‘Wij laten New York een vorm van luxe zien: aandacht’

Oerol-directeur en Droog-chef over kunst- en cultuurfestival in de Hudson: ‘Het is geen show met mooie producten.’

Van onze verslaggever Rob Gollin

Vijftien containers met decors, apparatuur en tenten zijn sinds deze week per schip uit Nederland onderweg naar Governors Island. Op dit eiland in de Hudson, in de slagschaduw van Manhattan, zal een selectie uit de Nederlandse kunst- en cultuurwereld zich vanaf 10 september presenteren aan New York. Het tiendaagse programma, waarvoor enkele honderden personen worden ingezet, markeert de 400-jarige betrekkingen met de stad.

Het New Island Festival omvat theater-, muziek- en dansvoorstellingen op locatie, waarbij de sfeer op Oerol en de Parade de referentie vormt. Pioneers Of Change laat Nederlandse vormgeving, mode en architectuur zien in voormalige officiershuizen. Oerol-directeur Joop Mulder (56) is samensteller van het festival, Droog-directeur Renny Ramakers (63) is curator van het designevenement.

Wat staat de New Yorkers te wachten?

Mulder: ‘We laten de veelzijdigheid van onze buitenvoorstellingen zien. Variërend van het nogal wrange Braakland van Lotte van den Berg en Compagnie Dakar tot aan het maatschappelijk betrokken Broeders van Jetse Batelaan. Een nieuwe generatie makers komt aan bod. Maar er staan ook meer gevestigde reputaties: Toneelgroep Amsterdam, de Veenfabriek met Jeroen Willems.’

Ramakers: ‘In en rond de huizen lopen projecten die inhaken op thema’s die sinds het aantreden van Obama in de Verenigde Staten spelen: milieu, duurzaamheid, sociale betrokkenheid.

‘We richten onder meer een café in, waar bejaarden uit New York bedienen. Op je bord krijg je wat van ver komt, zoals tonijn, in heel kleine hoeveelheden, en producten uit de eigen tuin juist in Amerikaanse proporties. De bejaarden leggen het uit. Zo laten we andere vormen van luxe zien: tijd, aandacht, stilte, respect. 2012 Architecten toont hoe je restanten bouwmateriaal kunt oogsten, en wat je ermee kunt.’

Welk beeld hebben de New Yorkers van de Nederlandse cultuur, denkt u?

Mulder: ‘Het werk van iemand als Ivo van Hove kennen ze wel. Wat mij telkens opvalt, is dat ze heel nieuwsgierig zijn naar wat er in Europese theaters gebeurt. Dat gaat verder dan ze gewend zijn. Dat gaf mij de moed gedurfd te programmeren.

‘Enkele theaters in de stad hebben hun naam al aan voorstellingen verbonden. Dat zegt toch wel iets.’

Ramakers: ‘Onze ervaring in onze winkelgalerie in New York is dat ze het Nederlandse ontwerp crazy vinden. Er is veel waardering voor de vrijheid in het vak. Ik wil laten zien dat er achter die vrijheid ook een gedachte zit. Het zijn niet zomaar dingetjes.’

Hoe is de selectie gegaan?

Ramakers: ‘Toen ik het concept schreef, kwamen potentiële deelnemers al in me op. Ik zocht pioniers, ontwerpers die op hun vakgebied iets nieuws te vertellen hebben over deze tijd. Iedereen die ik vervolgens benaderde, zei gelijk ja.’

Mulder: ‘Naast de artistiek inhoudelijke kant heb ik vooral gezelschappen gekozen waarmee ik al eerder op Oerol heb gewerkt. Dan weet je wat je aan elkaar hebt. Zeker met locatietheater moet je flexibel zijn.

‘Ik dacht dat Terschelling weleens moeilijk deed, maar op Governors Island ligt het nog veel ingewikkelder. Dan werd er een plek geschrapt omdat er archeologen aan het werk moesten, elders lag misschien munitie. Op het laatste moment moet je iets kunnen ombouwen.’

Is dit het beste dat Nederland te bieden heeft?

Ramakers: ‘Het is geen show van mooie producten. Dan zou je misschien andere namen zijn tegengekomen. Het is wel een statement.’

Mulder: ‘Daarmee zou ik anderen tekort doen. Dries Verhoeven, Boukje Schweigman; ik had ze er graag bij willen hebben. Maar we moesten keuzes maken. De budgetten waren beperkt.’

De hoeveelheid mens en materiaal suggereert iets anders.

Mulder: ‘Maak je daar geen overdreven voorstelling van. Het ministerie van OCW betaalt 7 ton. Er zijn bijdragen van sponsors, de stad Amsterdam, de provincie Friesland. Het totale budget is ongeveer een miljoen. Daarvoor komen 200 artiesten en medewerkers. Ze krijgen een vergoeding voor de dag dat ze spelen. Meer niet.

‘Maar het enthousiasme om mee te doen, is erg groot. Het is een eer om op zo’n bijzondere plek te kunnen spelen. 80 tot 90 procent van de deelnemers gaat gewoon kamperen op het eiland. Het moet ook fun zijn.’

Ramakers: ‘We kregen een kleine 5 ton van verschillende ministeries, waaronder Economische Zaken. Onze begroting is 6 ton. Ook de 45 ontwerpers nemen genoegen met een dagvergoeding. Het meeste geld gaat op aan de productie. Water, elektriciteit, bewakers, vergunningen.

‘Echt alles in New York is duur. Ik had gehoopt op vrijwilligers. Het fenomeen is er onbekend. Ook de bejaarden in ons café moeten we betalen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden