Boeken

Winterswijk vervulde Gerrit Komrij met weemoed en weerzin

Leeft de geest van de schrijver voort in de stad die hij heeft verbeeld in zijn werk? Onno Blom gaat deze zomer op zoek en neemt fotograaf Renate Beemse mee. Vandaag: Gerrit Komrij en Winterswijk.

Het bronzen beeld van Gerrit Komrij, gemaakt door Jeroen Spijker, dat in het Gerrit Komrij College staat. 
 Beeld Renate Beense
Het bronzen beeld van Gerrit Komrij, gemaakt door Jeroen Spijker, dat in het Gerrit Komrij College staat.Beeld Renate Beense

‘Je bent niet ongestraft Winterswijker’, schreef Gerrit Komrij over zijn geboortedorp. ‘Weliswaar denken ze in dat dorp – net als in alle andere dorpen overigens – dat het in het middelpunt ligt en dat de rest van de wereld er net zo uit ziet – in werkelijkheid wordt het aan drie kanten omsloten door de Duitse grens en aan alle kanten door uitgestrekte bossen en moerassen: een dorp dat letterlijk met de rug tegen de muur staat. Een eindstation. Een ophaalbrugdorp zonder ophaalbrug.’

Zoals hij zijn leven begon, zo eindigde hij het ook: in isolement. Als jongen droomde hij ervan om zijn dorp zo snel mogelijk te verlaten. Gerrit wilde beroemd worden tot voorbij Amersfoort. Op zijn 18de vertrok hij naar Amsterdam en op zijn 40ste, ‘een zwerfhond ben ik geworden’, ging hij met zijn grote liefde Charles Hofman in Portugal in een paleis wonen. Toch bleef Komrij een nurkse dorpeling. ‘Maar dan wel één die levenslang bezig zal blijven zijn dorpsgewaden af te leggen. Een Achterhoeker die uit de hoek wil.’

In Vila Pouca da Beira, ook een ‘niemandsdorp’ aan het einde van een lange weg, tussen bossen en bergen – waar hij alweer negen jaar geleden werd begraven – dacht hij vaak terug aan Winterswijk: ‘Soms droom ik, in de verre hete zon, / Dat ik mijn dorpje even bezoek ga brengen, / De school, het groen, de straat waar het begon. / Geen wegen lopen er naar toe maar navelstrengen.’

De omgeving van de Jachthuisweg in Winterswijk. Beeld Renate Beense
De omgeving van de Jachthuisweg in Winterswijk.Beeld Renate Beense

Een aantal malen ben ik met Komrij teruggekeerd naar zijn geboortedorp. Toen we de Iepenstraat inliepen, waar hij op nummer 23 zijn prilste jeugd had doorgebracht, als jongste, gevoelige, dwarse, slimme zoon van een goedmoedige automonteur, leek het wel of het straatje, het bakstenen arbeidershuisje, het tuintje en het schuurtje waren gekrompen – en hij kromp ook zelf ineen. Het is een onooglijke plek.

Winterswijk vervulde Komrij met weemoed én weerzin. Zijn jeugd was een idylle geweest, maar als hij terugkeerde op zijn schreden, zag hij hoe nietig en gloedloos alles was. En hoeveel er inmiddels was verdwenen, omdat de gemeente de sloophamer gretig had gehanteerd. School O aan de Vredenseweg, waar zijn moeder hem op de eerste schooldag naartoe had moeten sleuren: weg. Slechts twee oude linden van het schoolplein staan er nog.

Ook de flat aan de Olmenstraat, waar zijn ouders naartoe waren verhuisd toen hij 16 was en waar hij een kamer met een eigen opgang had, waar hij boeken en jongens ongezien naar binnen kon slepen, bestaat niet meer. Een kaalgetrapte vlakte.

De Iepenstraat, waar Gerrit Komrij in zijn jeugd op nummer 23 woonde. Beeld Renate Beense
De Iepenstraat, waar Gerrit Komrij in zijn jeugd op nummer 23 woonde.Beeld Renate Beense

Vroeger hield hier het dorp op en begonnen de weilanden. Als eindexamenleerling was Gerrit getroffen door een mystieke blikseminslag: ‘Páng. Van het ene moment op het andere wist ik wat poëzie betekende. Op een vroege ochtend op de Jachthuisweg. Ik zag daar koeien. Ik zag daar een molen. Hollandser kon het niet. En toch gebeurde het daar.’ Je kunt het je nu niet meer voorstellen: een epifanie tussen glimmende villaatjes voor Achterhoekse nouveau riche.

De omgeving van de Jachthuisweg, waar Gerrit Komrij van de ene op de andere dag wist wat poëzie betekende. Beeld Renate Beense
De omgeving van de Jachthuisweg, waar Gerrit Komrij van de ene op de andere dag wist wat poëzie betekende.Beeld Renate Beense

Het had weinig gescheeld of ook het statige gebouw van de hbs aan de Zonnebrink was, net als de naastgelegen sociëteit De Eendracht, gesloopt. Er worden nu appartementen in gebouwd. Op de gevel valt weer te lezen: RIJKS HOOGERE BURGERSCHOOL. Maar wel in plakletters. In Verwoest Arcadië raakt Komrij’s alter ego Jacob Witsen in de greep van de bibliokleptomanie. Hij klimt langs de regenpijp omhoog om jaargangen van het literaire tijdschrift De Gids van zolder te stelen. ‘Een Hogere Burger was hij… Welaan! Hóóg stond hij in elk geval, daar in de dakgoot. Met een flinke sprong bereikte hij het rijksraam dat toegang gaf tot de rijkszolder. Hij mocht er niet komen, dus kwam hij er. ‘Verboden toegang’ was zijn lievelingstekst.’

Leeft de geest van Komrij dan nergens meer in Winterswijk? Toch wel. Boekhandel Kramer houdt een vaste kast voor zijn werk ingeruimd. En dan is er dat gigantische, glimmende gebouw waar hij nooit één stap heeft gezet, dat in gebruik werd genomen op de dag dat hij stierf: het Gerrit Komrij College. Zijn oude school werd in 2012 naar hem vernoemd. Niet tot ieders genoegen. Nogal wat Winterswijkers vonden hem een ‘nestbevuiler’. En een viezerik, die ‘mannen in zijn hol sleepte’.

Deel van een schilderij van Gerrit Komrij, gemaakt door Theo Daamen, in het Gerrit Komrij College.
 Beeld Renate Beense
Deel van een schilderij van Gerrit Komrij, gemaakt door Theo Daamen, in het Gerrit Komrij College.Beeld Renate Beense

‘Daar hoor je nu nooit iemand meer over’, zegt Ed de Graaf, conrector van het Komrij College. ‘Al vrees ik dat veel leerlingen geen idee meer hebben wie hij was.’ Toch hangen in de hoge hal foto’s van de dichter aan de wand, zijn bronzen kop staat op een sokkel en er is een vitrine met handschriften. Bovendien lopen de leraren tijdens de pandemie rond met mondkapjes waarop een stripfiguurtje is te zien met een rond brilletje op zijn wijsneus. ‘Gerritje’, grinnikt de conrector, ‘is de hoofdpersoon in onze verhalen.’

Een stoffen tas met daarop een afbeelding van ‘Gerritje’. Beeld Renate Beense
Een stoffen tas met daarop een afbeelding van ‘Gerritje’.Beeld Renate Beense

Het mooiste van Winterswijk: er weggaan. Vooral als je de trein neemt, en de avond valt. Pas na kilometers spoor verdwijnt de verlichte signatuur van de dichter uit het zicht, die metershoog op de gevel van de school staat.

Gerrit Komrij, lichtend baken op het eindstation.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden