Wie zich nietig voelt, moet snel naar Villa Kakelbont

Wie zich ooit heeft afgevraagd of de rebelse Pippi Langkous volwassen zou worden en wellicht kleinkinderen zou hebben gekregen – burgerlijk brave kleinkinderen – moet naar de nieuwe musical Pippi zet de boel op stelten! Het geheim zit verstopt in de raamvertelling en wordt aan het slot van de voorstelling verklapt.

annette embrechts

Maar de oplettende kijker herkent de gele ruit in de wollen rok van oma die in haar schommelstoel haar kleindochter voor de 430ste keer het boek over Pippi voorleest. Het is dezelfde gele ruit als in de plooirok van de roodharige kinderboekenheldin van Astrid Lindgren.

In deze (inmiddels derde) Nederlandse musical over Pippi gooit Theater Familie er na zijn bekroonde versie uit 2004 nog een schepje bovenop. De moraal wordt direct na aanvang verteld: wie zich saai en nietig voelt, moet anders naar de wereld kijken.

‘Je kunt zijn wie je wilt, als je kunt zien wat je wilt’, zegt oma tegen haar lieveling, alvorens ze een Pippi-kostuum uit de dekenkist tovert en haar zolderkamer tollend verandert in Villa Kakelbont.

Haar kleindochter fantaseert zich met een vlechtenpruik het bekende verhaal in, over de halve wees die boeven verslaat en vriendschap sluit met de buurkinderen Tommy en Annika. Omdat het om inbeelding gaat, neemt tekstschrijver en regisseur Stany Crets de vrijheid lekker vet met personages om te gaan.

Tommy (Kes Blans) en Annika (Maria Noë) wisselen van rol: hij is de bange schijter, zij de wijsneus.

De boeven Blom en Donder-Karel (gespeeld door respectievelijk Remco Sietsema en Thijs Steenkamp) zijn hilarisch domme levensgenieters die zich door Pippi in slapstickgevechten over het toneel laten slingeren of in damesjurken laten hijsen. Uit hun beider kelen gutsen luid gesmeerde smartlappen.

Koen van Impe schittert als koloniale Kapitein Efraïm (met rood haar), als kattenjankende politieman-met-hoogtevrees, en als eenzaam solozeilende zeepiraat.

Gaandeweg de ruim twee uur durende voorstelling voert Crets het parodiërende gehalte op, zodat Taka- Tuku-Land zelfs een uitzinnige showversie wordt van Hollywoodland, met de eilandnaam op het toneel gezet in dezelfde beroemde kapitalen als in de heuvels van Los Angeles. En met vader Efraïm als The King of Show.

Tussen al deze slapstick is Amaryllis Uitterlinden een krachtige, natuurlijke Pippi, die net zo makkelijk likkebaardend schijngevechten aangaat, als ineengedoken verandert in de saaie lieveling van haar oma (een aanstekelijke rol van haar moeder Ilse Uitterlinden).

Hier en daar vliegt de musical even uit de bocht. Het lied van Pippi en haar vader is te veel een liefdesduet, Tommy is erg schijterig (ondanks zijn superman T op zijn spencer) en de volwassen grapjes (over kindsoldaten, mijnheer Nilfisk en de musicalwereld) zijn op het randje van gezocht.

Maar de boodschap prikt olijk onder alle pruiken vandaan: ‘Ligt de wereld niet aan je voeten? Zet hem zelf naar je hand.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden