Achter het boek Almudena Grandes

‘Wij Spanjaarden leven boven op een goudmijn’

Hoe schrijft de schrijver? Voor Almudena Grandes, een van de groten van de hedendaagse Spaanse literatuur, is geschiedenis vaak een inspiratiebron, zoals in haar recente, prijswinnende spionnenroman. 

Almudena Grandes. Beeld Ivan Giménez / Tusquets Editores

De bejaarde lift, met zijn smeedijzeren kooi en houten deurtjes, is gemaakt door de firma Schneider. Langzaam tilt hij je naar boven, naar de vierde verdieping, waar Almudena Grandes woont. Schneider. Een Duitse naam. Het zal toch niet?

Almudena Grandes (58) is een van de grandes señoras van de Spaanse literatuur. Met haar laatste roman, De patiënten van dokter García, won ze de Premio Nacional de Narrativa, een van de belangrijkste literaire prijzen in Spanje. Het boek draait om een smokkelnetwerk dat hooggeplaatste nazi’s hielp ontsnappen uit Duitsland na de Tweede Wereldoorlog – een organisatie die echt heeft bestaan. De Duitsers vonden in het Spanje van Franco een veilig heenkomen.

En nu is hier die lift van Schneider. Is de geschiedenis dan zo tastbaar? ‘Nee’, zegt Grandes, terwijl ze voorgaat naar haar salon met kroonluchter, door een lange gang waarvan de muren bekleed zijn met boeken. ‘Dit gebouw is van voor de oorlog, en de lift ook.’

Maar al blijkt de liftenbouwer onschuldig, de geschiedenis loert in Madrid overal om de hoek. ‘Het is onvermijdelijk’, zegt Grandes. ‘Ik kan nooit naar de Puerta del Sol gaan zonder te denken aan de bom die de Duitsers daar hebben laten vallen tijdens de Spaanse Burgeroorlog. Het was een bom van 500 kilo, die zo’n groot gat maakte dat je vanaf het plein de metrosporen kon zien liggen.’

Of neem de Calle Galileo, een charmant straatje waar de huizen kleine balkons hebben met krullerig ijzerwerk: daar zal Almudena Grandes altijd moeten denken aan Clara Stauffer, de vrouw die Duitse oorlogsmisdadigers hun straf hielp te ontlopen.

Wie is Almudena Grandes?

Haar schrijverschap ving aan met een roman over de wulpse Lulu (1989). Daarna bleek Almudena Grandes de recente Spaanse geschiedenis én de uitwerking daarvan op families in vuistdikke romans te kunnen weergeven. Voorlopig hoogtepunt in dit rap uitdijende oeuvre is Het ijzig hart (2007). 

Waarom wilde u een boek schrijven over Clara Stauffer?

‘Omdat ze onweerstaanbaar was voor mij. Om te beginnen woonde ze vlak bij mij in de buurt. Ik ben daar, in de Calle Galileo, ik weet niet hoe vaak geweest. En bovendien ben ik erg onder de indruk van haar levensverhaal.’

Clara Stauffer werd in 1904 geboren als dochter van Duitse ouders en groeide op in Madrid. Haar vader was meesterbrouwer bij Mahou, een begrip in de Spaanse hoofdstad, en haar moeder was een Loewe, van het dure tassenmerk. Samen met haar vriendinnen uit de Madrileense bourgeoisie richtte Clara in 1933 de vrouwenafdeling van de Falange op, de Spaanse fascistische partij.

Tijdens de Spaanse Burgeroorlog vergezelde Clara hooggeplaatste Spanjaarden die naar Duitsland reisden om de banden met het naziregime aan te halen. Grandes: ‘En dan, als Hitler de oorlog verliest, is zij de aangewezen persoon om te doen wat ze heeft gedaan. Ze zet een netwerk op, heel erg efficiënt, dat duizend oorlogsmisdadigers helpt ontsnappen naar Spanje.

‘Wat mij zo aan haar fascineert: Clara Stauffer werkte voor het kwade, want nazi-oorlogsmisdadigers zijn zonder enige twijfel het vleesgeworden kwaad. Maar als ze voor een andere zaak had gewerkt, dan zou ze een held zijn geweest. Want ze was zeer intelligent, supergetalenteerd, en bovendien erg genereus. Ze was een rijke vrouw, die geen geld verdiende aan deze onderneming, integendeel: ze besteedde haar eigen geld aan de voortvluchtigen. In haar huis had ze inbouwkasten laten maken waarin ze kleding en schoenen had in alle maten, ze kleedde hen, ze gaf hen te eten, ze bezorgde hun valse papieren, ze zocht werk voor hen, ze zorgde dat ze naar Amerika konden als ze wilden.’

De hoofdpersonen in het boek zijn spionnen die in het smokkelnetwerk van Stauffer infiltreren. Is dat ook gebaseerd op de werkelijkheid?

‘Nee, dat is een leugen. Al kun je het nooit weten: dat heb je met spionnen, daarvan heb je niet door dat ze ergens zijn geweest.’

Almudena Grandes, de vrouw die te herkennen was aan haar doorrookte stem, rookt geen sigaretten meer. Dat wil zeggen: ze bedient zich nu van een apparaat dat IQOS (‘I Quit Ordinary Smoking’) blijkt te heten. Daarin worden ‘heatsticks’ verwarmd. ‘Wees gerust, deze rook is niet schadelijk’, verzekert Grandes, terwijl ze de wolken haar woonkamer inblaast.

Ze heeft vaak gezegd dat ze links werd door te lezen. Op een dag trok ze Tormento van Benito Pérez Galdós uit de kast van haar grootvader. Daarin heeft een priester seks met een weesmeisje. ‘In dat boek leeft de auteur zowel mee met de priester als met het weesmeisje’, herinnert Grandes zich. ‘Ik las dat, en kon niet geloven dat het een Spaanse roman was. In het franquistische Spanje dat ik kende, zou dat niet door de censuur komen. En als het wel door de censuur zou komen, dan zou de priester een monster zijn, verschrikkelijk, een beest, en het weesmeisje een hoer.

‘Als je, zoals ik, hield van alles wat verwerpelijk, ondenkbaar en onaanvaardbaar was tijdens het franquisme, dan was je een antifranquist en dus links.’

Haar eerste werk was een erotische roman, Episoden uit het leven van Lulu, en dat werd meteen een succes. Ook de boeken erna speelden in de jaren dat Spanje net een democratie was geworden: jaren waarin het land zijn haren losgooide en het leven vierde. En toen verscheen Het ijzig hart, in 2007, waarin Grandes dieper afdaalde in de geschiedenis van haar land, tot aan de Burgeroorlog en de dictatuur.

Hoe bent u op het verhaal in De patiënten van dokter García gekomen?

‘Na het verschijnen van Het ijzig hart was ik enigszins verlamd. Dat was een boek van duizend pagina’s. Je moet in Spanje minstens één roman schrijven van duizend pagina’s. Immers, alle belangrijke werken uit de Spaanse literatuur hebben duizend pagina’s: Don Quichot, Fortunata y Jacinta, La Regenta

‘Maar toen ik klaar was met het boek, dacht ik: wat nu? Pas na anderhalf jaar kreeg ik plotseling een ingeving. Tijdens mijn onderzoeken voor Het ijzig hart was ik veel verhalen uit de Spaanse geschiedenis tegengekomen die ik niet had kunnen verwerken. Ik had ze allemaal opgeschreven in een schrift – ik ben gek op schriften. En opeens legde ik in gedachten de verhalen uit dat schrift op een tafel, en ik realiseerde me dat ik zes romans zou kunnen schrijven.

‘Het is de droom van iedere schrijver om een goudader te ontdekken. En ik heb zo’n ader ontdekt. Wij Spanjaarden leven boven op een goudmijn. Als je een beetje krabt, komen er ongelooflijke verhalen naar boven.’

Zes romans, dat is een enorm karwei. Zag u daar niet tegen op?

‘Nee, want ik had me anderhalf jaar vergist, ik had twee slechte filmscripts geschreven en een slecht theaterstuk, en nu wist ik binnen vijf minuten zeker dat ik goed zat. Ik belde mijn uitgever op en zei: ik ga zes romans schrijven. En toen ben ik begonnen.’

Het boek over Clara Stauffer is het vierde in de serie. Heeft zij iets speciaals in vergelijking met de historische personages die centraal staan in de andere boeken?

‘Elk boek is weer anders dan het vorige. Ik wil me niet gaan vervelen. Het eerste boek is een oorlogsboek: linkse guerrillero’s vallen de Aran-vallei binnen. In het tweede boek is de hoofdpersoon een jongen van 9 jaar, het zoontje van een Guardia Civil, die merkt hoe in de kazerne waar hij woont verzetsstrijders worden mishandeld. De derde roman gaat over het politieke verzet in de steden, met een grote rol voor vrouwen. En dit vierde boek is een spionnenroman.

‘Wat al deze boeken gemeen hebben, is dat ze gaan over het verzet tegen het franquisme. Je moet bedenken: in Italië en Frankrijk vormen verzetsromans en -films een heel genre. En dat zijn landen waarin het verzet om eerlijk te zijn maar kort heeft geduurd, veel korter dan hier.’

De serie heet ‘Episodes van een oneindige oorlog’. Daarmee bedoelt u de Spaanse Burgeroorlog, neem ik aan?

‘Ja, de oneindige oorlog is de Burgeroorlog. Maar het is niet zo dat ik denk dat de Spanjaarden nog in oorlog leven. De serie heet zo omdat ze gaat over degenen die zich tijdens de dictatuur niet hebben overgegeven. Zij bleven met Franco in oorlog totdat hij stierf. En zelfs toen dat gebeurde, hebben ze veel gehuild. Voor hen was dat de totale mislukking. Ze hadden Franco niet kunnen verslaan.

Toen ik met deze serie begon, dacht ik: jeetje, zes boeken zonder goed einde. Lezers houden ervan dat een boek goed afloopt, en schrijvers ook. Daarom heb ik besloten dat alle hoofdpersonen de dictator zouden overleven. En bovendien worden ze allemaal gelukkig in hun privéleven. Meer heb ik ze niet te bieden.’

Waarom vindt u het belangrijk de verhalen over die verzetsstrijders te vertellen?

Ik word gedreven door een politieke en morele impuls. Ik wil aan de Spanjaarden een heleboel mensen voorstellen die ze niet kennen, maar die in dit land leefden en hun leven op het spel hebben gezet, zodat zij nu de vrijheden en de rechten hebben die ze hebben.

‘Het antifranquistische verzet is nooit voorgekomen in het verhaal over de overgang naar de democratie. Die transitie wordt voorgesteld als een soort scène uit Mary Poppins: alsof er een lijn op de grond stond en we met z’n allen onze ogen dichtdeden en zijn gesprongen, en dat we toen in een geweldige wereld terechtkwamen.

‘Ik wil dat er eerherstel komt voor de strijders tegen het franquisme. De Spaanse democratie heeft hen nooit bedankt. Dit is voor mij een manier om dat alsnog te doen.’

Is dit boek ook interessant voor een Nederlands publiek?

‘Ik zou zeggen van wel. Het onderwerp van De patiënten van dokter García is tamelijk universeel. En zeker in de zorgwekkende, de barbaarse tijd waarin we nu leven in Europa. Ik denk dat alle verhalen over hoe het fascisme een eeuw geleden opkwam van pas komen. Want helaas gebeuren er in de 21ste eeuw dingen die daar erg op lijken. De manier waarop Donald Trump de presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten wint, is dezelfde als die waarop Adolf Hitler de verkiezingen in 1932 won. Je richt je op arme blanken – in het ene geval Duitsers, in het andere geval boeren uit het Middenwesten. Je zegt tegen ze dat het komt door de buitenlanders dat ze zijn geruïneerd – in het ene geval de joden, in het andere geval de zwarten en de latino’s. En je vertelt ze: maak je geen zorgen, als jullie op mij stemmen, gaan we ze allemaal uitroeien. De een moordt de joden uit en de ander is bezig met een muur. Daarom word ik zo moedeloos van de verkiezing van Trump. Want dit is een mechanisme dat we al kennen en we weten waartoe het kan leiden. Het Derde Rijk is niet meer alleen maar een film, niet meer alleen een fetisj: plotseling is het weer zichtbaar aan de horizon.

‘Nou goed. En los van dat alles hoop ik dat de Nederlandse lezers dit gewoon een goed boek vinden, een fascinerend boek.’

Hoe lang heeft u over het boek gedaan?

‘Vier jaar.’

De oorlogsmisdadigers die Clara Stauffer hielp ontsnappen waren ‘pure slechtheid’, schrijft u. Begrijpt u na die vier jaar waarom iemand zich inzet voor die mensen, die een verpersoonlijking zijn van wreedheid?

‘In elk geval is het me niet gelukt Clara te haten. Misschien komt het omdat ik voor mijn personages altijd put uit mijn eigen ervaringen: ze worden verliefd zoals ik verliefd word, ze zijn alleen zoals ik alleen ben, enzovoort.

‘Niemand is totaal slecht. Wij mensen zijn allemaal in staat tot het beste en tot het slechte. Maar ik denk wel dat er puur slechte ideeën bestaan. En hoe meer iemand meegaat in een afschuwelijke ideologie, hoe moeilijker het is te begrijpen dat iemand een goed persoon is. Ik vind het heel moeilijk te geloven hoe een racist, iemand die vindt dat een ander minderwaardig is omdat hij een andere huidskleur heeft, een goed mens kan zijn. Misschien zeggen zijn vrouw en zijn kinderen dat hij zó’n kerel is. Maar ik kan daar niet bij.’

Wanneer begint u aan het volgende boek?

‘Daaraan ben ik nu aan het schrijven. En het is maar de vraag of het lukt om deze keer ook een goede afloop te bedenken, want dit boek speelt zich af in de jaren vijftig, en die waren in Spanje heel triest.’

Almudena Grandes: De patiënten van dokter García. Uit het Spaans ­vertaald door Mia Buursma en Rikkie Degenaar. Signatuur; 832 pagina’s; € 29,99.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.