WIM SONNEVELD

Een stoute blijheid had Wim Sonneveld over zich: hij was op zijn best als hij iets deed dat nieuw en oneerbiedig was....

STEL DAT hij niet was overleden op die vrijdag, 25 jaar geleden, en nu - meer dan tachtig jaar oud - dit profiel onder ogen zou krijgen. Zou hij er dan rustig voor gaan zitten? Zou hij het uitlezen? Waarschijnlijk niet. Hooguit eroverheen vliegen.

Wim Sonneveld had niet de rust iets op zijn gemak te doen. 'Hij deed altijd alles snel', zegt Willem Nijholt, die samen met Corry van Gorp optrad in de laatste show van Sonneveld (1971). Ina van Faassen, compagnon in 1967, zegt in het boek De Wereld van Sonneveld uit 1975: 'Hij was werkelijk de vlugste man die ik ooit heb meegemaakt.'

Als hij tegen zijn vriend Friso Wiegersma zei: 'Kom, laten we gesellig eens boodschappen gaan doen', dan antwoordde die: 'God Wim, als 't maar ook écht gesellig is.' Wiegersma, nu 73: 'Hij bleef nog geen seconde in een winkel. Je kon 'm haast niet bijhouden. Zo ontzettend rusteloos.

'Had hij net een nieuw huis, helemaal ingericht, wilde hij er weer uit. Ook in zijn programma's was hij altijd weer op zoek naar iets anders. Bang vast te roesten.'

Het is een van de bronnen van zijn artistieke veelzijdigheid. Sonneveld hield niet van dingen die af waren, al was hij wel perfectionistisch. En intelligent en cosmopolitisch, volgens Wiegersma. 'Hij stond altijd open voor nieuwe dingen. Sprak zijn talen - Frans, Duits en Engels - impeccable, smetteloos.'

Wim Sonneveld is de geschiedenis in gegaan als een van de grootste cabaretiers. Dat is deze maand, een kwart eeuw na zijn overlijden, reden voor terugblikken en aubades. Er is een cd-box met zijn werk verschenen, en zondagochtend vertoont het Amsterdamse Tuschinski Theater de film Het wonderlijke leven van Willem Parel. In deze film uit de jaren vijftig speelt en zingt Sonneveld zichzelf. De film was de opmaat voor een rol in de Hollywood-film Silk Stockings, waarin hij samen met Fred Astaire acteerde.

Zelf zou Sonneveld zich entertainer noemen. Een die kon zingen, performen en acteren. Vooral bij de generatie die hem bewust heeft meegemaakt - nu vijftig, zestig en zeventig jaar oud - liggen uitspraken van zijn typetjes nog steeds voor op de tong. Sonneveld als draaiorgelman Willem Parel: 'poen, poen, poen, poen!'. Als Utrechtse kruidenier-aan-huis (een verwijzing naar het beroep van zijn vader): 'Sonneveld, mevrouw!'. En als de zingende Frater Venantius: 'Zeg maar ja tegen 't leven' (met zachte g).

Die laatste gewaagde persiflage op het soeur sourire-verschijnsel, van de hand van Michel van der Plas, bracht een schok teweeg in het, vooral Limburgse, katholieke volksdeel. Stapels ingezonden brieven waren het resultaat.

Maar hij won er een Edison mee en werd held van het volksvermaak. Soms tot zijn spijt: naast de entertainer die uit elke elitaire rol wilde breken, koesterde Sonneveld ook het imago van de erudiete, kunstzinnige cabaretier. Die overigens wel zijn publiek met een zeker dédain benaderde. Sonneveld was op zijn best als hij iets had dat nieuw en oneerbiedig tegelijk was. Een stoute blijheid, die je nu nog vooral bij Paul de Leeuw aantreft: een groot kind in een kleine kunst. Maar dan lyrischer.

Hij hield van verrassingen en balorigheid, al kon dat laatste verzanden in geschmier of nauwelijks genietbare slapstick. Als eerste artiest gooide hij met de woorden 'belazerd', 'bedonderd' en 'besodemieterd'. Meesterlijk vertolkte hij het verhaal Croquetten van Simon Carmiggelt: met 'patte-de-pat' als frietenvetgespetter. Nijholt: 'Later zei hij tegen mij: ''Willem, ik zou zo graag eens een mooi programma willen maken met alleen maar liedjes. Het publiek wil het niet. Maar ja, ik heb ze zelf kroketten verkocht''.'

Toch was Sonneveld in staat die populaire typetjes de rug toe te keren als ze de artiest in hem dreigden te verdringen. Zijn grootste kracht op het podium was toch zijn charme. De sexy lampjes in zijn ogen. Mooie vent, tikje feminien (als jongeling, slank en blond, was hij bijna ontvoerd door twee Arabieren). Een charmante leugenaar met een harde zakelijke instelling. De tent moest draaien. Een geboren leider ook, die vreemd genoeg ontzettend bang was solo op het toneel te staan. Zijn kleedkamer stond vaak vol kalmeringspillen. Nijholt: 'Voor aanvang stond hij in de coulissen bekken te trekken van angst.'

Daarom zocht hij altijd artiesten op om een ensemble mee te vormen. Hij boorde de talenten aan waarvan hij dacht dat ze hun ontwikkeling ten goede kwamen. En die hij ook zelf goed in zijn shows kon gebruiken. Hij zocht zielsverwantschap, ontdekte de comédienne in Conny Stuart, lanceerde Marijke Merckens en Corry van Gorp en inspireerde de halve kleinkunstwereld in de jaren zestig tot nieuwe initiatieven.

Nijholt: 'Tijdens Aktie Tomaat was ik ziek van de agressieve kritiek. Bleek de grote Sonneveld mij te zoeken voor zijn nieuwe show. Hij kwam binnen, rende door mijn huis, gooide de rotzooi opzij en stond vervolgens sinaasappels voor me uit te persen. Het werd leren en lachen. Ik heb vooral van hem geleerd hoe je die gierende zenuwen op het toneel kan inzetten om het publiek naar je toe te zuigen. De grimas van angst wordt een grimas van begerigheid.'

Wiegersma herinnert zich nauwelijks iets negatiefs over zijn vroegere levenspartner: 'Hij was een grote inspirator. Bezat altijd over-energie. Alsof je een blikje spa rood opentrok. Speelde hij een vlieg, kroop hij in elkaar. Was hij een klopgeest dan vloog hij over het hele toneel. Alleen zijn homoseksualiteit hield hij voor zichzelf. Aan coming out deed hij niet.'

Sonnevelds belangstelling voor anderen, wekte bij hen de indruk dat ze intiem met hem waren en hem goed kenden. 'Hij hield echter altijd iets achter', zegt Wiegersma, 28 jaar Sonnevelds levensgezel. 'Ook voor mij. Hij had ook een serieuze, depressieve kant. Dan zat hij op een stoel met zijn hoofd tussen zijn handen en kwam niet meer uit zo'n bui. Spleen. Weltschmerz. Dat verdween wel met de jaren.'

Toch herinnert ook Nijholt zich dat Sonneveld zijn depressies wegstopte achter luchtigheid. 'Zijn boventoon was vrolijkheid, zijn ondertoon melancholie. Sonnevelds kleedkamer was altijd privé. Eén keer heb ik hem daar zien zitten met een knalrood hoofd. Zo ontzettend treurig. Eén intimiteit heb ik me toen gepermitteerd: een kus op zijn kale kop. Zijn toupet moest nog op.'

Volgens Huub Janssen, de eerste vriend van Sonneveld, die jarenlang nog in een ménage à trois samenleefde met Wiegersma erbij, had Sonneveld een grote bedoeling met zijn leven, verborgen in een mysterieus geloof. Janssen, ex-kloosterling, haalde hem over katholiek te worden. De beeldjes en bidprentjes en het ironische bijgeloof deden Sonneveld denken aan de ironische humor van zijn familie.

Zijn moeder overleed toen hij vijf was. Met zijn vader had hij weinig contact. Een ongelukkige jeugd. Zelf zou hij dolgraag een zoon hebben gehad. In plaats daarvan wierp hij zich op als gemankeerde vader voor de artiesten met wie hij optrad. Hij regelde een reisbeurs naar Amerika voor Corry van Gorp en was verbitterd toen ze niet durfde te gaan. Nijholt: 'Hij kookte altijd voor ons voor het optreden. Stond hij thuis visjes te bakken. In hotels zorgde hij ervoor dat we stipt verschenen aan het ontbijt.'

Ook een andere wensdroom ging nooit volledig in vervulling: een tour de chant. Sonneveld vond zijn lyrische inslag zelf het sterkst. Met eenvoudige liedjes kon hij wonderen doen. Daarom, meent Nijholt, 'zullen zijn liedjes overleven, niet zijn typetjes'.

Dat bleek deze week uit het Gala van het Nederlandse lied, waar de fine fleur van het luisterlied een ode aan Sonneveld bracht. Karin Bloemen zong op het gala, dat zaterdag op tv wordt uitgezonden, een nostalgische versie van Het Dorp (Marco Borsato zou het zingen, maar die had het vliegtuig gemist). Volumia! maakte van Sonnevelds grootste hit De kat van ome Willem een luchtig niemendalletje. En Tonny Neef viel in voor Rob de Nijs met een schitterende imitatie van Margotje. Als enige kwam hij in de buurt van de scherpe dictie van Sonneveld.

De jonge generatie lijkt Sonneveld slechts nog te kennen van deze chansons vol kwetsbare gelukzaligheid. Het Dorp staat op nummer 2 van de Nederlandstalige Top 50, mede door de r & b-bewerking van De Vliegende Panters. Hun componist Rutger de Bekker (27) ervaart het lied telkens als 'lichtpunt van de voorstelling'. Zelf kende hij Sonneveld alleen uit de platencollectie van zijn ouders. 'Op de kleinkunstacademie kregen we één les over hem. Ik kan me er weinig meer van herinneren.'

Tijdens de herdenkingen afgelopen week bleek dat er een nooit uitgebracht lied Rob bestaat, met een tekst van Friso Wiegersma, over een plakkerige vervelende kennis. In het refrein keert telkens een hartaanval terug, mogelijk de reden waarom het lied kort na zijn dood met terughoudendheid is behandeld.

Volgens Nijholt is Sonneveld echter gestorven aan een gebroken hart: 'Elk jaar sloot hij zich een week op in een gezondheidscentrum. Liet hij zich met koud water bestralen. Doktoren keken zijn hart telkens na. Daar was niets mis mee. Maar toen critici Op Hollandse Toer kapot schreven, de film van Harry Booth waarin Sonneveld een bus vol toeristen door Holland gidst, kwam die klap verschrikkelijk hard aan.'

Bij hoge uitzondering schreef Sonneveld een geëmotioneerde brief van twintig kantjes, waarin hij de gelijkhebberige toon van de kritieken aanviel. Het was zijn wensdroom een komische film te maken. En nu die er was, zag hij de realiteit grondig verpest. Zijn inmenging kon de film, opgenomen eind 1973, echter niet meer redden. Op Hollandse Toer is nooit uitgezonden. Alle kopieën zijn destijds vernietigd, is te lezen in het boek Wim Sonneveld van Henk van Gelder.

'Ik ga mijn levensritme veranderen', zei Sonneveld op 7 maart 1974 vanaf de intensive care via de telefoon tegen Henk van der Meyden, die zich als enige journalist had vastgebeten in een ziekenhuis-interview. Twee weken eerder had hij onderweg van Amsterdam naar Rotterdam een hartaanval gehad. 'Ik jaagde mezelf maar achterna. En ontspannen kon ik niet. (. . .) Maar om heel eerlijk te zijn, zou ik nu zo uit bed willen springen. Ik voel me energieker dan ooit. Ik ben nu eenmaal zo onrustig.'

Een dag later stond het korte telefoongesprek paginagroot in De Telegraaf. Die ochtend overleed Sonneveld aan een tweede fatale hartaanval, nog geen 57 jaar oud.

'Mijnheer Sonneberg is dood', zeiden de mensen als ze elkaar groetten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden