Wijs claim af in zaak-Goudstikker

De erven-Goudstikker betwisten een naoorlogse regeling over schilderijen. Ten onrechte, zegt Wouter Veraart...

Wouter Veraart

Binnenkort komt staatssecretaris Medy van der Laan (Cultuur)met haar reactie op het - nog niet openbare - advies van deRestitutiecommissie over de schilderijen uit de voormaligecollectie-Goudstikker. De erven-Goudstikker ijveren al bijna tienjaar voor restitutie van deze schilderijen, Een groot deel ervanis nog steeds in bezit van de Nederlandse staat.

Hoe moet tegen de claim van de huidige erven-Goudstikkerworden aangekeken? Naar mijn mening is er een groot verschiltussen het rechtsherstel van pal na de oorlog en hetrechtsherstel van vandaag. Omdat rechtsgedingen ooit moetenophouden, kan het rechtsherstel van nu alleen maar een correctiezijn van gebreken, omissies en onzorgvuldigheden in het voorbijerechtsherstel. Dat betekent dat rechterlijke uitspraken enrechtsgeldige schikkingen die na de oorlog tot stand kwamen,gerespecteerd moeten worden. Wie zich een oordeel over de huidigeGoudstikker-claim wil vormen, moet dus meer weten van deaffaire-Goudstikker rond de oorlog.

De schilderijen van de joodse kunsthandelaar JacquesGoudstikker werden in juli 1940 onder dwang aan Göring verkocht.Hij betaalde daar twee miljoen gulden voor. Die twee miljoenbleven behouden voor de Goudstikkers, terwijl de moeder vanGoudstikker, beschermd door Göring, de oorlog in Nederland wistte overleven. Na de bevrijding vocht de weduwe van Goudstikker,Desi (later Desi von Saher), voor rechtsherstel. Haar strevenwas, slechts gedeeltelijk rechtsherstel te verkrijgen.

Zij wenste wel restitutie van het - eveneens onder dwangverkochte - onroerend goed en toebehoren dat van haar man wasgeweest, maar niet van de honderden schilderijen uit de voorraadvan de kunsthandel Goudstikker. Restitutie van deze schilderijenzou betekenen dat zij de kunsthandel van haar man, die tijdenszijn vlucht naar Engeland al in mei 1940 was overleden, weer zoumoeten oppakken. Daaraan had zij, een bekende zangeres, geenbehoefte.

Bovendien zou restitutie van de schilderijen meebrengen datGörings tegenprestatie van twee miljoen gulden weer op tafelmoest worden gelegd. De totale marktwaarde van de schilderijenuit de Goudstikker-collectie werd in de tweede helft van de jarenveertig echter lager ingeschat.

Om deze redenen sloot de weduwe Goudstikker reeds in 1948 eenschikking met degenen die zich, namens de Nederlandse staat, overde voormalige kunsthandel-Goudstikker hadden ontfermd.

Daarin zag zij af van haar claims op de meeste schilderijenuit de collectie-Goudstikker, maar kreeg zij wel het onroerendgoed en toebehoren terug. Deze schikking werd een paar jaar laterdoor de Nederlandse staat ingetrokken. Er was bij een van debetrokken overheidsinstanties twijfel gerezen over de vraag ofgedeeltelijk rechtsherstel in deze zaak wel tot de mogelijkhedenbehoorde. Sommige ambtenaren vonden dat de weduwe Goudstikker teveel profiteerde van het rechtsherstel door alleen de lucratievedelen van het Goudstikker-vermogen te claimen, zoals deonroerende goederen, maar niet de - op dat moment -verliesgevende schilderijen.

De weduwe Goudstikker bleef echter aandringen op gedeeltelijkrechtsherstel. Na veel getouwtrek kreeg zij in de zomer van 1952haar zin. Een hernieuwde schikking kwam tot stand, waarin deweduwe opnieuw afstand deed van haar claims op de schilderijen,maar wel restitutie kreeg ten aanzien van het onroerend goed.Deze schikking was rechtsgeldig en uit niets blijkt dat zij onderdwang totstandgekomen is. Integendeel, hoewel de totstandkomingpijnlijk en veel te langdurig was geweest, beantwoordde deschikking inhoudelijk wel aan de wensen die de weduwe Goudstikkeren haar adviseurs al jaren hadden geuit.

De laatste jaren staat de zaak-Goudstikker weer sterk in debelangstelling. De schilderijen uit de voormaligecollectie-Goudstikker, nog voor een groot deel in handen van deNederlandse staat, hebben inmiddels een astronomische waarde. Dehuidige erven-Goudstikker bewegen hemel en aarde om de schikkingdie in 1952 werd gesloten van tafel te krijgen. De schikking zouonder dwang zijn totstandgekomen, juridisch niet in orde zijn,immoreel zijn, enzovoort. Mijns inziens is het in dit soort vanzaken van belang om heel zorgvuldig na te gaan wat er in hetverleden precies is gebeurd.

Als de schikking uit 1952 inderdaad rechtsgeldig was enbeantwoordde aan datgene waarvoor de weduwe Goudstikker jarenlangen consistent had gestreden, dan is het niet verstandig dieschikking nu, in 2006, opnieuw open te breken omdat deomstandigheden zijn gewijzigd. 'Lites finiri oportet',rechtsgedingen moeten ooit ophouden. Rechterlijke uitspraken enschikkingen uit het verleden moeten we niet opzij willen zettenals ze destijds, met instemming van de betrokkenen, aan moeilijkeconflicten een einde hebben gemaakt. Wie dat respect niet kanopbrengen, brengt geen rechtsherstel, maar het omgekeerde teweeg:een nieuwe rechtsongelijkheid tegenover al diegenen die zich inhet verleden hebben neergelegd bij uitspraken en schikkingen dieniet altijd in hun voordeel waren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden