Wij Hollanders komen er niet best af

Een huzarenstuk, een logistiek immense onderneming – dat is Tuin van Holland op z’n minst. Toneelgroep De Appel brengt bijna zes uur theater over de Nederlandse identiteit....

In de foyer van het Appeltheater in Den Haag begroeten Louise de Coligny en majoor Bosshardt elkaar hartelijk. Op een afstand kijken Anne Frank en Mata Hari toe. Hoewel het actrices zijn, herken je ze meteen – de dames zijn geheel in stijl gekleed. Er loopt nog een aantal typisch Nederlandse personages rond, onder wie Sinterklaas, André Hazes en een opzichtig uitgedoste Oranjesupporter.

De toneelspelers van De Appel maken zich tijdens de repetitie op voor het slotdeel van de marathonvoorstelling Tuin van Holland. In deze epiloog komt een aantal acteurs samen die daarvoor in zes afzonderlijke toneelstukken delen van de Nederlandse geschiedenis hebben gespeeld. In de grote zaal van het theater is de achterwand opgedeeld in fictieve kleedkamers. Daar kleden de personages zich om, filosoferen ze met elkaar over de stand van zaken in het land. En, in puntige crosstalk, over hoe de toekomst van Nederland eruit zal zien.

Een huzarenstuk, een logistiek immense onderneming – dat is deze Tuin van Holland op z’n minst. Bijna zes uur theater over de Nederlandse identiteit aan de hand van een zelfgekozen theatrale geschiedeniscanon. Tussen de Proloog en de Epiloog worden zes stukken opgevoerd; drie daarvan zijn klassiek van opbouw, en gaan over beroemde historische moorden die kantelmomenten in de Nederlandse geschiedenis waren. De andere drie zijn collage-achtige voorstellingen over de drie-eenheid de Dijkgraaf, de Koopman en de Dominee – ‘de oppergoden van het Nederlands mythologisch universum’.

Het gehele project staat onder artistieke leiding van Aus Greidanus, bijgestaan door de acteurs Jules Terlingen, David Geysen en Bob Schwarze, die ieder een deel regisseren; dramaturg Alain Pringels en Terlingen schreven mee aan de teksten.

Greidanus loopt al jaren rond met het plan in het theater iets te doen rond de Nederlandse geschiedenis. Geschiedenis is ‘in’ – met het bepalen van de canon, de (omstreden) komst van een historisch museum, de verkiezing van het beste geschiedenisboek van het jaar, tv-documentaires. En ook in het theater: naast Tuin van Holland gaat binnenkort de (cabaret)voorstelling Van hunebed tot hives in première.

Toen in 2007 prinses Maxima zich in een inmiddels beroemde toespraak afvroeg of de Nederlandse identiteit wel bestond, en andere politici juist hamerden op onze VOC-mentaliteit of riepen dat we vooral trots op Nederland moeten zijn, kreeg zijn plan handen en voeten. Greidanus: ‘Die discrepantie tussen de uitspraak van Maxima enerzijds en dat stoer doen van al die politici heeft mij zeker geïnspireerd. Elk land heeft kennelijk een identiteit nodig – je moet gastvrij zijn, of tolerant, of open. Op grond daarvan zet je je land in de markt, maar al die begrippen zijn natuurlijk aanvechtbaar. Aan de andere kant is er een groot Wij-gevoel, kijk maar naar de Olympische Spelen – we hebben goud! roepen we dan. Het is hetzelfde gevoel als landen op Schiphol nadat je drie maanden in het buitenland bent geweest, en dan voelen: ja, we zijn weer thuis.’

Met de marathonvoorstelling Tuin van Holland wil De Appel theater maken over de eigen, oude geschiedenis. Dat gebeurt niet vaak; als er al dergelijke voorstellingen zijn, gaan ze over gebeurtenissen uit het recente verleden als de Nacht van Schmelzer, de rol van Soekarno in Indonesië, de val van Srebrenica en de moord op Fortuyn.

Greidanus: ‘De Engelsen hebben Shakespeare, de Duitsers Goethe en Schiller, de Fransen Racine en Molière. Een Engelsman kijkt toch heel anders naar Henry IV dan wij Nederlanders omdat het over hun eigen voorouders gaat. Elke keer als zij een voorstelling zien, kijken ze per definitie naar hun geschiedenis. Op een paar speelbare stukken van Vondel en Heijermans na, hebben wij die traditie niet. Zelf ben ik opgegroeid met de klassieken en het is mijn ambitie om daar in het theater aandacht voor te vragen. Juist ook in deze tijd waarin veel theatermakers hun artistieke inspiratie zoeken in het bewerken van romans en films.’

Voor Greidanus heeft het regisseren van Tuin van Holland ook een persoonlijke reden. Hij was achttien toen hij in de roerige jaren zestig in Amsterdam woonde en dacht dat daar het centrum van de wereld was. Baas in eigen Buik, Mandela Vrij!, de Russen waren de grote vijand, er heerste totale seksuele vrijheid en er was nog geen aids. ‘Deze week ben ik zestig geworden, en realiseer ik me dat er een enorm verschil is in hoe ik toen tegen Nederland aankeek en hoe het land er nu voorstaat. Bij het maken van deze voorstelling hebben we ons afgevraagd: hoe komt het dat de mentaliteit in dit land zo extreem is veranderd?

‘Wij wonen in een delta, het land van de dijkgraaf, en zijn strijd tegen het water. Maar ook van de dominee die weet wat goed en fout is, en de handelaar die voor de welvaart zorgt. Die drie moeten met elkaar door één deur, en dat gaat eigenlijk niet. Wij zijn een volk dat eerst zijn rekenmachientje tevoorschijn haalt als de dalai lama op bezoek komt, en uitrekent wat het kost als de premier hem al dan niet hand geeft. Wij marchanderen heel slim tussen ja zeggen en nee doen. Waar ik me over verbaas, is dat we wel heel makkelijk even de andere kant op kunnen kijken.’

In Tuin van Holland zullen actuele ontwikkelingen (Wilders, Uruzgan, kredietcrisis) niet aan bod komen, maar wel wil Greidanus aantonen dat de geschiedenis zich herhaalt. Dat er eigenlijk niet veel verschil is tussen de moorden op Van Oldenbarnevelt en Theo van Gogh. Dat een redevoering van Mussert zo gehouden zou kunnen worden door Wilders.

Greidanus: ‘Niet om van Wilders een NSB’er te maken, maar om duidelijk te maken dat manipulatie met als doel het volk achter je te krijgen van alle tijden is. Destijds kregen de katholieken de schuld, nu de moslims.

[Zie verder pagina 16]

‘We hebben alles op dit paard gezet’
[Vervolg van pagina 15]

In onze voorstelling kijk je als buitenstaander naar het verleden, en je ziet dat de mechanismen van vierhonderd jaar geleden niet veranderd zijn. Nee, dat is niet geruststellend, maar zoals Shakespeare het in Macbeth zegt: het wiel zal altijd blijven draaien – als Macbeth dood is, staat er weer een nieuwe Macbeth op.’

~

Geschiedenis maken is kiezen: in Tuin van Holland zijn Willem de Zwijger, Johan van Oldenbarnevelt en de gebroeders De Witt onderwerp van drie klassiek opgebouwde stukken. Alle drie kwamen zij op onnatuurlijke wijze om het leven: vermoord, terechtgesteld, gelyncht. In Barnevelt verschijnen de hoofdfiguren (Maurits en Van Oldenbarnevelt) niet zelf op het toneel – het verhaal wordt verteld door de personages om hen heen. Zoals vlak voor de terechtstelling in de confrontatie tussen Louise de Coligny en Maria van Utrecht, Van Oldenbarnevelts echtgenote. En hoe zijn zoon daarop reageert.

De vormgeving van deze voorstelling is strak: op een bassin met water is in blank hout de achterkant van een herenhuis gebouwd; de kostuums zijn weelderig, de tekst is helder en compact – het politiek drama is hier op efficiënte manier teruggebracht op familie- en huiskamerniveau. Met rake zinnetjes als ‘Als macht gewoonte wordt, wordt moed overmoed’ en ‘Politiek is de kunst van het mogelijke’. En met constateringen waarmee we vandaag de dag ons voordeel kunnen doen als ‘Godsdienst en politiek hebben niets met elkaar te maken’ en ‘Iedereen praat elkaar na in dit land, dat zit in de aard van dit volk’.

In diezelfde theaterzaal wordt later ook de voorstelling Water gespeeld, over de strijd tegen het water door de eeuwen heen. Volgens Greidanus ‘bijna een performance, verstild theater in de sfeer van het bewegingstheater van Pina Bausch’. In de andere twee collagevoorstellingen gaat het onder meer over de koloniën (met een cabaret in Batavia, de dagboeken van Nova Zembla, slavenhandel) en over Geld & Geloof.

Voor een relatief bescheiden gezelschap als De Appel is Tuin van Holland een megaonderneming. Na eerdere marathonvoorstellingen als Tantalus en Odysseus is het ook dit keer erop of eronder. Of zoals zakelijk leider Gerrit Dijkstra zegt: ‘Het is een logistiek en financieel heftige operatie. Je hebt geen idee hoeveel ons dit gaat kosten, hier gaat een groot deel van ons budget in zitten. We moeten minstens tot november spelen om uit de kosten te komen.’

Alle zalen van het Appeltheater worden gebruikt; in de grote foyer wordt een Oud-Hollandse marktplaats ingericht waar het publiek tussendoor kan eten, waar Bredero’s Klucht van de koe in een fast forward-versie van tien minuten wordt opgevoerd, en waar ridderspelen plaatsvinden – dat alles met een knipoog. Greidanus: ‘Wij maken gebruik van het feit dat wij een eigen theater hebben, dat we van top tot teen en tot in alle hoeken kunnen verbouwen. Die unieke positie moeten we zoveel mogelijk uitbuiten. Mijn collega-theatermakers moeten hun decors vaak in twee uur tijd in een vrachtwagen laden, om vervolgens op reis te gaan door het land.’

Het publiek kan overigens niet alles zien: tussen Proloog en Epiloog moet tussen vier van de zes stukken (die deels tegelijkertijd spelen) worden gekozen.

De vraag of zo’n marathon met alle toeters en bellen ook niet een beetje entertainmenttheater en een evenement is, vindt Greidanus onterecht. ‘Dat is zeker niet ons doel, hoewel wij als De Appel theater wel altijd als een toegankelijk evenement zien, meer dan de voorstelling op zichzelf. Maar inhoudelijk zijn wij nog nooit zo geëngageerd en kritisch geweest als nu. Ik maak gebruik van de lichtheid om hard te kunnen toeslaan. Nee, dit wordt zeker niet vrijblijvend, wij Hollanders komen er niet best af.’

Hoewel het niet de bedoeling is dat Tuin van Holland een soort Teleac-theater wordt, beaamt Greidanus dat de voorstelling enig educatief effect zal hebben. Het publiek zal dingen te weten komen waarvan het meer wil weten, en thuis misschien nog eens een boek openslaan. Maar het gaat hem vooral om het tonen van de mechanismen, die de geschiedenis overstijgen. Los van het feitenmateriaal tonen wat de subjectieve belangen zijn van diegenen die door de eeuwen heen de beslissingen hebben genomen. En volgens Greidanus is dat voornamelijk eigenbelang, een hang naar rijkdom en macht – ‘Die Maurits was een Bouterse in het kwadraat, hoor.’

~

Bij de eerste marathonvoorstelling van De Appel (Tantalus, duur: twaalf uur) zeiden collega’s: dat gaat niet lukken, dit wordt jullie ondergang, niemand gaat twaalf uur naar theater. Greidanus constateert intussen dat in het Nederlandse theater de ene marathonvoorstelling de andere opvolgt. Ten Oorlog!, De Familie Avenier, Romeinse Tragedies, Tien Geboden, en in het nieuwe seizoen staan Faust 1 & 2 (Nationale Toneel) en een nieuwe marathon van Tom Lanoye op basis van twee Tsjechov-stukken (Toneelgroep Amsterdam) op stapel.

Greidanus: ‘Het geeft aan dat de mensen weer lange vertellingen willen. Maar voor ons geldt dat niets zo gevaarlijk is als het herhalen van een succesformule. Als dit niet lukt, zijn we weg. Alles wat we in huis hebben, hebben we op dit paard gezet. Ik kan helemaal op mijn bek gaan, maar dat doe ik dan met liefde. Ik heb deze voorstelling willen maken, en mijn nek uitgestoken. Als ze vervolgens mijn kop afhakken, moet dat maar.’

Na afloop van de doorloop van de Epiloog stopt majoor Bosshardt voorzichtig haar pruik in de koffer, ontdoet Sjoukje Dijkstra zich van haar kunstschaatsen en verdwijnt Mussert stilletjes de kleedkamer in. In het Appeltheater zullen zij de komende maanden geschiedenis gaan maken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden