op aardewerken kruiken en eindigt met de grote wiskundecongressen uit het begin van de 20ste eeuw. Ondertussen passeren de Grieken, de Egyptenaren en de Arabieren de revue, totdat, op tweederde van het boek, Europa het heft in handen neemt en de moderne wiskunde aan haar opmars begint.

Het grote verhaal

Een compleet en systematisch historisch overzicht biedt dit boek zeker niet. De ondertitel, Het grote verhaal van de wiskunde, is informatiever dan de nogal pretentieuze titel: voor de (natuurkundige) wetten van de wereld biedt de wiskunde vooral een verrassend effectieve taal en formulering. Het grote verhaal zelf handelt over de onvoorstelbare rijkdom van wiskundige structuren, die op raadselachtige wijze verbonden is aan hun herkomst uit de werkelijkheid. De auteur illustreert dat, wellicht onbedoeld, door halverwege het boek de lezer uit te nodigen aan de slag te gaan met een door hemzelf verzonnen algebraïsche structuur, om al na twee bladzijden te concluderen dat dat waarschijnlijk verspilde moeite is: niet elke abstractie is nu eenmaal interessant, en de zijne is het zeker niet. ‘Zonder overdrijven’, schrijft hij, ‘wiskunde is echt wel een vak, hoor.’ Zo is het maar net.

Als dit boek beoogt meer te zijn dan een vlotte rondgang door de geschiedenis en de lezer ook een (mogelijk hernieuwde) kennismaking met de wiskunde wil bieden, dan bevat het een merkwaardige omissie. De auteur doet vreemd genoeg nauwelijks een poging om het idee van een wiskundig bewijs goed uit te leggen, terwijl daarin toch de kern schuilt van het succes van het vakgebied. De stelling van Pythagoras is sinds de oude Grieken immers onder alle omstandigheden overal en altijd waar, terwijl de inzichten van Einstein tot opluchting van de fysici telkens opnieuw worden bevestigd en in principe door elk nieuw experiment kunnen worden ontkracht. Natuurlijk, veel wiskundige bewijzen zijn buitengewoon ingewikkeld en lastig over te dragen, maar voor een aantal voorbeelden die in dit boek langskomen, valt dat juist erg mee. Voor de stelling van Pythagoras bijvoorbeeld, maar ook voor het inzicht dat er maar vijf veelvlakken zijn waarvan alle zijvlakken en alle hoekpunten identiek zijn, of voor het inzicht dat de punten op een lijn niet allemaal netjes afgeteld kunnen worden. Daar ligt een gemiste kans.

Franse slag

Ook andere passages die gaan over de wiskunde zelf in plaats van over haar historische helden, vertonen hier en daar onvolkomenheden  zo komt het essentiële limietbegrip (wat betekent het precies dat een steeds weer gehalveerd getal ‘willekeurig dicht bij nul’ komt?) er wel erg bekaaid van af. Maar deze Franse slag doet niets af aan het aantrekkelijke historische verhaal dat de auteur vertelt met veel kennis van feiten en veel liefde voor het anekdotische. De superenthousiaste wiskundeleraar van vroeger was ook niet altijd de beste uitlegger, maar redde veel van zijn leerlingen wel van een wiskundeloos leven. Mickaël Launay verdient waardering voor zijn welbespraakte lofzang op een vakgebied dat zijn waarde voor de wereld inmiddels ruimschoots heeft bewezen.

Mickaël Launay: De wetten van de wereld – Het grote verhaal van de wiskunde

Uit het Frans vertaald door Henriëtte Gorthuis en Nathalie Tabury. Balans; 280 pagina’s; € 23,99.

Mickaël Launay: De wetten van de wereld Beeld Balans
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden