Winnares P.C. Hooftprijs Anneke Brassinga: Een optimistische pessimist

Dinsdagmorgen werd Anneke Brassinga (Schaarsbergen, 20 augustus 1948) de prestigieuze P.C. Hooftprijs van 60 duizend euro toegekend voor haar gedichten. 'Gezellig knutselend' schiep deze eenling een exuberant en eigenzinnig oeuvre.

Anneke Brassinga.Beeld ANP

Een smartlap waar niets gelogen aan is, zo noemt Anneke Brassinga haar gedicht 'Karnemelkse pap' dat ze schreef op de sterfdag van haar moeder. Het staat in de bundel Timiditeiten (2003), en is ook het allerlaatste gedicht uit haar voortijdige verzamelbundel Wachtwoorden (2005). 'Karnemelkse pap' is zo muzikaal van taal en ritme dat de eenzaamheid van de dichteres erdoor lijkt te worden verlicht. Dit is de eerste strofe: 'Er was eens, er was eens, o waar gebleven-/ het is er nog, het kind dat stil aan tafel zat/ en lezen kon wat in de krinkels stond geschreven/ van zoete stroop op zure karnemelkse pap./ Ik ben nog kind, al werd ik een scharminkel/ dat oud en krom door straten dwaalt met wankle stap/ tot in het diepst geknakt, verkreukeld van verdriet;/ maar dat ik eens een kind was, dat vergeet ik niet.'

Een stil kind was ze, dat veel las, en dat werelden ontdekte in boeken. Het kinderlezen ging over in vertalen, wat voor haar op hetzelfde neerkwam: in het boek treden, en meemaken wat er staat. Een vertaler heeft een absoluut en devoot geloof in de tekst, meent Brassinga, die na de universitaire opleiding Literair vertalen (1967-1972) vertalingen publiceerde van onder meer Wilde, Nabokov, Beckett, Broch, Diderot, en Proust. Ze tekende ook in 1980 voor de vertaling van de bundel Ariel van Sylvia Plath. Die gedichten troffen Brassinga sterk door het heftige, authentieke karakter. 'Toen ben ik zelf ook gedichten gaan schrijven.'

Aangespekte prijzenkast

Haar eerste bundel was Aurora (1987), gevolgd door nog tien andere, met als meest recente Het wederkerige, die drie weken geleden het licht zag. Aan respons heeft het Brassinga nooit ontbroken: voor haar gedichten won ze eerder de Herman Gorter prijs (1990), de VSB Poëzieprijs (2002), de Ida Gerhardt prijs (2002), de Anna Bijns prijs (2005) en de Constantijn Huygens prijs (2008).

Allemaal opmaten tot de bekroning met de P.C. Hooftprijs die haar in mei 2015 zal worden uitgereikt, voor ongeveer vijfhonderd pagina's van nu eens exuberante, dan weer ingetogen, maar altijd eigenzinnige poëzie. Veel natuurbeelden, veel woordliefde ('O kornoelje!Schoon als struik,/ schoner nog als woord sta je in het groen'), veel vergeefse liefdes en ook in memoriams voor dierbaren, zoals haar vader: 'Laat zijn obscuur bestaan/ ontbonden zijn, luisterrijk behuisd/ in ruimte's oor dat onder onze voeten/ ligt. Ik klink op hem bij iedere stap'.

Het besef van droefenis kan voeren tot een grimmig-krassend of geestig-kraaiend verweer. Zoiets ruimt op, heeft ze wel eens gezegd: 'Je hebt je verdriet ergens in gestopt. Van een uitzichtloze verliefdheid kun je profiteren door er een gedicht over te schrijven. Na al dat gejammer en geschrijf kun je het lezen en denken: goh, dat is toch een fijn gedicht. Je had ook die ochtend uit het raam kunnen springen. Nu heb je nog tijd van leven én je hebt iets gemaakt.'

Al dichtende voelt de onmaatschappelijke kluizenares - soms te vinden in Amsterdam, of onvindbaar in de natuur, soms ook in Parijs of Berlijn- zich vrolijk. 'Dan ben ik heel gezellig aan het knutselen'.

Beeld Boekcover

Veel zoeken, weinig vinden

En dan rolt er een vers uit over vuilnismannen die ze 's nachts Schubert zingend door de stegen heeft zien gaan. 'Al wie ik zag was melancholisch aan het streven.// Zo kan ik doen alsof er nog een leven komt/ waarin ik eindelijk jou ontmoet- alsof wij/ in de schaduwen van morgen elkaar, hervonden,/ opnieuw voorgoed verliezen konden.'

In een ander gedicht uit haar nieuwe bundel trekt ze een hardhandige conclusie: 'Hoe stiller ik sta hoe meer ik minder', om vervolgens de waarde van dat nulpunt in te zien: 'De nederlaag zal overwinning zijn op/ al mijn schijngestalten-/ om te willen wat moet:/ ontketend ontbreken.'

Jezelf onder ogen zien, en met dat inzicht iets uithalen, niet vanuit vals optimisme, maar uit taal- en maaklust, en daardoor contact kunnen maken met het 'redeloos onding ik', met de natuur, met dierbaren, ook als ze overleden zijn: dat is de Brassinga-metamorfose die in haar gedichten gestalte krijgt.

Leven is veel zoeken en niet veel vinden, 'een beetje door het struweel lopen', zekerheden negerend, als 'optimistische pessimist' zonder God, op pad om 'iets te doorstaan/ dat niet te tillen is noch uit de weg te gaan.' Brassinga's wachtwoorden geven toegang tot desillusies die zo welluidend zijn geformuleerd dat ze nooit deprimeren, en zelfs in hun tegendeel kunnen verkeren, in 'vreugde/ die alle atomen te boven gaat'.

Beeld Boekcover
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden