BESCHOUWING

Wie wordt de nieuwe dirigent van het Koninklijk Concertgebouworkest?

Aan welke criteria moet de nieuwe dirigent van het Koninklijk Concertgebouworkest voldoen? Wat houdt zijn functie in, hoeveel verdient hij en hoe gaat het eraan toe op de transfermarkt? V zet het voor u op een rij.

Beeld Claudie de Cleen

Zo veel maestro's, zo veel manieren. Haalt de één fluweelzachte vibrato's uit het orkest met een trilling van een vinger, een ander zwiept zijn baton hautain in de richting van het 'strijkvee'. Schaumschläger, schuimklopper, werd Valeri Gergjev genoemd door musici van de Berliner Philharmoniker. In Nederland kreeg de Russische coryfee ooit de bijnaam 'peper- en zout­strooier'. Je hebt acrobaten en aerobicsleraren, dansers, zwabberaars en houten klazen.

Maar hoe de chef ook beweegt op de bok, elk wereldorkest hoopt op de grote tovenaar die muzikale perfectie koppelt aan een inspirerende geest, die nieuw elan laat opbloeien zonder oog te verliezen voor de traditie, en dat liefst met een scheutje showbizzbloed: altijd leuk voor de kijkers.

De jacht is in volle gang. Een muzikale duizendpoot van wereldformaat wordt gezocht door de Berliner Philharmoniker, waar dirigent Simon Rattle vorig jaar zijn vertrek aankondigde per 2018, en door het Koninklijk Concertgebouworkest (KCO) waar Mariss Jansons om gezondheidsredenen opstapt in 2015. Begin deze maand kwam daar in zekere zin de Wiener Philharmoniker bij toen Franz Welser-Möst met Wagneriaanse bombarie de deur achter zich dichtsloeg bij de Wiener Staatsoper. Als zelfstandig opererend orkest kent de Wiener weliswaar geen chef-dirigent, maar als huisorkest van de Staatsoper speelt men onder de dienstdoende ­muziekdirecteur, tot voor kort dus Welser-Möst.

Drie symfonieorkesten uit de buitencategorie op zoek naar een chef-dirigent; ze vissen allemaal naar de tien, twaalf goudkarpers in dezelfde vijver. De transfermarkt is ingewikkelder dan die in de voetballerij, want 'zowel dirigenten als orkesten die meedraaien in de wereldtop hebben een uitgesproken karakter en gaan voor langere tijd een huwelijk aan', zegt een musicus. Een relatiebureau zou er een kluif aan hebben.

Het KCO - onlangs door een Berlijnse recensent nog verklaard tot 'klinkend werelderfgoed' - eist een harde werker, daarover zijn vriend en vijand het eens. Een persoonlijkheid ook. 'Het orkest heeft een bijzonder hoog basisniveau en een eigen klank', zegt een orkestmusicus. 'Je kunt er niet iemand voor zetten die denkt: het is wel goed zo. Je moet veel méér doen dan de boel aan de praat houden. De orkestleden willen muzikaal worden uitgedaagd, zodat je elkaar meevoert in een opwaartse spiraal.' Neem Jansons: in elke 'zitrepetitie' - een korte repetitie tijdens een tournee vlak voor een concert - geeft hij kleine, welgekozen aanwijzingen met de precisie van een vooroorlogse horlogemaker die de radertjes nog soepeler wil laten lopen. 'Iedereen staat dan weer op scherp en voelt dat het goed zit. Dat maakt het verschil tussen een goede en een heel goede dirigent.'

TUSSENKOP

Niettemin is de dirigent in principe een natuurlijke vijand van het orkest, stelt voormalig eerste hoboïst Werner ­Herbers van het Concertgebouworkest. 'Ga maar na: je speelt op wereldniveau, veel orkestleden zijn daarbij ook nog goede solisten en dan komt iemand die jouw jaarsalaris verdient in twee weken even de baas spelen, even vertellen hoe het moet. Ze zien hem aankomen! Als dirigent moet je die bende tot een eenheid smeden zonder de orkestleden tegen de haren in te strijken.'

Herbers zag in zijn muziekcarrière zo'n 140 dirigenten voor zich. 'Een chef als Carlos Kleiber wist zijn musici zo overtuigend duidelijk te maken dat Beethoven in diens tijd eigenlijk een avant-gardist was, dat het orkest vleugels kreeg. Leonard Bernstein had dat ook: een absolute, positieve en bindende overtuiging.'

Het KCO is in vergelijking met andere belangrijke orkesten coöperatief en efficiënt, maar ook zelfbewust en mondig. In Franse orkesten wil de Franse, licht-anarchistische, slag weleens opspelen. In vooral Oost-Europese orkesten heerst op het podium nogal eens een artistieke en financiële hiërarchie - eerste violisten aan de top, slagwerkers onderaan - die Nederlandse musici vreemd is.

De laatste drie chefs van het KCO brachten uiteenlopende bagage mee; ieder leverde zijn unieke bijdrage aan de klankkleur van het orkest. Haitink, geen prater, cultiveerde een heldere, lichte klank met minieme gebaren. 'Hij grijpt weinig in en is een meester in het laten ontstaan van een gebeurtenis tijdens het concert', zegt dirigent Ed ­Spanjaard.

Riccardo Chailly kwam naar Amsterdam met zijn Italiaanse temperament en werkte aan precisie en samenspel. 'De kleuren werden feller, de muziek flonkerde', volgens Gustavo Gimeno. De jonge dirigent (37) begon als slagwerker bij het KCO en werd later Jansons assistent. 'Mariss is een finetuner, hij verdwijnt compleet in de muziek en stelt alles in dienst van de expressie.' Ten opzichte van zijn voorganger komt Jansons klank misschien iets 'dikker en Duitser' over, zegt een musicus, maar 'de transparantie blijft overeind, het zal nooit een brei worden.'

De authentieke klank vertoont volgens oudgedienden wel wat slijtage, nu steeds meer musici van buiten de grenzen komen en niet van jongsaf zijn opgeleid door orkest­leden. Op het podium zitten inmiddels 24 nationaliteiten, zo'n 40 procent van de musici is niet in Nederland geboren. 'Maar in zo'n gerijpt klanklichaam', zegt Gimeno, van Spaanse afkomst, 'pas je je vanzelf aan.'

Klankkleur

Die wereldwijd geprezen klankkleur laat zich niet eens zo makkelijk omschrijven. De Duitse recensent hoorde in Berlijn 'hogere lichtheid' en 'zachte brille' in de Haydn-­variaties van de combi Jansons-KCO. Het Lichtes Spiel van de hedendaagse componist Wolfgang Rihm, was een 'zweeffase die bijna van Mahler afkomstig had kunnen zijn als die tijdens zijn bergwandelingen niet zoveel volkorenbrood en appels had gegeten'.

Dit luisteraarsgeluk kan nog deels worden toegedicht aan de smaak van een recensent die in plaats van sauerkraut voorjaarsgroenten krijgt voorgeschoteld. De stabiele factor in de orkestklank, opgebouwd, gerijpt en geëvolueerd in 126 jaar, is een 'evenwichtige mengkleur die nooit zompig wordt', zegt Ed Spanjaard. 'De houtblazers zijn belangrijk, hoewel minder dan vroeger.'

Professioneel luisteraar Kees Vlaardingerbroek spreekt van een warme klanktraditie, 'een intiem geluid van een orkest met een haast kamermuzikale verfijning'. Het orkest groeide mee met de tijdgeest. Als artistiek leider van NTR ­Zaterdagmatinee constateert hij een wereldwijde trend: de decibellen zwellen aan. 'Je ziet hier en daar dat de bekers van trombones groter worden.' Onder invloed van de event-cultuur rukt de powerklank op. 'Mensen willen overvleugeld worden. Geen orkest kan zich daar helemaal aan onttrekken, ook het KCO niet.'

Toch blijft het fluwelen timbre overeind, zegt hij, mede dankzij de veel geprezen 'gouden glans' die de akoestiek van het Amsterdamse concertgebouw over de muziek legt. Lastig puntje soms voor de manschappen op het podium: de secties in het orkest kunnen elkaar niet altijd goed horen.

De sollicitatiecommissie

De stem van het podium klinkt sterk door in de organisatie van het KCO, ook bij de benoeming van een nieuwe chef-dirigent. De commissie die op zoek is naar een nieuwe chef-dirigent bestaat uit een afvaardiging van het orkest, een afvaardiging van de vereniging ‘Het Concertgebouworchest’ (die voornamelijk ook uit musici bestaat), de ­adjunct-directeur artistieke zaken en de algemeen directeur, die technisch voorzitter is. Dertien van de zestien commissieleden zijn musici. Zij moeten het eens worden over een kandidaat. Toen Mariss Jansons zijn vertrek aankondigde, is het orkest geraadpleegd en werden mogelijke kandidaten gewogen en in kaart gebracht. De namen worden niet bekendgemaakt. De betreffende kandidaten worden gepolst. Directie en orkest proberen gezamenlijk tot een voordracht te komen aan het stichtingsbestuur dat uiteindelijk beslist.

Juist die bijzondere akoestiek is een bruidsschat voor een maestro die wil gloriëren met een wereldorkest. Voor het geld kan hij (vrouwen ontbreken vooralsnog aan de top) de halte Van Baerlestraat in Amsterdam beter overslaan - dit geldt zowel voor zijn eigen salaris als wat betreft de financiele ruimte van het orkest.

Leo Samama was in de jaren tachtig en negentig bestuurslid van het KCO en gedelegeerd directeur artistieke zaken: 'In landen als Duitsland, Frankrijk of Italië is cultuur een erezaak en dragen overheden daarvan de financiële consequenties. Sommige buitenlandse orkesten van minder statuur betalen veel meer voor zowel hun musici als hun chef. Nederlandse politici zien blijkbaar geen electoraal belang in het onderhouden van een mondiaal toporkest.'

De KCO-directie trok in het jaarverslag 2013 aan de bel bij de subsidieverstrekkers in Den Haag en Amsterdam: de vaste lasten stijgen harder dan de inkomsten, wat over een jaar of zes consequenties zou kunnen hebben voor de ­orkestbezetting en de kwaliteit. Toch even een puntje van aandacht voor de nieuwe maestro.

Over honoraria zwijgt de directie in alle 24 talen, maar volgens ingewijden ligt het jaarsalaris van een aanvoerder van een orkestsectie rond de 75 duizend euro. Een musicus uit een Scandinavisch orkest moest flink inleveren toen hij koos voor ­Amsterdam. De Berliner Philharmoniker en de ­Wiener Philharmoniker, de twee andere toppers uit de Champions League, betalen meer en hebben als orkest veel meer 'bijverdiensten' uit bijvoorbeeld bijzondere concerten. Wie echt veel wil verdienen, kan beter in Frankrijk, Spanje of Azië gaan spelen. Of bij het orkest van de Bayerische Rundfunk, waar ook Mariss Jansons als chef op de bok en de loonlijst staat.

Mogelijke opvolgers

Daniele GattiBeeld epa
Ivan FischerBeeld Marco Borggreve
Andris NelsonsBeeld epa
Jaap van ZwedenBeeld anp
Gustavo DudamelBeeld epa

Honorarium

Dirigenten krijgen gewoonlijk betaald per concert, ook chefs met een vaste aanstelling. De schattingen lopen wat uiteen, maar het honorarium per concert zou voor een gastdirigent om en nabij de 25 duizend euro liggen. Een topchef zou voor een aanstelling van zestien weken per jaar een honorarium krijgen van hoog in de zes of laag in de zeven cijfers, hoewel de KCO-directie in een reactie laat weten deze schatting 'wat aan de hoge kant' te vinden. Daarnaast kan de gecontracteerde een financiële toegift bepleiten voor bijvoorbeeld buitenlandse of bijzondere concerten.

'Het verloop is klein', zegt David Bazen, zakelijk ­directeur van het KCO. 'De kwaliteit van het orkest, de klank, de werksfeer zijn voor de meeste van onze musici belangrijker dan geld.' In volledige bezetting zitten dezer dagen 116 man op het podium. 'Er zijn wat vacatures door pensioneringen; 120 man zou ideaal zijn.' Alles voor de muziek, is een nobele gedachte, maar de vraag is of buitenlands toptalent in de toekomst nog trek heeft zich te vestigen in ­Amsterdam Oud-Zuid waar, volgens een daar gevestigd musicus, de huizenprijzen in een aanhoudend crescendo verkeren.

Voorlopig worden de gemoederen beziggehouden door die ene vacature. Belangrijk criterium is dat het orkest een band heeft met een dirigent. Er moet een klik zijn, meteen na het eerste gezamenlijke concert, de eerste date. Orkestwatchers kijken mee: met welke dirigenten is in de afgelopen jaren een goede relatie opgebouwd? Wie werden na één concert niet meer teruggevraagd? Klinkende 'namen' als Daniel Barenboim (1942), Valeri Gergjev (1953) of Kurt Mazur (1927) maken geen kans vanwege het ontbreken van een band met het orkest, omdat ze te weinig vernieuwend zijn of te oud. Grote talenten zijn de afgelopen jaren allemaal gewogen door het orkest.

Kiest het KCO voor bestendiging van de huidige lijn met een accent op Duits-Oostenrijks romantisch repertoire? Dan zou de veelgenoemde Andris ­Nelsons een goede opvolger zijn. Jansons protegé en landgenoot heeft echter net voor vijf jaar getekend in Boston. De eigengereide Hongaar Iván ­Fischer, die al even hoog scoort bij de bookmakers? Ligt artistiek goed, maar staat bekend als een eigenheimer met autoritaire trekjes.

Kwartaalverband

Voor buitenstaanders lijkt het een vreemd gegeven: een aanvoerder die maar drie tot vier maanden per jaar voor zijn troepen staat. Brengt een chef-dirigent langere tijd door met hetzelfde orkest, dan loert het gevaar van routine. Riccardo Chailly stond soms twintig weken per jaar voor het KCO, waardoor dirigent en orkest een beetje op elkaar uitgekeken raakten. Twaalf tot zestien weken is volgens de meeste musici een ideale periode voor maestro en orkest om samen een muzikale en programmatische koers te bepalen. Gastdirigenten leggen muzikaal andere accenten zodat het orkest scherp blijft. Ze brengen vaak een ander repertoire mee als aanvulling op de specialiteit van de chef.

Een nieuwe dirigent, zegt Leo Samama, zal behalve artistiek en muzikaal ook een uitstraling moeten hebben die aanspreekt buiten het orkest. Naam en faam van de dirigent zijn goed voor de 'verkoopbaarheid' van het orkest in het buitenland. 'Bedenk daarbij dat ook de vraag van het publiek en van sponsors steeds belangrijker wordt.' Een moderne figuur die een actieve rol wil spelen in het sponsortraject is mooi meegenomen.

Een jonge maestro als Gustavo Dudamel (1981) heeft star appeal en swingt voor zowel orkest als ­publiek, zegt de een. Hij is nog niet gelaagd genoeg, meent een ander. 'En houdt Daniele Gatti in de gaten. De Italiaan maakte van de zomer grote indruk op het orkest met zijn Falstaff. Hij is bovendien al ­vaker op de koffie geweest.' Van eigen bodem is Jaap van Zweden genoemd, maar het orkest schijnt volgens een kenner weinig dierbare herinneringen te koesteren aan diens tijd als concertmeester.

Programmering

De keuze voor een chef-dirigent raakt ook de programmering, die in samenspraak met de artistieke leiding en het orkest tot stand komt. Moet de baton vooral in de richting wijzen van het KCO-erfgoed van de grote symfonische werken, van Mahler, ooit ingezet door de roemruchte Willem Mengelberg, tot specialiteit van het huis ontwikkeld door Bernard Haitink? Of juist naar moderner werk zoals ­Riccardo Chailly inbracht? Wat meer Franse gerechten op het menu?

De meningen zijn even kakofonisch als de klanken van een stemmend orkest voor de entree van de maestro. Een benoeming kan zo maar rond zijn, zeggen orkestwatchers. Evenmin is het uitgesloten dat het KCO een tijdje single blijft als de gedroomde bruidegom nog even niet beschikbaar is. Faites vos jeux, uw inzet graag.

De voorgangers

Willem Mengelberg
(1895-1945)
Nam het stokje over van de allereerste dirigent Willem Kes (1888-1895). Mengelberg leidde het indertijd wat provinciaalse orkest naar het wereldpodium. Zette de ­'Nederlandse' traditie in van de Matthäus Passion op Palmzondag en haalde ­Mahler in huis, zowel diens muziek als de componist zelf, als gastdirigent. De kundige en autoritaire Mengelberg werd in 1945, na vijftig jaar, uit zijn functie ontheven vanwege iets te warme contacten met de Duitsers.

Eduard van Beinum
(1945-1959)
Zo autoritair als Mengelberg, zo democratisch en bescheiden was zijn opvolger. Wel een dirigent die zijn ­lichaamstaal liet spreken. Volgens orkestleden speelde je 'niet onder Van Beinum maar met Van Beinum'. ­Borduurde voort op de ­Mahler-traditie en introduceerde de symphonieën van Bruckner. Nam ook onder de nazi's verboden entartete Musik weer op, van Joodse en/of moderne componisten. Stierf in het harnas: ­tijdens een repetitie in 1959 kreeg hij een hartaanval.

Bernard Haitink
(1961-1988)
Werkte als jonge dirigent de eerste twee jaar bij het Concertgebouworkest onder de vleugels van de ervaren ­Eugen Jochum. Bouwde het repertoire van de classicistische en romantische werken uit en ging verder met de Franse muziek die Van ­Beinum op het programma had gezet. Kreeg in 1969 de muzikale actiegroep Notenkrakers op zijn dak vanwege een conservatief beleid. Kwam vaak in aanvaring met de orkestdirectie, vertrok in 1988 met bonje en onderhoudt sindsdien een haat-liefdeverhouding het orkest.

Riccardo Chailly
(1988-2004)
Werd als goede tweede ­favoriet van het orkest aangesteld nadat zijn leermeester Claudio Abbado niet voor Amsterdam koos. De Milanees is een bewonderaar van Mengelberg en voegde Italiaans temperament toe aan de muziek. Hij continueerde het werk van zijn voorgangers met Mahler, Bruckner en Brahms, bracht 'vergeten' werk van Nederlandse componisten en introduceerde met grote verfijning ­20ste-eeuwse werken. Was vaak aanwezig bij het KCO, wat volgens sommigen leidde tot wederzijdse ver­moeidheid.

Mariss Jansons
(2004-2015)
Sloot aan bij de Duits-­Oostenrijkse traditie van het KCO. Krijgt veel lof voor zijn transparantie en verfijning en omdat hij orkesten en zangers boven zichzelf uittilt. Bleef na een hartaanval tijdens een concert in Oslo in 1996 op de grond liggend doordirigeren. Vertrekt volgend jaar om gezondheidsredenen, maar komt terug voor gastdirecties. Blijft als chef-dirigent verbonden aan het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks in München.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden