Wij Kunnen Wel Beter, Maar Dat Doen Wij Lekker Niet

Gerardjan Rijnders staat weer eens op het affiche. Dit keer als 'begeleider' van de voorstelling Dood door de groep Ze Doen Wat Ze Kunnen....

Hein Janssen

De voorstelling gaat over de pijn van het leven, in dit geval uitermate voelbaar gemaakt in de huishouding van een homostel - de een oud en ziek (Joop Admiraal), de ander iets minder oud en misschien nog wel zieker, maar dan in zijn hoofd (Dik Boutkan).

Cynisme is hier het sleutelwoord, want wat een stel zeikerige, chagrijnige en akelige mensen staat hier op het toneel! De anekdote is simpel: Admiraal speelt Theo, een kunstenaar die vroeger succes had maar nu is afgezakt. Boutkan is zijn vriend Nathan, die zich 34 jaar geleden door hem met zijn broek op de knieën uit de bosjes heeft laten oppikken. In huis scharrelt dan ook nog een soort verzorger rond, een jongeman met een masker op (Martin van Poppel). Hij is de buitenstaander. Op hem wordt het cynisme afgereageerd, en in hem zien ze misschien ook wel een handreiking naar de verloren jeugd.

Dood is een productie die allerlei tegenstrijdige gevoelens oproept, en misschien is dat wel een pluspunt. In zijn soms expliciete seksuele toespelingen doet de voorstelling Reviaans aan. Het verslag van Nathans eerste seksuele avontuur met een buurjongen in welpenuniform is zelfs rechtstreeks aan het idioom van Reve ontleend. Admiraal excelleert in een trefzekere vertolking van oudere man. Hoe hij in zijn long John over het toneel stiefelt en met zijn zangerige stem soms mooi-wijze teksten zegt - het is goed om te zien.

Maar de vorm die is gekozen - bewust antitheater, een slordige tekstbehandeling van Boutkan, een wat aanstellerige Publikumsbeschimpfung aan het eind - is op het irritante af koket. De groep noemt zich al sinds 1997 Ze Doen Wat Ze Kunnen, maar eigenlijk zou dat moeten zijn: Wij Kunnen Wel Beter, Maar Dat Doen Wij Lekker Niet.

Tegen het eind ontpopt de gedienstige verzorger zich ineens als een heftige Meedogenloze Jongen (opnieuw met dank aan Reve) en verandert hij van homo-icoon (honkballer die wellustig over zijn knuppel wrijft) tot verlosser van al het menselijk lijden.

Gedurende de gehele voorstelling wordt op de achterwand een film vertoond waarop we Theo vakantie zien houden in Marokko. Die geluidloze film tekent 's mans eenzaamheid misschien nog wel meer dan de tekst. Zo alleen op zijn hotelkamer, foto's bekijkend van mooie Marokkaanse jongens. Zo alleen op het strand. Zo alleen in de stad. Zo alleen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden