Wie zich niet laat ontmoedigen door de overdaad van Bulnes in Reconquista wordt beloond

In de rijke historische roman van Miquel Bulnes raak je geheel ondergedompeld in de duistere Spaanse Middeleeuwen, met harems, bloedige veldslagen en mysterieuze kloosters.

Miquel Ekkelenkamp Bulnes, schrijversnaam Bulnes, vertelde onlangs in het programma Nooit meer slapen over de wijze waarop zijn nieuwe roman Reconquista tot stand is gekomen. Zijn research en schrijfwerk speelden zich grotendeels af in Madrid, in de nabijheid van de archieven van de Nationale Bibliotheek en in de warmte van het land van zijn moeder, dezelfde warmte als die in zijn roman.

Bulnes heeft een aanstelling voor 80 procent als medisch microbioloog in het UMC in Utrecht, de overige 20 procent spaart hij op en besteedt hij aan zijn schrijverschap. In Madrid onderwierp hij zichzelf aan een straf regime: elke werkdag produceerde hij drie pagina's tekst. Lukte het hem niet dat gemiddelde te handhaven, dan volgde de zelfopgelegde straf: doorwerken in het weekend.

Reconquista - de 'herovering', die van het zuidelijke islamitische deel van het huidige Spanje door het katholieke noorden - telt ruim zevenhonderd pagina's. Die productie, opgeteld bij de ongetwijfeld intensieve historische research, maakt duidelijk waarom het zes jaar heeft geduurd voor Bulnes met een opvolger kwam van het magistrale Het bloed in onze aderen uit 2011. Hij heeft keihard gewerkt en middeleeuwse monnikenarbeid verricht.

De historische roman is in de moderne Nederlandstalige letterkunde een ondergeschoven kind. Met Reconquista voegt Bulnes zich bij de meester van het genre, Jan van Aken (De valse dageraad, De afvallige en - pas uitgekomen - De ommegang). Een tweemansvoorhoede van in allerlei opzichten van elkaar verschillende schrijvers, maar met één nadrukkelijke overeenkomst: de liefde voor de grote, breed uitgesponnen vertelling.

Veel Nederlandse schrijvers én recensenten hebben nog altijd een voorkeur voor het kleine, het introspectieve verhaal, en dan bij voorkeur in wat doorgaans wordt bejubeld als 'uitgebeend proza'. Bulnes heeft daar geen boodschap aan. Hij schildert in vuistdikke romans zwierig en ambitieus tijdperken en landstreken, op zoek naar avontuur. Niet dat zijn helden nooit navelstaren, maar dan toch liefst wel na een dag die weer bol stond van merkwaardige en opwindende gebeurtenissen, met een fles wijn in de aanslag. Dat hij daarbij zwaar over de geijkte 250 pagina's of daaromtrent heengaat, daar kan hij ook niks aan doen: het verhaal dwingt dat af.

Bulnes staat in een rijke traditie van schrijvende medici in de Nederlandse (Van Eeden, Slauerhoff, Vestdijk, Belcampo, Brakman) en internationale letteren (Rabelais, Schiller, Tsjechov, Somerset Maugham, Conan Doyle, Céline). Er is veelvuldig gezocht naar verklaringen voor die opvallende combinatie van activiteiten. Arko Oderwald, hoogleraar literatuur en geneeskunde aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht, haalt in Over literatuur en geneeskunde (2014) de Duitse literatuurpaus Marcel Reich-Ranicki aan, die het verschijnsel verklaarde uit het feit dat zowel de romanliteratuur als de geneeskunde de 'mens in crisis' behandelen - de schrijver-arts als dubbele crisismanager dus. Of dat ook Bulnes' drijfveer is, is maar de vraag. Hem gaat het, verklaarde hij meermaals, vooral om het scheppen van een verhaal dat voordien nog niet bestond, ook de drijfveer van menig fictieschrijver zónder bul. Het plezier dat hij ontleent aan dat scheppingsproces is op elke pagina voelbaar.

Beeld Leonie Bos

Reconquista

fictie

Miquel Bulnes

Prometheus; 703 pagina's; euro 24,99.

In Het bloed in onze aderen ging Bulnes terug naar de jaren twintig van de vorige eeuw, de periode van de opmaat naar de Spaanse Burgeroorlog. Ook daarvoor bracht hij veel tijd door in de archieven, maar Reconquista was toch weer andere soep. Het boek speelt aan het einde van de elfde en het begin van de twaalfde eeuw. De feiten en vooral de details uit de duistere Middeleeuwen laten zich moeizamer schilderen dan die van een eeuw geleden, voor zover ze überhaupt beschikbaar zijn. De tekening van die tijd vereist meer van de schrijver, hij heeft meer onbekends in te vullen om zijn verhaal tot leven te wekken.

Reconquista eist daardoor ook meer van de lezer dan Het bloed in onze aderen. Want Bulnes gaat ver. Hij beschrijft een uitermate gecompliceerde wereld, vol details, met een rijkdom aan karakters en gebeurtenissen die minder vasthoudende auteurs tot wanhoop zouden brengen - ook Bulnes had momenten waarop hij het bijltje erbij wilde neergooien. Maar gelukkig voor ons, lezers, hield hij vol. Het resultaat is een historische roman van grote rijkdom. De lezer wordt soms horendol van de bijna eindeloze stoet personages die Bulnes opvoert - gelukkig bevat het boek stambomen van koninklijke geslachten in noord en zuid en een handige who is who.

Maar wie zich door de overdaad niet laat ontmoedigen en de tijd neemt om te wennen aan de door Bulnes gehanteerde stijl - die veel bondiger en simpeler is dan die in Het bloed in onze aderen - wordt beloond. Hij wordt ondergedompeld in een andere tijd, is bijna lijfelijk aanwezig in de harems van Sevilla, op bloederige slagvelden en in mysterieuze kloosters. De dreiging van genadeloos geweld is in Reconquista nooit ver weg, sterven is de gewoonste zaak van de wereld, de meeste levens tellen amper.

Het verhaal heeft twee hoofdlijnen: dat van de Castilliaanse ruiters Eloy Peláez en Carmelo, neven uit het noordelijke Aguilar, die door noodlot en toeval uiteindelijk in 1086 tegenover elkaar komen te staan op het slagveld van Badajoz. De andere lijn vertelt de levensgeschiedenis van Teresa Osórez van Tui, zoals opgebiecht aan de monnik Pius uit Toledo. Teresa is de echtgenote van de katholieke koning van Galicië Garcia die later de concubine wordt van Al-Mutadid, de moorse koning van Sevilla.

Die twee lijnen worden door Bulnes vakkundig naar een climax gevoerd, waarna de lezer Reconquista met lichte uitputtingsverschijnselen maar voldaan dichtslaat, in de hoop dat Bulnes snel aan de slag gaat met een ander plan, een historische roman die speelt in Utrecht rond 1600.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden