'Winderig, koud, nat, modderig, dát is hoe ik Yorkshire in mijn hoofd heb opgeslagen'

De Engelse regisseur Francis Lee debuteerde pas op zijn 48ste. En dan ook nog met een film vol wind en regen, waarin iedereen met het hoofd gebogen loopt. Zijn liefdesverhaal God’s Own Country is een groot succes.

Josh O'Connor als Johnny Saxby (links) en Alec Secareanu als Gheorghe Ionescu in God's Own Country.Beeld rv

De Britse pers noemt het een van de succesvolste debuutfilms van het afgelopen decennium: de wereldwijd met prijzen overladen film God’s Own Country van filmmaker Francis Lee (48). Ingrediënten: twee jonge schapenboeren, de even schitterende als zompige heuvels van het Engelse graafschap Yorkshire en een rauw liefdesverhaal.

De Engelsman Lee broedde jaren op zijn verhaal over de stugge Johnny, zoon van een schapenboer die zich eigenlijk te vaak bezat in de lokale pub om van nut te zijn op de boerderij. Als de schapen moeten lammeren, neemt Johnny’s familie de Roemeense Gheorghe aan als seizoenshulp; een mooie jongen van zijn leeftijd en veel zelfverzekerder dan Johnny ooit is geweest. Johnny raakt erdoor van slag. Hij benadert Gheorghe als een indringer, een rivaal. Maar zonder het te beseffen, valt Johnny voor Gheorghe. Hun toenadering begint als een vechtpartij, maar transformeert tot rauwe seks – een soort oerliefde tussen twee oermannen, gewelddadig en teder tegelijk.

Francis Lee: 'Dit is niet mijn familie en ik ben niet Johnny. Ik was dol op het buitenleven'Beeld rv

We ontmoeten Lee in Berlijn, waar hij vanachter een omvangrijke grijze baard vertelt hoe een publiek van ‘verschillende leeftijden, afkomst en seksuele voorkeur’ zijn film weet te vinden. Hoewel de internationale zegetocht van zijn film ten tijde van het interview nog moet beginnen, spreekt hij met onverholen trots over het feit dat zijn film niet alleen een lgbtq-publiek aanspreekt. ‘Dit is in de eerste plaats een liefdesverhaal’, zegt hij, ‘geen coming-outfilm.’

Net als zijn hoofdpersonage is Lee gay en houdt zijn vader schapen, maar daar houdt de vergelijking tussen de personages in God’s Own Country en hun geestelijk vader op. Zijn eigen jeugd was gelukkig, zegt Lee. De somberte van zijn hoofdpersonage is niet de zijne. ‘Wat de boerderij, het land en de dieren betreft, is de film autobiografisch, maar de personages zijn dat niet. Dit is niet mijn familie en ik ben niet Johnny. Ik was dol op het buitenleven.’

Hoewel hij opgroeide in een besloten boerengemeenschap, ervoer hij nooit problemen met zijn seksualiteit, zegt Lee. ‘Niet in mijn familie en niet in de buurt. Ik heb daarom ook nooit een film over homoseksualiteit willen maken. Dit is een verhaal over hoe moeilijk het kan zijn verliefd te worden, over jezelf kwetsbaar maken, je openstellen om liefde te geven en te ontvangen. Ik wist dat ik dat op een waarachtige manier in beeld kon brengen, omdat ik het zelf zo heb ervaren.’

Yorkshire als in zijn hoofd

Lee wilde bovenal een film maken die recht doet aan de omgeving waarin hij is opgegroeid. Jaren was hij in de ban van dat landschap en van de mensen die er wonen. Maar nooit zag hij een film uit deze streek met de beelden zoals hij ze in zijn hoofd had opgeslagen. ‘Winderig, koud, nat, modderig, dát is Yorkshire voor mij. Ik wilde geen plaatjes van mooie vergezichten laten zien. De film moest het effect van het landschap op de personages tonen: iedereen loopt met zijn hoofd gebogen, alsof ze het weer proberen te vermijden. Er zit maar één zo’n klassiek, weids landschapsshot in de film, waarmee ik laat zien dat Yorkshire ook erg mooi kan zijn. Het is het moment waarop Johnny het landschap voor het eerst samen bekijkt met de jongen op wie hij verliefd wordt.’

'Ik ontwikkelde de sterke wens om echte mensen in mijn films te laten zien.'Beeld rv

Echte mensen

Lee acteerde tot zijn 40ste, in het theater vooral, maar ook voor tv en film, waaronder een rolletje in Mike Leighs klassieke muziekfilm Topsy-Turvy (1999). Toen pas voelde hij zich zelfverzekerd genoeg om eigen verhalen te schrijven. Hij zei zijn acteercarrière vaarwel en nam een baantje in een kringloopwinkel, waardoor hij in staat was zelf drie korte films te financieren. Het was een omslagpunt in zijn leven, zegt hij. ‘Ik realiseerde mij hoezeer mijn werk tot dan toe een privilege was geweest, geen recht. Wellicht was ik wat losgezongen van het echte leven. Nu werkte ik met echte mensen – en ik ontwikkelde de sterke wens om echte mensen in mijn films te laten zien.’

Debuteren als speelfilmregisseur op je 48ste heeft zo zijn voordelen, zegt Lee. In zijn achterhoofd bevindt zich een uitpuilend visueel archief, waar hij belangrijke levenslessen heeft opgeslagen. Of herinneringen aan de indrukwekkende films die hij heeft gezien. Zelfverzekerd: ‘Ik vertrouwde erop dat ik mijn eerste film, God’s Own Country, op een manier kon vertellen die voor mij heel goed werkt.’

Zijn film is schatplichtig aan recente, naar de mainstream doorgebroken gaycinema zoals Brokeback Mountain, Weekend, Moonlight en Call Me by Your Name. Lee voegt daar een stevige dosis ongepolijst realisme aan toe, geleend van de Waalse filmbroers Dardenne, volop aanwezig in Lee’s visuele geheugen.

Perfect geluid

Lee heeft bovendien een fabelachtig oog voor het gure landschap: in zijn film oogt een heidebrand als een apocalyptisch tafereel en het geluid van de gure wind fungeert haast als een op zichzelf staand personage. ‘Het geluid is een van de belangrijkste elementen in deze film’, zegt de regisseur. ‘Ik stuurde de geluidsmensen naar Yorkshire om ze een complete database met omgevingsgeluid te laten opnemen. Ze hebben die geluiden vervolgens zeer precies georkestreerd. Als Gheorghe arriveert, hoor je een wind die ik de Gheorghe-wind noem. En als hij vertrekt, illustreert precies dat geluid het gemis dat Johnny op dat moment ervaart.’

'Als Gheorghe arriveert, hoor je een wind die ik de Gheorghe-wind noem'Beeld rv

Hij excuseert zich voor zijn uitweidingen. ‘Je denkt vast dat ik gek ben, maar ik hou van films waarin ik volledig kan opgaan. Ik wil dat niets je uit de film kan halen. De camera zit boven op de personages – dus moest het geluid ook perfect kloppen.’

God’s Own Country is zijn antwoord op het clichébeeld van het schoongepoetste boerenland uit de romans van de 20ste-eeuwse Engelse romanschrijver Thomas Hardy, zegt Lee, of uit The Darling Buds of May (1991-1993), een tv-serie over een vrolijke boerenfamilie op het Engelse platteland in de jaren vijftig van de vorige eeuw. ‘Een schone, mooie wereld met opgewekte boeren, altijd zonnig, picknicks met cider: dit is wat veel mensen zich voorstellen bij het platteland, dacht ik. Mijn film laat zien hoe het écht is.’

Struikelen richting Brexit

In het artikel The new wave of British countryside movies: ‘It's all about the mud and the wind’ in The Guardian, plaatst de Engelse filmjournalist Xan Brooks God’s Own Country in een trend van recente Engelse plattelandsdrama’s. Brooks beargumenteert dat God’s Own Country met The Levelling van Hope Dickson Leach en Dark River van Clio Bernard (in september in de Nederlandse bioscopen) een ‘geïsoleerd en arm’ Engeland laten zien dat ‘richting Brexit struikelt’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden