‘Wie was ik nu helemaal? Barbarella’

Jane Fonda veranderde elk tijdsgewricht van rol: van sekssymbool, tot anti-oorlogsactiviste, tot fitnesskoningin. Op 67-jarige leeftijd is de laatste akte van haar leven aangebroken....

De derde akte. Zo noemt Jane Fonda de levensfase waarin ze zich bevindt. ‘De repetitieperiode is voorbij. Dit is de laatste fase. Ik ben niet bang voor de dood, maar ik heb wel angst met spijt te sterven.’

Fonda (67) is anderhalve dag in Amsterdam, waar zij woensdagavond in Filmmuseum Cinerama een retrospectief van haar films opende, en enkele interviews gaf ter promotie van haar autobiografie My Life So Far (Nederlandse titel: Mijn leven). Fonda zit op een tweezitsbank in haar suite, met aan haar voeten haar hond, en een zilveren wandelstok – een ingreep aan haar heup speelt haar parten. ‘Mijn boek is het product van het verlangen in het reine te komen met mezelf. Ik heb gezien hoe mijn vader tot aan zijn sterfdag worstelde met zijn verleden. Ik dacht: dat zal mij niet gebeuren. Het schrijven werd een soort missie; ik hoop dat anderen iets aan mijn verhaal hebben.’

Natuurlijk – ze weet al te goed dat haar leven weinig raakvlakken heeft met dat van de gemiddelde lezer. ‘Hallo! Ik ben Jane Fonda, de dochter van Henry Fonda. Rijk en bekend sinds haar geboorte. Alleen: geld en roem leggen geen claim op geluk. Achter die schone schijn ging een worsteling schuil van een persoon die tientallen jaren intens naar erkenning heeft gezocht. Pas de laatste jaren, na mijn scheiding van Ted [Turner, oprichter van CNN], zie ik in dat perfectie een onzinnig streven is.’

Jane Fonda. Noem haar naam, en beelden uit de recente geschiedenis vermengen zich met haar publieke optreden.

Ze speelde ten tijde van de seksuele revolutie de 41ste-eeuwse verleidster Barbarella (Roger Vadim, 1968), een film die in conservatieve kringen tot razernij leidde omdat Fonda (met blonde krullen) bloot op het affiche stond.

Kort daarna, tijdens het verzet tegen de oorlog in Vietnam, stond Fonda (met zwart, stijl haar) op de barricaden als ‘Hanoi Jane’, frontvrouw van de anti-oorlogsbeweging. In de jaren tachtig was ze plotseling een bonkige, broodmagere fitness-koningin – haar eerste video met oefeningen is de best verkochte aller tijden.

Een decennium later was er weer een metamorfose; de linkse actrice verbaasde vriend en vijand door te trouwen met Ted Turner, die ze in haar boek haar ‘grootste liefde’ noemt, om er aan toe te voegen dat de mediatycoon twee weken na de huwelijksplechtigheid alweer vreemd ging.

Over die openhartigheid heeft ze nooit getwijfeld. Wie wil uitdrukken dat het leven geen schoonheidswedstrijd betreft, moet vooral ook de eigen fouten laten zien, stelt ze. Ze koestert nog altijd warme herinneringen aan haar drie ex-echtgenoten. ‘Niets is overzichtelijk opgedeeld in goed en slecht, al probeert Hollywood ons iets anders te doen geloven. Ik heb me, achteraf bekeken, te veel aan mijn mannen aangepast – dat heeft alles te maken met de koude, bijna zakelijke wijze waarop mijn vader mij altijd heeft benaderd.

‘Ik probeerde voortdurend de mooie, aandachtige vrouw te worden die ik van hem moest zijn. De fnuikende kracht van het Hollywood-ideaal. Met boulimia als gevolg. Jaren van proppen en weer uitkotsen.’

Recent maakte Fonda na vijftien jaar haar comeback in Monster In Law van Robert Luketic. In die film bood de vrouw die nog repeteerde met Marilyn Monroe tegenspel aan Jennifer Lopez. ‘Ik had er weer echt zin in. Dat is mijn voorwaarde. Het moet leuk zijn.’

Het acteren heeft nooit een centrale rol in haar leven gespeeld, denkt ze hardop. ‘Hoewel – op dat ene moment na, toen ik even echt top of the bill was en films van de grond wist te tillen met een zekere relevantie.’ Ze doelt op producties als Coming Home (Hal Ashby, 1978) over een Vietnam-veteraan, en The China Syndrome (James Bridges, 1979), over de gevaren van kernenergie. ‘Dat kon toen nog. Films hadden de kans te groeien. Nu is het scoren in het eerste weekeinde, en anders wegwezen.’

In haar autobiografie omschrijft Fonda haar optreden eind jaren zestig tegen de Amerikaanse oorlog in Vietnam als ‘naief’. ‘Ik betreur mijn betrokkenheid niet’, stelt ze fel, ‘alleen de manier waarop was verkeerd. Stond ik daar met hoge stem mijn land aan te klagen. Wie was ik nu helemaal? Een miljonairsdochter. Ik had net Barbarella gedaan. En dan de revolutie prediken. Dat werkt natuurlijk niet.’

Het engagement loopt als een rode draad door haar leven. Ook nu veert ze op zodra de naam van president Bush valt. ‘In Atlanta, waar ik woon, oogt het stadscentrum zoals de buitenlanders Amerika kennen: bruisend, vol mensen met ideeën en plannen. Maar twintig minuten verderop is er niets anders dan armoede.’

Ze werkt de afgelopen jaren veel met kansloze jongeren, die ze met middelen en raad bijstaat. ‘Als ik die projecten bezoek, en de kaalslag zie, dan raak ik buiten zinnen. Het machtigste land ter wereld? Hou toch op. Die achterstandsbuurten staan dichter bij de derde wereld dan bij het machtscentrum waaraan Bush refereert.’

Waarom niet weer naar Europa verhuizen, zoals in de jaren zestig? ‘De trotse ridder die de VS willen zijn, is van binnen doodziek. Zo’n patiënt laat je toch niet achter?’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden