Wie zijn wij en waar komt de mens vandaan?

Hoe zijn we geworden wat we zijn? In een nieuw overzichtswerk geeft de eminente steentijdarcheoloog Leendert Louwe Kooijmans de laatste stand van zaken. Een gesprek over de grote vragen, aan de hand van drie voorwerpen uit de steentijd.

Beeld Adrie Mouthaan / de Volkskrant

Daar staat hij, tussen de vitrines met prehistorische voorwerpen van het Rijksmuseum van Oudheden. Wat grijzer en een beetje verweerd door de jaren, maar toch: de man die een aanzienlijk deel van de collectie Nederlandse archeologie eigenhandig bij elkaar heeft gegraven. Alsof je met Picasso door het Picassomuseum loopt. Daar, die 6200 jaar oude visfuik: hebben zijn studenten nog met theelepeltjes vrijgemaakt uit de klei bij Bergschenhoek. Of hier, de boomstamkano van Hardinxveld, moet je zien hoe mooi die bodem is afgewerkt.

En nu heeft Leendert Louwe Kooijmans, ruim tien jaar met emeritaat alweer als hoogleraar prehistorische archeologie, misschien wel zijn magnum opus geschreven. Een solide, vlot geschreven overzichtsboek, waarin hij zijn kennis nog één keer samenbalt. 'Een heel basic verhaal', zegt hij zelf. 'Ik heb geen missie, geen boodschap, anders dan veel van die Engelstalige syntheses. De enige boodschap is: kijk eens, dit is wat we nu weten. Ik denk dat het voor het eerst zo bij elkaar staat.'

We gaan naar een magazijnruimte waar medewerkers op verzoek enkele prehistorische artefacten hebben uitgestald. Witte latex handschoenen ernaast. Wat een onzin, bromt de grote LLK met de stuursheid die hem ook typeert. Deze objecten zijn door duizenden handen gegaan, en dan zou hij er niet aan mogen zitten?

En voordat iemand iets terug kan zeggen heeft hij het eerste object al in zijn handen.

Leendert Louwe Kooijmans

Onze vroegste voorouders - De geschiedenis van Nederland in de steentijd. Het begin tot 3000 v. Chr.

Bert Bakker; 608 pagina's; 39,99 euro

OBJECT 1 - Vuistbijl, ca. 150 tot 50 duizend jaar oud Vindplaats Schedeldoekshaven, Den Haag Exacte datering en herkomst onbekend; gemaakt door Neanderthaler of zijn voorganger. Beeld Adrie Mouthaan / de Volkskrant

Kooijmans: 'De oudste werktuigen waren gewoon stenen waar ze een scherpe snijkant aan hebben gemaakt: twee afslagen eraf, klaar. Dit is een latere, waarbij je de afslagen in dezelfde richting maakt, terwijl je hem steeds een slag draait, om en om. Wechselseitig-gleichgerichteten Kantenbearbeitung, zeggen de Duitsers. Deze is niet geweldig gelukt, ze hebben die bult niet goed weg gekregen, zie je dat? Ze hebben flink zitten meppen, en het is ze gewoon niet gelukt.'

Een raadselachtig voorwerp is het ook. Anderhalf miljoen jaar lang zaten onze voorouders dit soort vuistbijlen te maken. Is dat hoger cognitief gedrag, of eerder een instinctief gedragspatroon, zoals een vogel een nestje maakt?

'Mijn complimenten. Het woord instinct valt. Is het aangeleerd: jij maakt een vuistbijl en ik maak hem na? Of gaat het intuïtief en zijn mensen genetisch bevoordeeld geraakt om vuistbijlen te maken? Het is of, of.'

U mag het zeggen. U bent de professor hier.

'Dan zeg ik: we hebben geen antwoord op alle vragen. We weten het gewoon niet. Maar er wordt nogal sceptisch op die verhalen van het instinct gereageerd. Want het is technisch gecompliceerd om zo'n bijl te maken.'

Maar... honderdduizenden jaren lang zaten ze steeds dezelfde bijlen te maken, zonder dat iemand op het idee kwam: nu doen we eens wat anders. Dat is toch krankzinnig?

'Ach, fysieke evolutie gaat ook heel langzaam en er zijn wel wat ontwikkelingen. Wij vinden dat onwennig, omdat alles zo snel gaat. We zien een voortdurende stroomversnelling in de materiële evolutie. In die tijd was het verschil tussen een steen met een snijkant en een vuistbijl al enorm.'

Kunt u er de vinger op leggen: wat maakt ons tot mens?

'Ik denk toch dat het de combinatie is geweest, van nadenken en vaardigheid. Het systematisch gebruik van materiaal om werktuigen volgens een concept te maken, met het oogpunt van toekomstig gebruik. De planning-diepte. Vroege mensen die zich staande willen houden, hebben die vaardigheden hard nodig. Ze hebben geen klauwen of scherpe tanden. Ze zijn niet extreem sterk, en niet snel. Maar ze zijn wel slim. En ze werken samen. En dit...' Hij houdt de vuistbijl omhoog: 'Dit is denk ik een instrument geweest waarmee mensen zich in die wereld staande konden houden.'

OBJECT 3 - Geweibijl, ca. 9000-6000 v Chr. Vindplaats Noordzee Jager-verzamelaars, volledig moderne mensen. Beeld Adrie Mouthaan / de Volkskrant

'Met deze bijl maken we een enorme stap voorwaarts. De hunebedbouwers in Noord-Europa gebruikten dit soort bijlen. Want als ze eenmaal boer zijn geworden, hebben ze een veel grotere materiële behoefte. Je moet hele velden open kappen, huizen bouwen; ze gebruikten die bijlen voortdurend.'

Hoe zijn we zover gekomen? Honderdduizenden jaren lang waren we jager-verzamelaars. En toen, na de laatste ijstijd, ging men opeens boeren.

'Na de laatste ijstijd verdwijnen de uitgestrekte mammoetsteppen. Je ziet dan twee ontwikkelingen. Ten eerste ontstaat de specialistische jacht op kleine, verspreide fauna in het bos. En de tweede is dat vooral in het Midden-Oosten mensen op één plaats gaan wonen. Ze vormen voorraden, gaan granen verzorgen. En voor ze het zelf door hebben zijn het akkerbouwers.'

Maar waarom?

'We weten van jagers dat ze elkaar af en toe op een vaste plek willen ontmoeten. Om informatie uit te wisselen, partners te vinden, en voor de gezelligheid: je buren van achter de horizon ontmoeten. Dat kan alleen als er genoeg te eten is, dus als je voorraden aanlegt voor het slechtste seizoen. Aggregatiekampen, heet dat. Men jaagt op gazelles, vist en oogst graan, waarvan ze koeken bakken. Ik denk dat dat op een gegeven moment is doorgezet. De bevolking groeit, ze blijven toch op één plek wonen - en zo gaat het door.'

Dus we gingen landbouwen... om koekjes te bakken?

'Nou ja, koeken hè? Die hebben we ook teruggevonden. Verkoolde koekjes. Maar inderdaad, ik zie de landbouw als uiting van de wens tot sociaal contact, tot gezelligheid. En op een gegeven moment wilden ze niet meer verkassen. Misschien omdat ze flink hadden geïnvesteerd in hun nederzetting, in voorraadschuren en vaste hutten. Misschien ook omdat er verderop al anderen zaten.'

Uit studies van oude skeletten blijkt dat de vroegste boeren klein, zwak en ziekelijk waren. Vanwege de ontberingen, ziekten, slechte hygiëne en eenzijdige voeding die ook met de landbouw komen.

'Ja, maar... wisten zij veel? Dat bij elkaar wonen heeft inderdaad een boel nadelen... Maar ja, het gebeurt toch. Waarschijnlijk zaten deze mensen gevangen in hun systeem. Ze gaan dat graan verzorgen, het cultiveren, het beschermen tegen dieren. En op een gegeven moment gaan ze ook huisdieren houden. Geit, schaap, varken. Tenslotte het rund. Dat wordt geëxporteerd naar andere gebieden. En zo ontstaat een geïntegreerd agrarisch systeem.'

CV - Leendert Louwe Kooijmans (Arnhem, 1940)

1974 Studie fysische geografie en prehistorie in Utrecht; proefschrift in Leiden

1966-1982 Conservator Rijksmuseum van Oudheden, Leiden

1982-2003 Hoogleraar prehistorie en decaan faculteit archeologie, Leiden

1998 Vondst boomstamkano van Hardinxveld

2003 Emeritaat, ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw

2005 Hoofdredacteur overzichtsboek: De Prehistorie van Nederland

Leendert Louwe Kooijmans was als onderzoeksleider betrokken bij tal van belangrijke opgravingen, waaronder Hazendonk, Bergschenhoek, Hardinxveld en Schipluiden.

In China en Midden-Amerika gebeurde het ook, onafhankelijk van het Midden-Oosten. Haast alsof de mensheid overal tot een soort kookpunt kwam. Een faseovergang naar landbouw.

'Er is een mooie theorie van een Noorse feministe: misschien wilden de vrouwen niet meer verder, dat gesjouw met die kinderen. Maar inderdaad. De samenleving had al een boel doorgemaakt. Men had een ijstijd doorstaan. Een complexe technologie ontwikkeld, van gespecialiseerde jagers. Dan gaat de ontwikkeling sneller. Je kunt dit niet vergelijken met die heel trage vuistbijlwereld.

'En... kijk, er was natuurlijk niet een denker die op een dag zei: kom, laten we gaan landbouwen. Dit gaat over duizenden jaren, heel geleidelijk wordt het jagen-verzamelen afgebouwd. Dit overkomt de mens. Stap voor stap voor stap verandert zo'n maatschappij. En de mensen die erin zitten weten niet beter.'

OBJECT 2 - Vuurstenen bijlblad. Trechterbekercultuur, ca. 3400-2900 v Chr. Vindplaats Garderen Landbouwers, volledig moderne mensen. Beeld Adrie Mouthaan / de Volkskrant

'Zie je dat gat? Daar gaat de steel in. Dan kun je er hout mee hakken. Kijk maar, deze is helemaal aan gort gehakt. Deze werden gebruikt door jager-verzamelaars die al wel in hutten woonden. Maar het was nog het Europa van vóór de landbouw. The affluent society, wordt deze samenleving ook wel genoemd; een ideale, welvarende tijd. De mensen kwamen niks tekort, ze hadden goed en gevarieerd te eten, leefden buiten, waren gezellig bezig met elkaar. Ze hoefden nog geen apps op hun smartphones.'

Toch rukte ook voor hen de landbouw op. Waarom eigenlijk?

'Ik ben nog opgegroeid met het idee: de boeren kwamen uit het Midden-Oosten, waren succesvol, vermeerderden zich, en zo ging de landbouw als vanzelfsprekend in een wave of advance de wereld over. De jagers werden daardoor verdrongen. Maar daarop kwam kritiek: die jagers zijn helemaal niet van die minkukels. Zodoende kwam er een politiek correcter model, het acculturatiemodel: die jagers hebben de landbouw overgenomen.

'Nu blijkt uit dna-onderzoek dat het toch om migranten gaat. Elke keer als een nederzetting te groot werd en uit elkaar dreigde te spatten, moest een groep zich afsplitsen. Jongere zoons gingen verderop zitten. Dat is het pionier-kolonisatiemodel. Vandaar dat de landbouw in een paar eeuwen de hele Middellandse Zee rondging en naar het noorden, verder Europa in.'

Behalve bij ons.

'Het bijzondere aan Nederland is dat bij ons de jagers wél heel geleidelijk de landbouw overnemen. Er wordt graan geïntroduceerd, er worden huisdieren geïntroduceerd. Dat is uitzonderlijk. De Swifterbantcultuur. Een Nederlands verhaal, dat afwijkt van het algemene patroon.'

U bent al ruim tien jaar met pensioen, de 75 gepasseerd. Wat doet prehistorie met het uitzicht over het leven?

'Een van de dingen die je je heel goed realiseert, is hoe tijdelijk je bent. Op een gegeven moment ben ik weg en dan komen er weer nieuwe. Maar... ik ben niet zo optimistisch over het voortbestaan van de menselijke samenleving. Als je ziet hoe langzaam de maatschappelijke evolutie ging, en hoe versneld alles nu gaat. We zitten in... onbeheersbare processen. Vervuiling, energiegebruik, bevolkingsgroei. Dat kan zo niet doorgaan, zeg je dan. Waar gaat dit heen.'

De prehistorie bewijst ook hoe vindingrijk we zijn.

'Maar er wordt nu wel heel veel vindingrijkheid vereist. En... ik kan er niks aan doen, ik voel mezelf machteloos.'

U heeft onlangs, na een ziekbed, uw dochter verloren. Biedt ons diepe verleden bij zo'n verschrikkelijke tragedie enig houvast?

'Nou, je gaat relativeren. Je kijkt om je heen: ik ben de enige niet. En vroeger werden de mensen... 60, dat was geweldig. In de prehistorie werd men gemiddeld 30. Kinderen werden niet eens begraven. Mijn dochter was 49, vroeger was dat een oude vrouw. Dat neemt niet weg dat het persoonlijk natuurlijk heel ingrijpend is. Ze was een echte gangmaker. Een inspirerende vrouw. Ik kreeg een brief van een oud-studente van dezelfde leeftijd: meisjes van 49 mogen nog niet dood. Meisjes van 49.'

Waarom is onderzoek van de prehistorie belangrijk?

'Tja, voor ons huidige bestaan is de industriële revolutie natuurlijk veel relevanter. Maar we willen ook weten wat er op Pluto gebeurt. En welke dinosauriërs er waren, we willen gewoon alles weten! Om te relativeren, perspectief te bieden.

'En ja, ik vind het altijd weer spannend hoe je met zo weinig aangrijpingspunten toch het grote verhaal kunt vertellen. Dat verhaal, dat geef ik nu door. Omdat ik vind dat we dit toch op de een of andere manier moeten kennen.'

Louwe Kooijmanslezing

Zo'n 5.000 jaar geleden wolkte er in Europa een geheimzinnig steppenvolk van veehouders binnen uit het oosten, de zogeheten Yamnaya. Wat dat precies betekende, vertelt de Zweedse archeoloog Kristian Kristiansen donderdag op de zesde Louwe Kooijmanslezing in het Rijksmuseum van Oudheden te Leiden. Toegang gratis, voertaal Engels, aanvang 20.00 uur. Vooraanmelding gewenst via rmo.nl/louwekooijmanslezing2017.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden