WILLEM OLTMANS

U BENT de sigaar! Ik heb nu vierhonderd telegrammen van Luns en die andere rotzakken, u hangt' Aan het woord is Willem Oltmans, en de geadresseerde was minister van Buitenlandse Zaken Van den Broek....

De gekrenkte schrijver heeft lak aan iedereen, maar kent ook weinig gevoel voor decorum als het hemzelf betreft. Als hij een uitsmijter heeft besteld ('ja, van die doorgeprikte kliedertroep') voegt hij toe: 'Nee, geen spek, mijn reet is al volkomen out of proportion.' Oltmans heeft een gladde kop van gepolijst marmer met een stoere, vierkante kaakpartij. Zijn gezicht is opvallend breed en plat, alsof hij kort na zijn geboorte een ferme slag met een koekenpan heeft moeten incasseren. Zonnebrillen staan hem alsof hij ermee geboren is.

Hij spreekt met een geaffecteerde tongval en heeft een beschaafde, bijna Britse uitstraling. We zien Willem zo in een glossy tijdschrift stijlvolle colberts van zuiver scheerwol showen, een heer op leeftijd die er nog wezen mag. Maar in de reclame voor Smirnoff-wodka zou hij het ook goed doen. Als hij door de toverfles werd gepasseerd, zou hij voor een moment in een bejaarde sater veranderen.

Oltmans lijkt permanent high. Hij is tot de nok toe gevuld met een maniakale energie die nauwelijks in toom valt te houden. Dit komt hem soms van pas. Hij kan indringend spreken en met overtuiging. 'Tension opvoeren, daar ben ik super in - van Soekarno geleerd.' Doch als hij zich weer eens tekort gedaan voelt, explodeert hij in een vruchteloze en gênante razernij. Dan kent zijn verongelijktheid geen grenzen. 'Klootzakken', 'miserabele dilettanten', 'bedriegers' - ze zijn allemaal 'van de ratten gevreten'. Any bastard that opens his mouth krijgt zijn trekken thuis. De beminnelijke gentleman verandert op slag in een manische demon, een tierende, razende waterval van woorden. 'Wat denkt u wel dat u mij. . .' Honend, met snerpende, schelle uithalen en overslaande stem, zijn zinnen met rammelend Nederengels doorspekkend, bestookt hij zijn kwellers: 'aaaaabsoluut schandaaaaaaalig. . .'

Oltmans is een aristocratische plebeeër. Hij combineert de charmes van de wellevende man van de wereld met de tact van een straatvechter. En altijd knettert hij maar door - 'I've had it till here, absolutely' - als een ratelende babbelbox die zich niet meer laat afzetten, een gillende, tropische vogel die in de verkeerde klimaatzone terecht is gekomen.

Hij stamt uit een welgestelde familie, die ooit het wereldmonopolie op de kinine bezat. Op het chateau van zijn grootmoeder, gravin Poslavsky, liepen nog dalmatiërs rond uit een nest van de Russische tsaar. Willempje droeg donkerblauwe pakjes met dassen, en op zijn vijfde oefende hij al een uur cello per dag. Hij denkt er met weinig vreugde aan terug. Strenge blikken reduceerden hem 'tot nul', en zijn ouders omschrijft hij als 'vormelijk'. 'Weer een verjaardag geen zoen van moeder gehad', noteerde hij eens in het dagboek dat hij op negenjarige leeftijd begon te schrijven.

Maar het is wel deze achtergrond die hem in staat heeft gesteld om, nadat hij wegens zijn 'landverraderlijke' standpunt over Nieuw-Guinea op dood spoor was gerangeerd, de draad weer op te nemen. En wie interviewde hij inmiddels niet? Met vrijwel alle grote geesten van deze eeuw wisselde de heer Oltmans van gedachten. De lijst van veroveringen van deze Don Juan van de journalistiek is schier oneindig. Zijn succesformule is onveranderlijk dezelfde. Willem is niet overdreven bright, maar beschikt over grote lef en flair. 'Door geen hond laat ik mij imponeren.' Onvervaard stapt de kakelende kosmopoliet bij de chic over de drempel, hij is immers overal thuis. Desnoods hult hij zich in zijn 'double-breasted intimidatiepak'. Doch na de brutale entree is hij de minzaamheid zelve. Oltmans houdt zijn slachtoffers een 'lucifer onder hun reet zodat ze zich senang voelen'. Zijn interviews zijn kort en weinig kritisch. En contacten houdt hij altijd aan, ook met hen die out of power zijn, a matter of decency - en hij wordt ervoor beloond.

Voor de professional Oltmans bestaat trouwens enkel het illustere. 'Tamils in Apeldoorn' hebben zijn belangstelling nooit genoten. Deze verslaggever is bovenal gefascineerd door de kracht van de 'mind', door persoonlijkheden die hun stempel weten te drukken op hun omgeving. Macht en inzicht boeien hem, goed en kwaad zijn van secundair belang. Stalinisten en rechts-extremisten zijn bij hem welkom - zolang ze althans maar recht door zee zijn. Ook een Alfred Vierling ontvangt hij graag ('Ik ga liever met een gisse jongen om dan met een rund.').

Oltmans gelooft in de persoonlijkheid die de 'menselijke kudde' de weg wijst, de gelukkige bezitter van 'beautiful genes', die ook nog eens een goede opvoeding genoten heeft - anders blijft de chip immers nog empty. Doch dit alles maakt hem bepaald geen kritiekloze bewonderaar van de elite. Hij klaagt over de 'lunatic-sfeer' onder de Oranjes en adviseert psychiatrische behandeling voor deze familie. Oltmans mag ook graag spreken over de 'pathologie van de religie'. 'Sinterklaas en de gouden koets, het is allemaal even onzindelijk.' Hij doet onweerstaanbaar denken aan Bernard Shaw, die zich zowel door Mussolini als door Stalin in de luren liet leggen, maar zonder werkelijk voor hen te vallen. Oltmans, die Luns' kwalificatie van hem als een 'eenmotorige mug' als geuzennaam heeft aanvaard, is een herenanarchist.

0CHTER de opgewonden vlerk schuilt ondertussen een kwetsbare, misschien treurige man. Ooit voegde hij zijn moeder toe dat hij graag haar ongeboren kind had willen zijn, en hij is er nog altijd van overtuigd dat er geen echt bevredigende relaties bestaan - 'daar gaat altijd op een verschrikkelijke manier het mes in.' Oltmans identificeert zich daarom volledig met zijn werk. Pas in zijn vraaggesprekken met de groten der aarde wordt hij zichzelf. Hij groeit mee met zijn adressenlijst. En dagelijks, vanaf half zeven 's ochtends, ratelt deze workaholic door aan zijn levenswerk, zijn memoires, die weer teruggrijpen op het legendarische, duizenddelige dagboek.

Om in shape te blijven, manipuleert Willem met halters, en een enkele maal begeeft hij zich naar de herensauna, op zoek naar een 'reflectantje met wie iets te grabbelen valt'. Maar het werk moet door. Oltmans heeft een aan het psychotische grenzende kijk op zijn dagboeken. Hij beschouwt deze als een vrijwel complete 'neerslag van een brain', een unieke tekst waarin voor het eerst de levenslange ontwikkeling van een mind tot in alle details gedocumenteerd zal zijn. Deze schrijver is bezig met niet minder dan een magisch project. Achter zijn bureau is hij zichzelf aan het reproduceren. Hij schrijft een replica. Na zijn dood zal hij voortleven als boek.

En hier schuilt de oplossing van het raadsel van de razernij van deze op zichzelf vredelievende man. Nederlands bekendste querulant meent dat hij 'nooit aanvallend' is. Hij reageert slechts. En inderdaad, wie hem straight behandelt, zal nooit door hem worden 'verneukt'. Doch wie hem hindert in zijn beroepsuitoefening, verhindert de afronding van zijn levensproject - de geboorte van de tweede, eeuwige, ware Oltmans. En Willem kan uiteraard niet tolereren dat men hem tracht te vermoorden. Al met al is deze Oltmans tamelijk mesjogge, maar toch moet ik hem nog eenmaal citeren, want: who isn't?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.