Wij zijn hier getuige van de internationale doorbraak van een Nederlands duo

Mime-performers Boogaerdt en Van der Schoot op de Biënnale van Venetië

Wij zijn hier getuige van de internationale doorbraak van een Nederlands duo. Mime-performers Boogaerdt en Van der Schoot baren opzien op de Biënnale van Venetië.

Bianca van der Schoot en Suzan Boogaerdt in Venetië Foto Federico Sutera

Zal er nudity in hun presentatie voorkomen? Explicit language? Na een week van geruchten over hun workshop wordt de organisatie van het Biennale College zenuwachtig. Mimeduo Boogaerdt/Vanderschoot wordt verzocht schriftelijk aan te geven wat er precies gaat gebeuren op de presentatie van de masterclass die zij verzorgen op de Biennale van Venetië. Bianca van der Schoot: 'Tja, in dit stadium kunnen we bloot noch expliciet taalgebruik helemaal uitsluiten'.

Ze maken dan ook confronterend, vaak ongemakkelijk, fysiek toneel, Suzan Boogaerdt (42) en Bianca van der Schoot (44). De twee theatermakers-performers werken sinds 2000 gezamenlijk aan een krachtig, expressief oeuvre van beeldende, vaak tekstloze voorstellingen, waarin ze maatschappelijke vraagstukken aankaarten als de pornoficatie van de vrouw en de doorgeslagen spektakelmaatschappij. De twee voorstellingen die zij in Venetië spelen op uitnodiging van de Biennale zijn in dat opzicht illustratief.

Bimbo (2011) maakten ze voor Toneelgroep Oostpool en gaat over seksistische videoclips. Het is een live deconstructie van een seksistische videoclip, waarin vijf performers zichzelf met pruiken, maskers, neptieten, liters schmink en plastic wikkelfolie steeds extremer optuigen en uitputten.

Hideous (Wo)men (2013) is beeldend theater over de vervreemding van ons lichaam door de gemediatiseerde werkelijkheid. Of, zoals ze het zelf 's middags tijdens hun 'artist talk' in het Venetiaanse stadspaleis Ca'Giustinian, samenvatten: een performance over 'identity, parallel universes, soap opera, detachment.'

De uitnodiging voor de Biennale is een 'enorm cadeau', zegt Boogaerdt even later op het terras van café L'ombra del Leone aan het Grand Canal, om de hoek van van het Piazza San Marco. En Van der Schoot: 'Gevraagd naar mijn grootste droom heb ik wel eens gezegd: spelen op de Biennale. Het leek me te gek onze performances in een kunstcontext te tonen, omdat ons werk vaak het midden houdt tussen theater en beeldende kunst.' En nu staan ze er dus, in een prestigieuze selectie van negen theatermakers van over de hele wereld, op de Biennale Teatro, het theaterprogramma van de Biennale.

Bimbo (2011) maakten Van der Schoot en Boogaerdt voor Toneelgroep Oostpool Foto Cornelie Tollens

Van der Schoot: 'Het beste theater van de wereld, volgens curator Antonio Latella dan. Dat voelt wel een beetje onwerkelijk. Het is echt een andere league; we hebben nu een soort wereldkeurmerk gekregen.' Prompt toonde een programmeur uit Sao Paulo interesse.

Naast het presenteren van hun eigen werk verzorgt het duo op het Biennale College een masterclass voor een tiental jonge internationale theaterprofessionals. Van der Schoot: 'Vooral die combinatie is tof. Dat prestigieuze platform enerzijds en het onderzoek met die jonge, bevlogen mensen anderzijds. Wij hebben zelf ook een beetje een terug-naar-schoolgevoel.' Af te meten aan het rumoer eromheen, slaat hun werkwijze aan in Venetië - er was een run op de kaarten voor Bimbo op 5 en 6 augustus. Ook bij Hideous (Wo)men op 8 augustus zit de grote zaal van het Teatra alle Tese (vierhonderd stoelen) vol. En de geruchtmakende inhoud van de masterclass? Van der Schoot grinnikt. 'De roddel is dat wij objecten in mensen laten verdwijnen.'

Tekst gaat verder onder de foto

Boogaerdt & Vanderschoot

Theatermakers-performers Suzan Boogaerdt en Bianca van der Schoot kennen elkaar van de mimeopleiding van de Amsterdamse Theaterschool en vormen sinds 2000 een duo. In hun werk onderzoeken zij de rol van de beeldcultuur in het dagelijks leven. Boogaerdt en Van der Schoot vertrekken in het maakproces van hun voorstellingen vanuit een filosofisch-maatschappelijk vraagstuk, en delen in hun beeldende, fysieke performances hun verwarring daarover met de toeschouwer. Hun voorstelling Small World bijvoorbeeld gaat over de Disneyficatie van de samenleving, en The Immortals over YouTube.

Boogaerdt en Van der Schoot in Hideous (Wo)men Foto Sanne Peper

Dagelijks werken Boogaerdt en Van der Schoot van 10.00 tot 15.00 uur met hun klasje in het Arsenale: in de 16de eeuw de grootste scheepswerf ter wereld, nu tentoonstellingslocatie van de biennale. Hun grote bakstenen repetitieruimte heeft met zijn ovale ramen en ontzagwekkende hoogte wel wat weg van een kerk.

Binnen is van fysieke excessen geen spoor, wel van verstrekkende, kunsttheoretische hersengymnastiek. De sfeer is ernstig en geconcentreerd. Studenten liggen op hun buik op de grond in een boekje te schrijven of voeren in plukjes van twee of drie op fluistersterkte overleg. 'I'm really confused', verzucht een meisje. Het is ruim 30 graden, maar airco is er niet. Het enige zichtbare proviand: flesjes water en groene appels.

Omdat de theaterbiennale dit jaar in het teken staat van de vrouw, vroeg de organisatie kunstenaars een workshop voor te bereiden over een 20ste-eeuwse vrouwelijke kunstenaar wier werk om uiteenlopende redenen onvoltooid is gebleven. Kozen collega's Amy Winehouse en Marilyn Monroe, Van der Schoot kwam met de Amerikaanse conceptuele kunstenares Lee Lozano (1930-1999), wier laatste werk Drop Out Piece een radicaal, zelfgekozen einde van een succesvolle kunstcarrière was. Van der Schoot: 'Op het toppunt van haar carrière is zij van de ene op de andere dag gestopt.' Lozano trok zichzelf in 1982 terug uit de New Yorkse kunstwereld en verhuisde naar haar ouders in Dallas, een daad die óók een commentaar was op de doorgedraaide, gecommercialiseerde kunstscene.

Boogaerdt: 'Zij heeft zichzelf als kunstenaar opgeheven, met een actie die in wezen een performance was, maar ingrijpende consequenties had voor haar leven. Ze ging extreem ver in het vormgeven van haar artistieke thematiek.'

De masterclass stond de eerste week, vrij naar Lozano, in het teken van 'word pieces' en dialogue pieces': performances in de vorm van een ontmoeting of een gesprek, die aan strikte regels zijn gebonden. Studenten maken hun eigen set regels, als training en gedachtenexperiment. Een groepje spreekt af elke drie minuten een stukje songtekst te zingen uit Looking for Freedom van David Hasselhoff. Een Poolse jongen legt zichzelf op om twaalf uur lang met niemand te praten.

Boogaerdt: 'Elke samenleving is opgetrokken uit regels, maar die blijven impliciet, we zijn ons er niet meer van bewust van. Het maken van eigen regels is een onderzoek naar die aannamen.'

Hoe kwamen deze studenten, afkomstig uit Nederland, Duitsland, Zwitserland, Polen, Italië en de Verenigde Staten eigenlijk bij Boogaerdt en Van der Schoot (In het Italiaans: 'Bogarde e Wandersjoet') terecht? De honderd deelnemers aan het Biennale College konden kiezen, vertelt Van der Schoot. 'Iemand koos heel praktisch op de taal, een ander wilde specifiek bij ons vanwege Lee Lozano.' Maar er was ook een klassiek geschoolde Italiaanse actrice die zei: ik wil zo ver mogelijk uit mijn comfort zone komen. En de Poolse danser-acteur Bartek Ostrowski (26) vat het zo samen: 'Acting is boring.' De Boogaerdt-Vanderschoot-aanpak is anders, zag hij in de college-catalogus en op YouTube: een sterk fysieke en visuele spelvorm, gestoeld op stevige intellectueel-theoretische basis.

Wat de workshop hem heeft gebracht? 'Heel veel zelfreflectie.' En de Duits-Nederlandse actrice-theatermaker Birgit Welink (28): 'Ik was verrast hoe grondig hun research is, en hoe theoretisch hun werk. Ik heb van hen geleerd dat ik mijn lichaam als instrument kan gebruiken om een maatschappelijk thema te onderzoeken.'

Dat leert die avondook een breder Venetiaans publiek, bij Hideous (Wo)men: een hoorndolle horrorcarrousel op een draaischijf, waarin vijf onherkenbaar gemaskerde performers geestdodende Amerikaanse soapteksten mimen over Rocco, Angel en Brooke, alvorens de avond eindigt in een dubbele moord en vaginale automutilatie. Bij aanvang is de stemming onder het grotendeels jonge publiek in het Teatro alle Tese nog uitgelaten en giechelig, maar terwijl de schijf tergend traag door- en doordraait, slaat het ongemak toe. Mensen schuiven in hun stoel, fluisteren tegen de buurman, hier en daar wordt een telefoon gecheckt. Het applaus is aarzelend, ook omdat de voorstelling geen herkenbaar einde heeft: de performers zijn verdwenen en de schijf draait door. Een paar mensen juichen luid.

Een groepje nette oudere dames uit Venetië is na afloop enthousiast, hoewel dat misschien niet helemaal het goede woord is. De oudste zucht dramatisch. 'Ik ben bedrukt. Néé, depressief! Dat er door die jonge mensen werd gelachen! Het is vreselijk. Doen ze dat bij u in Holland ook?' Haar iets vrolijker vriendin vult aan: 'Het is een heel somber wereldbeeld dat geschetst wordt. Maar het is ook somber met de wereld gesteld. Ik denk dat ze wilden zeggen dat we allemaal zombies zijn; ziellozer dan dood. We zijn marionetten, trekpoppen van de amusementsindustrie. En vrouwen takelen zichzelf toe en maken zich zo klein dat ze uiteindelijk verdwijnen. Ja, erg interessant!'

Verdwijnen is intussen, niet geheel toevallig, ook de rode draad geworden van de workshop, die de volgende dag moet resulteren in een klassikale presentatie. 'Aanwezigheid en afwezigheid zijn belangrijke thema's in ons werk', zegt Suzan Boogaerdt. 'Kun je het ego van de performer of de maker uit het kunstwerk verwijderen?' Omdat dat ook een thema was bij Lozano ontstaat het idee 'afwezigheid' in de presentatie letterlijk te nemen: de studenten zullen het podium niet betreden.

In de geest van Lozano stellen ze wel de voorwaarden op van dit specifieke theaterbezoek: 'De voorstelling duur 25 minuten. 120 mensen hebben een kaartje gekocht. Volgens Google Maps bevinden de performers zich exact 433 meter hiervandaan.' 'Op het terras!', lacht Van der Schoot. 'Het is wel zielig, straks zitten daar allemaal ouders klaar om naar hun kind te kijken, en komt die helemaal niet.' Met het oplezen van de regels en het tonen van een film die de studenten in Venetië maakten, doet hun presentatie toch recht aan het tiendaagse onderzoek, vinden ze. En, óók belangrijk, dat vinden de studenten ook.

Tijdens de workshop onderzochten ze ook de regels die gelden bij theaterbezoek. Van der Schoot: 'Dat je in een theaterzaal zo dicht op elkaar in één ruimte zit, en niet in je telefoon verdwijnt, vind ik bijzonder. Je kunt je buurman letterlijk naast je ruiken. Dat zouden we vaker bewust moeten doen.' Stel, je vertaalt dat in een regel à la Lozano, dan wordt dat: 'Snuif de geur op van je buurman.' 'Die regels maken je bewust van bepaalde vanzelfsprekendheden.' Hoewel ze het fantastisch vinden hun werk nu in een beeldende kunst-context te tonen, houdt het theater, juist vanwege die rituele samenkomst van mensen, voor hen toch de voorkeur. Van der Schoot: 'Een performance of installatie in een museum beleef je vluchtiger en individueler.'

Wat wel bijzonder is aan het spelen hier, in zo'n andere context, en een andere cultuur, is dat hun werk weer iets anders gaat betekenen. Van der Schoot besefte dat toen ze midden in het decor van Bimbo met wimperlijm bezig was roze balletjes op haar tepels te plakken, en er juist een Italiaanse technicus langskwam. 'Ik voelde me volkomen vrij in ons decor; onze Nederlandse technici hebben echt álles al gezien. Maar door zijn aanwezigheid besefte ik dat we nu in een theater in Italië staan, in een zeer katholieke, behoorlijk macho-seksistische samenleving. Dat verandert de impact van dat werk.'

Ook fascinerend in dat kader is de Italiaanse fan, die ze ontmoeten na Bimbo. Een oudere vrouw, mokkabruin, met opgespoten rode lippen en platinablonde vlechten. Ze is ook een 'artista' zegt ze, en ze vindt hun werk zéér inspirerend. Na Bimbo bezoekt ze ook de 'artist talk' en de voorstelling Hideous (Wo)men. Na afloop vraagt ze de twee om een handtekening. En na Bimbo wil ze met Suzan Boogaerdt op de foto.

'Bizar', zegt zij. 'Ik volledig bezweet en onder de uitgelopen schmink, en zij daar helemaal opgeprikt met van die opgespoten lippen. En daar gáát die voorstelling over! Dus ik vraag wat provocerend: 'Yes, like this? You think I look good this way?' Misschien dat het haar toch aan het denken zet over haar idee van schoonheid.

Bimbo is in september opnieuw te zien bij Theater Rotterdam. Ook werkt het duo voor die groep aan een nieuwe serie: Playgrounds, een onderzoek naar de spelregels van het samenleven en de rol van het lichaam in een gedigitaliseerde en door beeldcultuur gedomineerde maatschappij.

Meer over