‘wij willen drama’

Hoe maak je drama als je eigen leven weinig drama kent? De afstudeerlichting van de Filmacademie zoekt het antwoord op die vraag in kleine onderwerpen....

‘De vraag is: hoe kunnen wij, als generatie twintigers waar het leven en gevoel lijkt te zijn uitgezogen, in hemelsnaam zelf drama maken?’

Ter introductie van hun afstudeerfilm Wolf lazen de makers een manifest voor aan het zaaltje van de Filmacademie in Amsterdam. ‘Wij kunnen natuurlijk een halve school neermaaien met een Kalashnikov, of lid worden van een terreurgroep. Maar brengt ons dat dichter bij onze droom? Filmmakers en acteurs moeten hun geld verdienen met het verkopen van drama. Maar wat als je zelf geen drama meemaakt? Hoe geloofwaardig ben je dan? Wij willen drama. Wij willen leven. Wij willen voelen. Wij willen wolven zijn.’

Het ging wat hakkelend, maar een punt hadden ze wel; de titaantjes van de Filmacademie. Grote drama’s over actuele thema’s zijn schaars; Lichting 2006 legt vooral belangstelling aan den dag voor ouden van dagen en de dingen die voorbij gaan.

Maar in de kleinste onderwerpen kan ook een koningsdrama verscholen zitten – dat bewijzen de negen fictiefilms, zes documentaires, twee animatiefilms, negen commercials en de interactieve installaties die de zeventig studenten van Lichting 2006 van de Nederlandse Film en Televisie Academie maakten. Opvallend: de documentaires zijn niet alleen groot in getal, ze zijn ook van een hoge kwaliteit.

De Braziliaanse Elizabeth Rocha Salgado wilde eigenlijk een documentaire maken over een indianenstam. Omdat zij van de schoolleiding geen toestemming kreeg om in Brazilië te filmen, moest ze op zoek naar een ander onderwerp. Dat werd de 73-jarige boer Jan uit het Groningse gat Littelbert. De nestblijver doet alles zelf: een kalf ter wereld helpen brengen, koken en de was. ‘Mijn moeder is overleden en dan blijf je hangen. Zo is dat’, zegt Jan. Eens per week komt Fokje zijn bed verschonen. Ooit heeft Jan haar een soort van aanzoek gedaan. ‘Ze wilde niet. Ieder zijn keus; zo gaat dat.’

Het minimale sounddesign is effectief, de fotografie van het boerenland bij het krieken van de ochtend oogt fraai. De beelden van de bloemetjes en de beestjes zijn misschien wel iets té poëtisch voor Jans belevingswereld. De mooiste scènes zijn die waarin Jan zijn nagels doet met een zakmes of zich opfrist met een aftershaveroller.

De beste documentaire is Grijsgedraaid van Ina van Beek (ondanks de misplaatste titel die aan oude singles en elpees doet denken – veel eindexamenfilms lijden onder een slecht gekozen titel), over de bewoners van een verzorgingshuis in Amsterdam Noord. Het is een soort kruising tussen Pieter Kramers Dertig Minuten en Jiskefets Sint Hubertus Berg. Maar dan echt. Het begin is pure slapstick: een oudje achter een rollator probeert de lift in te komen; bij de dagelijkse bingo met een pot pindakaas als hoofdprijs vallen de deelnemers in slaap; een oude vrouw met viewmaster zit in haar luie stoel te zappen. In het Tel Sell-programma wordt een hometrainer aangeprijsd waarmee het slappe onderlichaam weer sexy en in vorm getransformeerd kan worden.

Door de effectieve montage maakt de lach langzaam maar zeker plaats voor ontzetting. Dit is de hel op aarde. Tot slot floepen de achterlichten van een lijkwagen aan op de tonen van Hildegard Knefs So oder so ist das Leben.

Ook in de beste fictiefilms van Lichting 2006 zijn de documentaire-invloeden groot. Het uitgangspunt voor Teer van Sacha Polak was het beeld van een krijtstreep om een slachtoffer. De verveelde twintiger Karlijn veroorzaakt een ongeluk als ze ’s nachts midden op de weg in de krijtstrepen contouren van een lichaam gaat liggen. Belangrijker dan het fragmentarische verhaal is de sfeer, die (net als in Lynne Ramsay’s Morvern Callar) voor een belangrijk deel wordt bepaald door de muziek op Karlijns iPod: Sigur Ros, Hooper/Ali, Zita Swoon en Alamo Race Track. De blonde, bleke, bijna transparante Guus Boswijk, studente aan de Toneelschool, vormt een fraai contrast met de pikzwarte John Kon Kelei, eerder te zien in Eugenie Jansens Tussenland.

De grootste verwachting schept Martijn Smits met Otzenrath, Last Day, een prikkelende mengvorm van documentaire en fictie. Zijn fascinatie voor industrie en grote machines leidde Smits naar het spookdorpje Otzenrath in Duitsland, dat voorgoed dreigt te verdwijnen onder het geweld van de graafmachines van de bruinkoolmijnen van Garzweiler. Smits vervlecht de illegaal, met een kleine super8-camera geschoten beelden van de enorme machines en de vervallen, verlaten huizen met het verzonnen verhaal van Detlef en René (gespeeld door de Duitse rijzende ster Anna Brüggemann), twee tieners die worden gedwongen om afscheid te nemen.

Het aanhangsel Last Day getuigt van Smits bewondering voor Gus van Sants Last Days, maar in Otzenrath is ook de invloed zichtbaar van Johan van der Keuken, van La promesse van Luc en Jean-Pierre Dardenne, van Bruno Dumont en van Untertage, waarmee Jiska Rickels drie jaar geleden afstudeerde aan de Filmacademie.

Otzenrath maakt benieuwd naar Smits volgende stap. In een interview in een blaadje van de Filmacademie verhaalt hij van zijn ambitie. De auteur in de dop, die meeschreef aan het scenario en zijn film ook produceerde, droomt ervan Nederland te verlaten en aan de slag te gaan met filmmakers als Carlos Reygadas en Walter Salles. Want ‘wat Frankrijk in de jaren zestig was voor film, daarvoor moet je nu in China en Zuid-Amerika zijn.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden