Willen weten of niet willen weten

Sterke plotwendingen en intrigerende zijpaden kenmerken nieuw meesterwerk van Javier Marías

Sterke plotwendingen, intrigerende zijpaden en weemoedige gedachten kenmerken dit nieuwe meesterwerk van Javier Marías.

Beeld ©Ferdinando Scianna / Magnum Ph

In het eerste deel van Zo begint het slechte gaat Javier Marías flink te keer tegen de politieke witwassers die in Spanje na de dood van dictator Franco in 1975 als paddestoelen uit de grond schoten. De meeste Spanjaarden hadden de dictatuur actief gesteund of ermee geheuld, of haar in elk geval gedoogd. Maar in de democratische tijden die waren aangebroken, wilde niemand daar graag aan worden herinnerd.

Onfatsoenlijk

In wat volgt, lijkt Marías dit collectieve vergeten persoonlijk te willen maken. Het is 1980 en Spanje is in een feeststemming, ondanks het nog altijd niet geweken gevaar van een nieuwe militaire dictatuur. Juan de Vere, de administratieve klusjesman van filmregisseur Eduardo Muriel, krijgt opdracht van zijn baas om in het verleden van diens goede vriend Jorge Van Vechten te graven, een kinderarts die in de Franco-tijd gezinnen had geholpen die vanwege hun republikeinse verleden zo ongeveer als onderduikers moesten leven. Maar er hangt ook een luchtje aan de arts. Hij schijnt een of meerdere vrouwen 'onfatsoenlijk te hebben behandeld', zo heeft Muriel begrepen. Hij wil weten wat zijn vriend op zijn kerfstok heeft.

Juan ontdekt dat Van Vechten inderdaad zieke kinderen uit armlastige gezinnen heeft geholpen, maar ook dat hij dit allesbehalve belangeloos deed. In ruil voor zijn diensten eiste hij in nature betaald te worden door de moeder of de oudere zus van de kinderen die hij beter had gemaakt. Maar ineens verliest Eduardo zijn interesse in het verleden van de arts doordat deze het leven van zijn vrouw Beatriz redt. Hij wil Van Vechten graag blijven zien als de vriend die zijn echtgenote voor de poorten van de dood heeft weggesleept.

Leugen

Eduardo Muriel weet maar al te goed wat de gevolgen kunnen zijn van onthullingen over het verleden. Op een avond is zijn hulpje Juan de Vere getuige van een gruwelijke scène. Beatriz smeekt haar man om haar binnen te laten in zijn slaapkamer, maar in plaats van gehoor te geven aan haar smeekbede houdt Eduardo de deur dicht en werpt hij zijn vrouw het ene na het andere grove scheldwoord toe.

Waarom behandelt deze aardige man zijn prachtige vrouw op zo'n hondse manier? Dat is de vraag waarop Juan op zijn beurt het antwoord wil weten. En dat vindt hij. Jaren eerder, aan de vooravond van hun huwelijk, heeft Beatriz Eduardo een leugen verkocht die diens leven in een ongewenste richting heeft gestuurd.

Meer nog dan het bedrog zelf verwijt Eduardo zijn echtgenote dat zij haar leugen niet voor zich is blijven houden, maar hem deze jaren later in een opwelling heeft opgebiecht. Daardoor kwam zijn verleden in een ander daglicht te staan zonder dat hij daar nog iets aan kon veranderen.

Sterke plotwendingen

Dankzij deze sterke plotwendingen - die Marías zoals te doen gebruikelijk van talloze intrigerende zijpaden voorziet - maken politiek, waarheidsvinding en de morele implicaties daarvan langzaam maar zeker plaats voor een prangende existentiële vraag: moeten we wel willen weten wat we nog niet wisten? Het is een vraag die, zo weet Juan de Vere, ook zijn eigen leven zal overschaduwen.

Marías snijdt in Zo begint het slechte een onderwerp aan dat hij al eerder gestalte gaf in meesterwerken als Een hart zo blank en Jouw gezicht morgen. Maar meer dan ooit is het doordesemd van de donkere, weemoedige gedachte dat de kwestie van weten of niet weten een futiliteit is in het licht van onze vergankelijkheid. Niet lang na onze dood, zo houdt Marías ons voor, zal niemand meer weten van ons.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.