Wim Schouten, terrible twin van de Bezige Bij

Wim Schouten, die donderdag op 77-jarige leeftijd overleed, was een ouderwets uitgever. Met Geert Lubberhuizen bouwde hij De Bezige Bij uit tot een unieke coöperatieve vereniging....

HIJ STAMDE uit een tijd dat een uitgever nog alle facetten van het métier beoefende. Schouten deed in de jaren vijftig de verkoop en de financiën van De Bezige Bij. Hij reisde drie keer per jaar met zijn seizoenaanbiedingen vijfhonderd boekhandels in de regio af en werd, noteerde hij in zijn herinneringen, in zijn verkoopdrift alleen gepasseerd door Geert van Oorschot, Olympisch kampioen onder de literaire handelsreizigers.

Schouten, zoon van een commissionair in effecten, was boekhandelaar in de oorlogsjaren. Hij wilde dolgraag uitgever worden. De kans kwam toen de twee oprichters van de Bij, Lubberhuizen en Charles van Blommenstein, hem vroegen tot de directie toe te treden omdat ze zelf niet in het bezit waren van het uitgeversdiploma.

De gevestigde uitgevershuizen waren bang dat hun schrijvers naar de Bij zouden overstappen. Rond de nieuwe uitgeverij hing, hoeveel miskleunen Lubberhuizen en Schouten soms ook maakten, iets jongs en onbezonnens. Het daverde er van de feesten. De oorsprong in de illegaliteit riep avontuur op. 'We konden', zei Schouten later, 'makkelijker papier krijgen, krediet bij de bank. We waren altijd helden, ook al deden we niks. Een heerlijk gevoel. En dat hebben we ook niet bestreden, verre van dat.' Al die jonge linkse schrijvers, die na de oorlog bij de Bij terecht kwamen, vonden dat prachtig.

Van Blommenstein verdween al spoedig uit het zicht. Met Geert Lubberhuizen voerde Schouten in de eerste jaren van de Bezige Bij de directie, als de terrible twins. Lubberhuizen was het geniale, impulsieve, soms raadselachtig opererende brein van de Bij. Schouten was de man van de cijfers en de centen. 'Wat Geert niet had, had ik.'

Schouten waarschuwde tegen riskante avonturen en hoge verwachtingen. Lubberhuizens levensverhaal is dat van De Bezige Bij. Voor Schouten waren het zijn mooiste uitgeversjaren. Hij vertrok in 1956 naar de papiergroothandel Proost en Brandt en ging daarna naar Kluwer waar hij het blad Hollands Diep oprichtte en ter ziele zag gaan. 'Wij waren in die tijd ongelooflijk arm', zei hij over de Bij, 'maar ik vond het leven één groot feest. Er onstonden op kantoor spontaan feesten, er werd gedanst, gedronken.' En als alles op was trokken ze door naar de café's en De Kring op het Leidseplein.

De essentie van de Bij was voor Schouten in die jaren dat de uitgeverij geen gezicht had. 'Het was een heel persoonlijke keuze en die draaide om persoonlijke vriendschappen. We hadden een club bij elkaar gebracht van vrienden.' Er zijn in die beginjaren bij de Bezige Bij kapitale fouten gemaakt en drieste uitgeversavonturen gestrand. W.F. Hermans' De tranen der acacia's werd geweigerd wegens een paar 'onwelvoeglijke' passages. Het duurde lang voor de Bij in die groep van schrijvers uit de jaren vijftig De Vijftigers ontdekte.

Onder de terrible twins werkten redacteuren als Bert Schierbeek, Adriaan Morriën en Koos Schuur, die nieuw talent aandroegen dat even vaak werd afgewimpeld als geaccepteerd. Nog jaren lang dreef de uitgeverij op het oeuvre van Willy Corsari. Een literaire uitgeverij was de Bij nog allerminst. 'Het was allemaal heel bescheiden, die twee gifkikkers op dat kleine uitgeverijtje', zei Schouten over die tijd. 'De grote bloei in de literatuur kwam pas in de jaren zestig.'

Na zijn vertrek in 1956 bleef Schouten nog aan de Bij verbonden. Als onbezoldigd administrateur en raadgever bleef hij hameren op zijn stokpaardje: 'Je kunt niets in de uitgeverij als je het geld niet in de gaten houdt. Ook in de cultuur, om dat verschrikkelijke woord te gebruiken, moet je op de centen passen. Je moet weten wat je doet, anders ga je kapot. Die boodschap heb ik steeds aan de Bij meegegeven, ook toen ik als directeur weg was.' Hij was een gepassioneerd propagandist van de Boekenweek en het Boekenweekgeschenk, van boeken van de maand en van het Boekenbal.

Over zijn memoires, verschenen onder de titel Een vak vol boeken, zei hij bij het verschijnen: 'Als je het boekje fijn knijpt komt er pure alcohol uit.' Een uitgever, was zijn credo, moet tegelijk zakenman zijn, mecenas, gokker en liefhebber. Gaat een van die elementen overheersen, dan is het fataal.

Willem Ellenbroek

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden