columndirk poetst

Wíl ik wel verder, eigenlijk? Zonder column is poetsen weer gewoon poetsen

Boekverkoper Dirk Meuleman (63) schrijft voor de Volkskrant een tiendelige reeks over zijn ervaringen als invalkracht in de thuiszorg. (Slot.)

null Beeld Annabel Miedema
Beeld Annabel Miedema

Kennelijk was N., mijn nieuwe vaste cliënt, net zo nieuwsgierig geweest naar mijn achtergrond als ik naar de hare. Ik word onderworpen aan een kruisverhoor. Op basis van mijn eerste bezoek had ze me voor een wankelende zzp’er gehouden, die zijn heil noodgedwongen elders zocht. In elk geval was thuiszorg niet mijn echte professie: ik maakte veel te grondig schoon.

Mijn hele doopceel wordt gelicht, waarna ze besluit dat de tijd rijp is om te tutoyeren. We kletsen nog wat door, en ik informeer naar de collectie jazzplaten. De grote liefde van het echtpaar, zo wordt duidelijk. Ze hebben elkaar voor het eerst ontmoet in een jazzclub in de stad. Daar raakten ze bevriend met een aantal muzikanten. Vriendschappen die nog steeds voortduren. Ik vertel dat ik zelf de jazz pas heel laat heb ontdekt, al heb ik wel in mijn studententijd Charles Mingus zien optreden. ‘Ja, ja’, antwoordt ze, en praat verder.

Ook nu weer valt me op hoezeer deze generatie, zolang je zelf je mond houdt, een goed gesprek op prijs stelt. Ik vind een bruggetje van de jazz naar de mij vorige keer opgevallen collectie vissenbeeldjes. ‘Mijn man was een fervent hengelaar’, legt ze uit, ‘en ik ging altijd mee. Ooit kocht ik voor de grap zo’n beeldje. Dat is wat uit de hand gelopen.’ Ze grinnikt. Gelukkig vraagt ze niet of ik ze mooi vind. Ondertussen kijk ik vanuit mijn ooghoek naar het object van mijn begeerte in haar boekenkast: een zeer gezocht kunstboek. Zo nonchalant mogelijk vraag ik naar de herkomst van de zeldzame uitgave. Het blijkt dat ze met het boek zelf niet zoveel heeft, maar des te meer met degene die het haar cadeau heeft gegeven. Ze is er erg aan gehecht. Bugger.

Een illusie armer begin ik aan de schoonmaak. Als ik anderhalf uur later haar huis verlaat loop ik rechtstreeks naar de fameuze fromagerie die zich een paar deuren verderop bevindt. Om me volledig te buiten te gaan aan Franse kaas, paté, en wijn. Kennelijk heb ik iets te vieren. Of weg te drinken. Ik twijfel. Dat N. mij vijftien jaar jonger had geschat dan ik in werkelijkheid ben, zal mijn stemming hebben beïnvloed. Maar is het feit dat dit mijn laatste column over de thuiszorg is, iets om luister bij te zetten? En toch ook wel verdomde jammer van dat boek.

Met een overvolle tas en bijna 80 euro lichter fiets ik huiswaarts. Thuisgekomen zie ik een envelop van de zorgorganisatie op de deurmat liggen. ‘Leuk nieuws: uw contract is verlengd’, lees ik. Tijd voor wat contemplatie. Wíl ik wel verder, eigenlijk? Zonder column is poetsen weer gewoon poetsen. Even overweeg ik alvast een van de twee flessen wijn open te trekken.

Een uurtje later krijg ik een mail met de vraag of ik geïnteresseerd ben in een nieuwe vaste klant: twee keer per week, twee uur. ‘Meneer heeft een alcoholprobleem en verblijft regelmatig in de Jellinek. Huis is erg verwaarloosd.’ Kijk, dat klinkt schoonmaaktechnisch gezien in elk geval veelbelovend. Wat zou het verhaal hierachter zijn?

Met een zwierige haal zet ik mijn handtekening onder het nieuwe contract.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden