Oog voor detail De donkere cirkel

Wieteke van Zeil: ‘De donkere cirkel van Mona ­Hatoum heeft een ondoorgrondelijke kracht’

Je ziet het pas goed van dichtbij. Wieteke van Zeil over opmerkelijke en veelbetekenende (bij)zaken in de beeldende kunst. Deze aflevering: zwarte gaten.

Detail van Turbulence (Black) van Mona Hatoum uit 2014. Beeld Antoine van Kaam / collectie Museum Voorlinden

Er zijn vragen die je beter niet kunt stellen. Zoals:

- Aan een kerkhistoricus, vóór 15 april 2019: wat zou je doen als je moest kiezen tussen je eigen leven of het voortbestaan van de Notre Dame?

- Aan een natuurkundige, vóór 10 april 2019: wat zou je doen als je moest kiezen tussen je eigen leven en de vondst (met fotobewijs) van een zwart gat?

Zulke dilemma’s zijn gemeen, ­omdat het eigen belang tegen het algemene wordt afgewogen. Kort versus eeuwig. Ego versus alles. Robbert Dijkgraaf schreef over zwarte gaten: ‘Ze zijn de rafelranden van de wetenschap en herinneren ons aan de grootste vraag in de fysica: hoe het allergrootste te verenigen met het allerkleinste.’ De rafelranden, waar kennis en verbeelding niet meer verder ­kunnen en onze nieuwsgierigheid ondraaglijk wordt. Volkskrant-­wetenschapsredacteur George van Hal probeerde uit te leggen waarom wetenschappers zwarte gaten willen begrijpen: ‘omdat dat, net als een schilderij, de wereld een beetje mooier maakt.’ Kunst en wetenschap zijn het tegenovergestelde van het alledaagse; ze zoomen uit, in tijd en belang. Ze verschrompelen ons ego even. ­Zoals de Notre Dame; een reuzin in de tijd, ze verbindt geschiedenissen en generaties. We zagen haar deels verpulveren in de vlammen in een fractie van tijd. Dat klopt helemaal niet met het millennium dat het er gewoon wás. Geboorte op dood op geboorte op dood. Het gaat er niet in, net als de ­uitleg dat ruimte en tijd worden opgeslokt in een zwart gat niet echt in het hoofd wil.

In museum Voorlinden stonden we voor een zwart gat. Een grote cirkel van knikkers als glanzende dropballen, verschillend in maat – als je lang genoeg kijkt, lijkt het te borrelen en bewegen. Turbulence (Black) van Mona ­Hatoum voelt geleidelijk steeds minder als een oppervlak en des te meer als diepte. Je wordt er ingezogen, je bent even weg. En dan, als de vijver van Narcissus, kom je jezelf tegen. Alleen in dit detail al bijna negentig keer (met mijn dochter trouwens, die vrolijk haar hand in de lucht priemt). Dan is je ik weer terug.

De donkere cirkel van Mona ­Hatoum heeft een ondoorgrondelijke kracht, wat me deed denken aan de foto van dat magische zwarte gat waarin alle massa wordt teruggebracht tot een punt. Waarin materie als spaghetti uitrekt. De wetenschap vlucht in verbeelding om het te beschrijven, omdat het zo ondenkbaar is allemaal. Kijk een tijdje naar die zwarte knikkers, en je snapt waarom de beelden die kunstenaars maken helpen het ondenkbare voor te stellen. Net als het gitzwarte échte gat dat kunstenaar Anish Kapoor in 1992 voor de Documenta maakte, zo zwart dat je de diepte niet kunt zien (waardoor er onlangs ook iemand per ongeluk in viel).

Er spiegelt veel in ­Voorlinden; behalve in ­Turbulence (Black) komt de bezoeker zichzelf tegen in de ballen van Yayoi ­Kusama, haar ­Infinity Room, het water van Ann ­Veronica Janssens en de omgekeerde reflecties van Adolf Luther. Steeds worden we heen en weer geslingerd tussen ons kleine zelf en het grotere ­geheel.

Turbulence (Black) van Mona Hatoum uit 2014. Beeld Antoine van Kaam / collectie Museum Voorlinden

Volg Wieteke van Zeil op ­Instagram: @artpophistory

Mona Hatoum: Turbulence (Black)
Glas, stof
Hoogte 3 cm, diameter 250 cm
Museum Voorlinden Wassenaar

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.