‘Wij zitten in een verstikkend cellofaan van retoriek’

Vijftigplussers die na een mentale dreun het dagelijks leven vaarwel zeggen en knopen gaan doorhakken. In het werk van Tim Parks duiken ze herhaaldelijk op....

Wegwezen, mobiele telefoons uit, op het vliegtuig naar de Alpen, de hoogste berg beklimmen. De hoofdpersoon uit de roman Buiten bereik, van de Engelse auteur Tim Parks, is in crisis en geeft zijn leven een radicale draai. Hij verdwijnt uit het leven van zijn vrouw, zijn kinderen, vrienden en collega’s en het Britse publiek dat hem aanbidt als topjournalist, geweten van Engeland, gevreesd interviewer van machthebbers en intellectuelen.

In de Italiaanse provincie Zuid-Tirol bestijgt de zwaarlijvige celebrity-journalist in wapperend pak – zo weggelopen uit de studio na een spraakmakend interview met de president van de Verenigde Staten – zomaar een berg. Harold Cleaver wil klimmen tot boven de geluidsgrens. Maar voor hij die bereikt, vindt hij onderdak in een bedompte herberg, waar hij niemand begrijpt en waar niemand ‘de grote communicator’ kent of kan verstaan. Vanaf nu draait zijn bestaan om het bestrijden van zijn koude voeten en het in de tang krijgen van zijn gekmakende gedachten.

Cleaver is niet de eerste 50-plusser in het werk van Tim Parks die na een mentale dreun breekt met het sleetse dagelijks leven, en ontketend knopen gaat doorhakken. In Bestemming (1999) zet de hoofdpersoon de bijl in zijn huwelijk na de zelfmoord van zijn zoon. Rechter Savage uit de gelijknamige roman (2003) raakt als zwarte magistraat in het blanke Britse rechtenmilieu in een identiteits- en beroepscrisis.

Maar beschuldig de schrijver ervan de midlife crisis tot belangrijkste thema in zijn fictie te hebben gekozen en Tim Parks raakt lichtelijk geagiteerd.

‘Belachelijke term, midlife crisis. Het suggereert dat de man – een soort infantiel wezen – op een bepaald biologisch moment na het 45ste levensjaar ontdekt dat hij ook nog een penis heeft. Laten we die term alsjeblieft niet gebruiken zeg, come on!. De mens is voortdurend in crisis. Als hij een puber wordt. Als hij met een jaar of twintig net volwassen wordt, als hij 25 wordt, enzovoort. Wij stappen allemaal in en uit crises, en uiteraard gaan mijn romans over mensen in crisis. Daar gaan alle romans toch over? Ik schrijf nu eenmaal geen spannende boeken over anti-terroristische operaties in Afghanistan.’

Tim Parks, 52 jaar, kleine man met Brits voorkomen, studeerde aan Harvard en Cambridge, en schreef tot zijn 25ste in Londen boeken ‘die niemand wilde uitgeven’. Parks vertrok met zijn Italiaanse vrouw naar Verona in Italië. Hij bleef schrijven, werd nu wel uitgegeven in Engeland en kende ook in Nederland successen met zijn ‘Italiaanse boeken’, Italiaanse Buren en Italiaanse Opvoeding; non-fictie waarin hij feilloos en met veel compassie de Italiaanse volksaard blootlegt vanuit zijn achtertuin. Met zijn roman Europa (1997) haalde Parks de shortlist van de Engelse literaire Booker Prize.

Tim Parks laat zich soms portretteren in leren jasje tegen de achtergrond van een graffiti-muur, soms treedt hij op in een nuffig studentikoos pak. Als hardekernfan van de voetbalclub Hellas Ve-rona schreef hij het verslag Een seizoen met Hellas Verona, vanuit hooliganperspectief. Tegelijkertijd verschenen in de Engelse dagbladen politieke stukken van zijn hand over ‘het verraad van Tony Blair’, aan de vooravond van diens herverkiezing. In een gesprek wisselt Parks fuck you’s af met innemende filosofische uiteenzettingen.

Buiten bereik, in het Engels uitgegeven als Cleaver, bestudeert in de malende gedachten van de hoofdpersoon een moeizame vader-zoon-relatie. Maar de roman moet volgens Parks vooral worden gezien als een commentaar op onze door nieuws, communicatie en media gedomineerde samenleving: het pratende hoofd Cleaver, over ieder item een mening, keert zich met een grotesk gebaar af van het eeuwige debat.

Parks: ‘De moderne mens is gewikkeld in een verstikkend cellofaan van retoriek. De boodschap wordt er zeven uur per dag ingewreven, de tv staat de hele dag aan. Ik zie het publieke debat op televisie in Italië en in Engeland. Ik zie dat in beide landen totaal verschillende debatten worden gevoerd. Ze worden volkomen gegenereerd door de mediapersoonlijkheden. Je gaat je afvragen welke waarde je dan aan die debatten moet hechten. Hoe belangrijk zijn ze nu eigenlijk?’

Het tv-nieuws en de manier waarop dat wordt gebracht, vormen voor Parks een voorname bron van ergernis. ‘Het is opmerkelijk dat tv-journalisten precies weten hoe ze iets moeten zeggen om een schokeffect teweeg te brengen. Hoe ze moeten kijken. Cleaver was daar een meester in; tegelijkertijd maakten zijn eigen trucs hem steeds razender. Schokkende beelden worden getoond om emotie op te roepen, niet om te vertellen wat er precies gebeurd is. Come on, wij wéten zo langzamerhand wel wat een bom doet als die tussen een groep Irakezen wordt gegooid. Maar nee, het volk moet zíen wat er is aangericht.

‘Maar het merkwaardigst is hoe de rampen zijn ingepakt tussen geruststellende, bijna rituele boodschappen: het weer, de Dow Jones en de Nasdaq. Alsof iemand wil weten hoe het er met de Nasdaq voorstaat! Het is de bezwering van het individu, dat voortdurend afwisselend wordt bang gemaakt en gerustgesteld. Je denkt: oké, het is negen uur, ik ga het nieuws kijken. Ach: de wereld staat in brand, en wat doet de Nasdaq?’

Parks’ personage Cleaver breekt met de samenleving op een bijna boeddhistische manier. Op een heel andere manier keren de voetbalsupporters van Hellas Verona zich af van de wurgende alledaagsheid. Parks: ‘De wekelijkse vlucht van de hooligan is voor hem een spiegel van het gewone leven. De hooligan wil op maandag, in de lunchpauze op het werk, lezen over zijn tijdelijke escapade van het weekeinde. De vlucht van de hooligans is een valse vlucht. Maar bestaat er zoiets als een pure, oprechte en totale vlucht? Is die in onze maatschappij nog mogelijk?’

Cleaver gaat het bos in, de berg op. ‘Maar kunnen wij in onze samenleving nog echt het bos in? Zijn er nog bossen dan? Cleaver wordt in zijn vlucht voortdurend herinnerd aan de samenleving: onophoudelijk klinkt van onder op de berg het geluid van een kettingzaag. De vlucht blijkt een val. Zijn malende gedachten gaan de vrijheid in de weg zitten, waardoor de vrijheid uiteindelijk ook een soort slavernij wordt.’

Vrijheid bestaat niet, denkt Tim Parks, en hij schrijft om dit aan te tonen. ‘Een van de geheime plichten van mijn romans is dat zij de mythe van de vrijheid moeten ondermijnen. De moderne held – een pure mens, een eenheid die zich makkelijk voortbeweegt tussen verschillende milieus, ongebonden aan relaties, volkomen onafhankelijk – is natuurlijk een compleet onbestaanbare figuur. De mens zit vastgeklonken aan de ander.

‘Kinderen groeien op met het idee dat ze individuen zijn. Maar ze zijn Italiaans of Engels, komen uit een familie, een gezin, een groep, een klas. Ik zie op de universiteit in Italië waar ik lesgeef, dat individuele vrijheid niet bestaat. Studenten die talen doen, zijn voor 90 procent vrouw. Studenten die public relations doen, zijn voor 50 procent vrouw. Studenten die technologie kiezen, zijn voor 20 procent vrouw. Dat is al jaren zo, overal. Al die studenten zeggen dat ze een zeer persoonlijke beslissing hebben genomen. Maar als je naar de statistieken kijkt, zul je moeten erkennen dat de keuzes zijn geconditioneerd door de samenleving.’

Op zijn berg wordt Cleaver niet alleen achtervolgd door een kettingzaag, ook zijn twee mobiele telefoons (één voor vrouw en collega’s, één flirt-phone) maken het hem onmogelijk zich volkomen los te rukken. Cleaver vecht voortdurend tegen de verleiding zijn mobieltjes aan te zetten, om zijn tekstberichten binnen te halen. Steeds verliest hij de strijd. ‘Zijn telefoons laten hem zien dat totale afzondering onmogelijk is, en een dwaas verlangen. Uiteindelijk wil de held toch communiceren, de menselijke warmte komt tot hem in piepende sms’jes.

‘Is het niet vreemd dat door het sms’en, door het constante getelefoneer en ge-e-mail, de mens zich in gedachten steeds meer met de gedachten van anderen gaat bezighouden? De telefoon toont aan dat de mens in diepste wezen een totaal verlangen koestert naar de ander. Het is als de vrouw die tot haar nek op een berg zand zit ingegraven, in het stuk Happy Days van Beckett. Willie, haar partner die niet meer wil praten, zit achter de berg. Soms zie je zijn hand, of zijn hoed. Winnie spreekt, en heeft maar één wens: een teken van Willie, om te zien dat hij haar kan horen, dat ze niet voor niets oreert. ‘‘Het zou zo handig zijn als je tenminste vóór de berg zou kunnen leven’’, smeekt Winnie hem. Door de krankzinnige aanwezigheid van de mobiele telefoons in onze maatschappij – straks mag het zelfs in het vliegtuig – lijkt het nu of iedereen voor jouw berg is gaan zitten.’

Begrijp hem niet verkeerd: Tim Parks zweert bij zijn mobieltje. ‘Laat mij duidelijk zijn: ik hou zielsveel van sms’en. Tekstberichten kunnen de schoonheid hebben van een Japanse haiku. Sms’jes maken me vrolijk, en ze maken een dubbelleven mogelijk. Je zit aan tafel met je familie te eten, en in je broekzak voel je aan het trilsignaal dat er een sms’je binnenkomt. Dat bericht gaat waarschijnlijk over het hebben van wilde seks met jou. Geweldig.

‘Ik vind het moeilijk om niet volslagen compulsief met mijn mobiele telefoon en e-mail om te gaan. Een vriend van mij schreef over een groep eskimo’s op Newfoundland. Hij nodigde ze uit voor een literair festival. De eskimo’s ontdekten op hun hotelkamer een koelkast vol drank. Voor het eerst in hun leven zagen ze een koelkast vól drank. Uiteraard werd die kast leeggedronken: totaal onmogelijk om de verleidingen van het moderne leven te weerstaan. Maar tegelijkertijd: hoe bevrijdend!’

Tim Parks: Buiten bereik. Vertaald uit het Engels door C.M.L. Kisling. De Arbeiderspers; 284 pagina’s; € 19,95 ISBN 90 2956 371 0.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden