Reportage Kamala Ibrahim Ishag

Winnaar van Prins Claus Prijs is ziener van Soedans eigenheid

Kamala Ibrahim Ishag (1939) ontvangt dit jaar de Grote Prins Claus Prijs, zo wordt vandaag bekend. Al sinds de jaren zestig probeert ze in haar kunst de identiteit van het immer verscheurde Soedan te vatten. Sinds de zomer gloort er hoop. Op bezoek in haar atelier in Khartoem.

Kamala Ibrahim Ishag in haar atelier in Khartoem, 2019. Beeld Mohamed Noureldin

Het mitrailleurvuur tegen de ongewapende betogers echoot in de nacht van die beruchte 3de juni door Khartoem. Paramilitaire schutters breken de vreedzame sit-in in de Soedanese hoofdstad op en doden meer dan honderd burgers. ‘Hier in huis hoorde ik de hele nacht het schieten’, zegt Kamala Ibrahim Ishag, ‘het was afschuwelijk.’

Ishag, gelauwerd Soedanees kunstenaar, geeft de ‘martelaren’ nu gestalte via olieverf. Hun gezichten – althans de contouren ervan – zweven tussen gele sterren tegen een achtergrond van donkerblauw, alsof ze losgemaakt zijn van de tijd. ‘De nacht van 3 juni was ook zo blauw’, zegt ze.

Het doek van zo’n 2,5 bij 4 meter staat in het hel verlichte atelier naast haar witgepleisterde woning in Khartoem. Als een eerbetoon-in-wording voor de Soedanezen die stierven voor hervormingen.

Sinds de militairen in april het ­regime van de gehate president Omar al-Bashir omverwierpen, eist de Soedanese burgerbevolking meer invloed. Protesten zoals die van de ‘martelaren’ van 3 juni hebben ertoe bijgedragen dat de militairen hebben beloofd de macht te zullen delen.

De jaren van corrupt bestuur en van westerse sancties tegen het Bashir-bewind hebben hun sporen nagelaten in Khartoem. Ook in de wijk Burri, waar ­Ishag woont. Ezels trekken houten karren voort op onverharde paden. Khartoem ademt armoe. Ishag heeft door de internationale verkoop van haar kunstwerken wel voor zichzelf een oase kunnen scheppen, met naast haar omheinde, twee verdiepingen hoge huis, tientallen vers gepotte planten.

Overzicht van het werk van Kamala Ibrahim Ishag, van de jaren zestig tot heden. Beeld JB Agency Paris

Over Soedans huidige, politieke zoektocht zegt ze: ‘Een mens moet hopen.’ Maar scepsis overheerst bij haar, vertelt ze. Ishag is dan ook getuige geweest van Soedans gehele post-koloniale periode – ze is van 1939. Ze beleefde de onafhankelijkheidsviering in 1956 en de militaire coup in 1969 door kolonel Jaafar Numeiri, de man die in 1971 zelf een couppoging doorstond maar in 1985 alsnog werd afgezet door militairen. Na een korte poging tot hernieuwd burgerbestuur in Soedan volgde in 1989 weer een militaire coup. Omar al-Bashir werd op zijn beurt dit jaar verdreven door, alweer, een militaire coup.

Als je daar zoal op terugkijkt als 80-jarige, wat zeg je dan? Ishag: ‘Wat er gebeurd is in Soedan maakt me bedroefd.’

Overzicht van het werk van Kamala Ibrahim Ishag, van de jaren zestig tot heden. Beeld JB Agency Paris

Vandaag wordt bekend dat Kamala Ibrahim Ishag de jaarlijkse Grote Prins Claus Prijs heeft gewonnen. De prijs, die in december wordt uitgereikt, is een ode aan individuen, groepen of organisaties die een belangrijke bijdrage leveren aan cultuur en ontwikkeling in regio’s waar de artistieke mogelijkheden beperkt zijn.

Het is een erkenning voor Ishags hele oeuvre. Naam maakte ze in de jaren zestig, als visueel kunstenaar en docent aan de toen levendige kunst­faculteit van de universiteit van Khartoem.

Ishag formuleerde ideeën over wat ‘Soedanees-zijn’ inhield in de net onafhankelijk geworden nieuwe staat. Ze greep daarbij ook terug op het verleden van ver voor de Brits-Egyptische periode. Haar vader, een hoge ambtenaar in het koloniale bestuur, noemde haar Kamala als verwijzing naar de vrouw van India’s onafhankelijkheidsleider Jawaharlal Nehru. In de jaren zeventig ging Ishag met haar conceptuele kunst nadruk leggen op de rol van vrouwen.

Overzicht van het werk van Kamala Ibrahim Ishag, van de jaren zestig tot heden. Beeld JB Agency Paris

Onderaannemers van de Britten

De opstand van 2019 is het werk van Soedanezen van wie er velen meer dan een halve eeuw jonger zijn dan ­Ishag. Studenten, bijvoorbeeld. Ishag ging niet naar de wekenlange sit-in bij het hoofdkwartier van het leger in Khartoem. Ze is scherp van geest maar de enorme mensenmassa’s, de temperatuur overdag van rond de 40 graden en de scherpe zon waren voor haar fysiek te veel gevraagd, zegt ze. Omdat Soedans recente omwenteling vragen oproept over de identiteit van het land, komt de thematiek uit Ishags eigen werk toch weer om de hoek kijken. Als een soort historische samenloop. Zoals in Khartoem de Witte en de Blauwe Nijl samen­komen.

‘Soedan moet uit de Arabische Liga’, riepen jeugdige betogers in april, op het hoogtepunt van het volksprotest in Khartoem. Ze demonstreerden bij de ambassade van buurland Egypte. ‘We willen hun geld niet’, zeiden Soedanezen, doelend ook op de steun van Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten aan Soedans militairen. De betogers uitten zich verder via grafitti’s, hún vorm van kunstzinnige expressie over Soedans identiteit.

Een eeuwenoude lokale kwestie kwam er weer mee naar voren: de ­positionering van Soedan ten opzichte van Sub-Sahara Afrika en de Arabische wereld. Bewoners van de vruchtbare Nijlvallei en de omliggende woestijn ondergingen vanaf de 7de eeuw arabisering vanuit het noorden. Na 1820 bezetten de Egyptenaren de regio. Zij werden later gereduceerd tot een soort onderaannemers van de Britten. Die moesten op hun beurt in 1885 een tegenslag incasseren toen generaal Charles Gordon tijdens de Slag om Khartoem de nek werd doorgesneden door strijders van de Mahdi, een lokale moslimleider die een grote opstand had ontketend.

Overzicht van het werk van Kamala Ibrahim Ishag, van de jaren zestig tot heden. Beeld JB Agency Paris

Bij de onafhankelijkheid in 1956 trad Soedan toe tot de Arabische Liga. In 1970 werd de op Arabische voorbeelden geënte vlag ingevoerd, met rood, groen, zwart en wit.

‘Het idee van Arabisch-zijn was destijds dominant’, herinnert Ishag zich. ‘Nu zijn jongeren teleurgesteld, door de manier waarop de Arabische ­wereld sindsdien Soedan behandeld heeft.’ Soedanezen werden door de Arabische Liga niet voor vol aangezien. Soedans machthebbers deden voor persoonlijk gewin wel zaken met rijke oliestaten in de Golfregio, terwijl ze hun bevolking verontachtzaamden. Onder Omar al-Bashir zetten vanaf 1989 de Moslimbroeders hun opmars voort, zij drongen hun strenge zedenleer nog verder op.

Overzicht van het werk van Kamala Ibrahim Ishag, van de jaren zestig tot heden. Beeld JB Agency Paris

Een glimp van een Nubische koningin

Ishag zegde in 1991 haar baan op bij de kunstacademie van de universiteit in Khartoem. ‘We kregen geen nieuwe materialen meer. Kunst mocht geen rol meer spelen in de samenleving. Waarom maakten de Moslimbroeders alles stuk dat mooi was? Hun ­islam was niet de ware islam. Nu is ­iedereen hen helemaal zat.’

Ishag vertrok uit Soedan, ze leefde tot 2012 in het buitenland. Haar inmiddels overleden echtgenoot had als jurist kantoren in Oman en Groot-Brittannië. Naarmate Soedan onder Bashir verwerd tot een pariastaat voor het Westen, nam onder westerse kunstliefhebbers de belangstelling voor Ishags artistieke creaties toe. Ze had veel exposities. Aan werk van haar hand hangt tegenwoordig een behoorlijk prijskaartje.

In het huidige post-Bashir-tijdperk zeggen veel jeugdige inwoners van Khartoem: ‘Wij zijn Afrikaans.’ Ze spreken Arabisch en zijn moslim, maar ontlenen inspiratie aan Nubië, Soedans noordelijke regio waar meer dan 2.500 jaar geleden de beschaving ontstond van het koninkrijk Kush. Ver voor de arabisering was dat. Een inheemse cultuur met hiërogliefen en piramiden.

Vergelijk de trots erop met de trots in hedendaags Egypte over zijn verleden. Denk ook aan de foto uit april van dit jaar van de demonstrerende Soedanese studente Alaa Salah met haar witte gewaad en goudkleurige oorbellen: kandaka werd ze genoemd, naar de Nubische koninginnen van weleer.

Ishag deelt deze vorm van identificatie. Het bekende beeld van Alaa ­Salah kent ze, ze volgt het nieuws in Soedan onder meer via Whatsapp. ‘Het voelt alsof de kandakas mijn ­eigen verre grootmoeders zijn’, vertelt ze, ‘familieleden van me zeggen dat Nubië de allereerste beschaving was, haha. Ik wil dat geloven. Het geeft me een gevoel van trots om af te stammen van de eerste mensen.’

Dit onder Soedanezen populaire zelfbeeld komt ook naar voren in het Nationaal Museum in Khartoem. Duizenden jaren oude aardewerken kruiken en kannen staan er in vitrines, naast granieten farao’s uit de noordelijke Nijlvallei. Het museum oogt als één grote archeologische schat­kamer. In 1971 al, bij de opening, bracht Ishag muurschilderingen aan boven de ingang van het museum – ze zijn nog steeds te zien. De schilderingen verbeelden diverse perioden uit het verre verleden. Eentje toont een kruis, een verwijzing naar het christendom dat meer dan 1.500 jaar geleden naar Nubië kwam vanuit het Byzantijnse Rijk en vanuit Aksum, een regionale grootmacht in wat nu Ethiopië is.

‘De christelijke periode in Nubië heeft een grote invloed gehad op mijn werk als kunstenaar, de kerken in die tijd waren fantastisch’, zegt Ishag. ‘Mensen zeiden weleens tegen me: ‘’Maar je bent toch moslim?!’’. Alsof het niet kan samengaan.’

Overzicht van het werk van Kamala Ibrahim Ishag, van de jaren zestig tot heden. Beeld JB Agency Paris

Een gruwelijk stuk ‘vergeten’ verleden 

Een mooi, verbindend verhaal lijkt het, al met al. Haast symbolisch ook is dat pal naast het Nationaal Museum de Vriendschapshal staat, het witte conferentiegebouw waar vorige maand de leiders van Soedans burgerbeweging en de militaire kopstukken hun handvest ondertekenden voor een gezamenlijk landsbestuur.

Een dimensie van Soedan die echter niet aanwezig is in het ‘nationale’ museum, is die van de zwarte bevolkingsgroepen uit de letterlijke en figuurlijke marges van het land. Toen het museum in 1971 openging, hadden rebellen in het zuiden van Soedan al 15 jaar gevochten tegen de gearabiseerde noorderlingen. Het zuiden was generaties lang het toneel geweest van slavenjacht. De oorlog zou met een adempauze doorgaan tot in de 21ste eeuw en uiteindelijk resulteren in de afscheiding van Zuid-Soedan in 2011.

Het gekortwiekte ‘noordelijke’ Soedan herbergt nog de zwarte bewoners van bijvoorbeeld de regio Darfur. Discriminatie en regelrechte vervolging waren hun deel onder Omar al-Bashir, hij is mede daarom door het Internationaal Strafhof in Den Haag aangeklaagd voor genocide. Gewapende groepen in Soedans gemarginaliseerde gebieden klagen nu dat ze onvoldoende aandacht krijgen in het politieke transitieproces in Khartoem. ‘Nubië’ zegt hen verder ook niet veel.

Ishag noemt dit historische vraagstuk ‘moeilijk’. Ja, zegt ze nu, een ‘nationaal’ museum mag eigenlijk wel aandacht gaan besteden aan meer gebieden in Soedan. Maar, voegt ze toe: ‘We hadden ook een relatie met Ethiopië.’ Wel meer van de gearabiseerde bewoners van Khartoem spiegelen zich aan Ethiopië, dat nooit langdurig aan koloniaal gezag werd onderworpen zoals vrijwel alle zwarte bevolkingsgroepen van Sub-Sahara Afrika. Ethiopië, waar gevoelens leven van exceptionaliteit en soms zelfs superioriteit.

Ishag denkt nog eens terug aan de nacht van die 3de juni van dit jaar. ‘Zoiets ergs hadden we nog nooit gezien.’ In Darfur is men aan zoiets allang gewend.

Kamala Ibrahim Ishag tijdens een tentoonstelling over Afrikaanse kunst in Londen, 1969. Beeld Prins Claus Fonds
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden