Boekrecensie Olof Palme

Wie vermoordde Olof Palme? Twee boeken, twee theorieën

Twee Zweedse journalisten hebben zich op de ruim dertig jaar oude moord op premier Palme gestort. Eén van hen beschikte over het Palme-archief van Stieg Larsson. Twee tegenstrijdige theorieën.

Beeld bij recensie Stieg Larsson over Olof Palme. Beeld Silvia Celiberti

Het is vrijdagavond 28 februari 1986 als de Zweedse premier Olof Palme en zijn vrouw Lisbeth door het centrum van Stockholm wandelen. Ze zijn zojuist naar een Zweedse komedie geweest in bioscoop Grand. Arm in arm wandelen ze de lange Sveavägen af naar de metro. Lisbeth stopt voor de etalage van een kledingwinkel. Dan lopen ze weer verder. Natuurlijk worden ze op avonden zoals deze wel nagekeken en af en toe aangesproken door mensen die even willen praten met de premier. Maar dat kan toch geen kwaad in het gemoedelijke, socialistische land dat Zweden is?

Om 23.21 uur wordt het Scandinavische land uit die droom geholpen als er opeens iemand wel erg dicht achter het wandelende echtpaar opduikt. De man haalt een pistool te voorschijn en nog voordat de twee iets in de gaten hebben, schiet hij kort achter elkaar twee kogels af. Palme wordt geraakt in zijn rug en valt voorover op de straat. Bloed gutst uit zijn mond en neus. De tweede kogel snijdt als een scherp mes door de dikke winterjas van Lisbeth, maar schampt alleen haar rug. Omstanders stromen toe terwijl Lisbeth om hulp roept. Iemand probeert haar man te reanimeren, maar dat heeft geen baat. Olof Palme is dood. 

De dader en zijn mogelijke handlangers zijn nooit gepakt. Al meer dan dertig jaar probeert het land een antwoord te krijgen op dit hiaat in de Zweedse geschiedenis.

In het vorige week verschenen Stieg Larssons erfenis  De jacht op de moordenaar van Olof Palme doet de Zweedse journalist Jan Stocklassa een poging de Zweedse politie alsnog op het juiste spoor te zetten. Hij schakelt daarvoor de hulp in van wijlen Stieg Larsson. De in 2004 overleden Zweedse misdaadauteur, bekend van de Millennium-trilogie, heeft zich jaren als journalist met de moord beziggehouden. Stocklassa kreeg vijf jaar geleden als eerste toegang tot zijn tot dan toe onbekende Palme-archief. 

Opdracht extreem rechts

Larsson had als jonge, ambitieuze journalist het netwerk van Zweedse neonazi’s in kaart gebracht. Om die reden komt de politie na de moord bij hem informatie inwinnen als ze een verdachte uit die kringen aanhouden. Mogelijk hebben extreem-rechtse fanatici in Zweden Palme vermoord in opdracht van het apartheidsregime in Zuid-Afrika. De Zweedse premier zou te uitgesproken zijn geweest tegen dat regime en in de weg hebben gezeten bij wapendeals. De politie acht deze theorie al snel onwaarschijnlijk, maar ze laat Larsson niet meer los.

Stocklassa vervolgt Larssons zoektocht naar de personen die Larsson nooit heeft kunnen spreken. Op het Turkse deel van Cyprus zoekt hij Bertil Wedin op. De voormalige Zweedse geheim agent zou de rol van tussenpersoon hebben vervuld bij de moord, lezen we in een in het boek opgenomen memo van Larsson. Helaas laat hij tegenover Stocklassa niks los. Daarna spreekt hij in Zuid-Afrika met Wedins mogelijke opdrachtgever, Craig Williams, destijds een spion in dienst van het apartheidsregime. Ook daar vangt hij bot. Terug in Zweden komt hij vervolgens Jakob Thedelin, de mogelijke schutter, op het spoor. Thedelin bezoekt op enig moment in het verhaal het graf van Palme om er op te spugen. Toch krijgt Stocklassa twijfels. Zou deze Palme-hater in staat zijn geweest de trekker over te halen?

Misschien is de dader wel iemand anders, iemand die niets te maken heeft gehad met een groot complot. Dat is wat de Zweedse onderzoeksjournalist Thomas Pettersson beweert in Den osannolika mördaren  Skandiamannen och mordet på Olof Palme (‘De onwaarschijnlijke moordenaar – De Skandiaman en de moord op Olof Palme’). In dit in augustus verschenen boek – nog niet vertaald – wijst hij naar de inmiddels overleden Stig Engström als dader.

Deze Engström duikt kort na de moord op als getuige. Hij is op de avond van de moord tot laat aan het werk bij verzekeringsbedrijf Skandia aan de Sveavägen, vertelt hij de dag erna aan de politie. Als hij naar buiten loopt om huiswaarts te gaan, hoort hij schoten. Hij rent erop af, verleent eerste hulp en rent achter de dader aan om hem te pakken. Vervolgens geeft hij de achtervolgingspoging op, keert terug naar de plaats delict en blijft daar nog een tijd rondhangen.

Verward

Andere getuigen geven daarentegen een omschrijving van een wegrennende dader die precies overeenkomt met de dan 52-jarige Engström. Dat moet een misverstand zijn geweest, legt Engström de volgende dag uit. Hij belt na de eerste persconferentie van de politie zelf op om het ‘misverstand’ recht te zetten. De getuigen hebben hem waarschijnlijk verwisseld met de dader.

Hij hangt niet alleen een heldenverhaal op dat niemand kan bevestigen, tevens liegt hij over de precieze tijd waarop hij het Skandiagebouw heeft verlaten. Voor het telefoongesprek met de politie belt hij eerst met de bewaking om te vragen hoe laat hij uitcheckte. De beveiligingsmedewerker zegt dat er een tijd van 23.19 uur in het systeem staat, maar dat de prikklok een minuut achterloopt. Hij heeft dus om exact 23.20 het pand verlaten. Toch geeft hij aan de politie een minuut eerder op.

Engström wordt pas na tien dagen op het politiebureau verhoord, wat hem alle gelegenheid geeft zijn leugens te perfectioneren. Vervolgens vragen de rechercheurs nauwelijks door als hij volhoudt dat het allemaal een misverstand is. De politie trekt de conclusie dat ze hier waarschijnlijk niet te maken hebben met de mogelijke dader, maar met een fantast.

Op dat moment is de hoofdrechercheur er nog van overtuigd dat de Koerdische PKK achter de aanslag zit, een theorie waaraan de politie ongeveer een jaar onderzoekstijd verspeelt. Daarna jaagt de politie onterecht Christer Pettersson na, een drugsverslaafde crimineel die eind jaren tachtig wordt veroordeeld voor de moord op Palme, maar in hoger beroep wordt vrijgesproken wegens het ontbreken van bewijs. Tegen die tijd is iedereen Engström vergeten.

In de roos

Pettersson speculeert er in zijn boek over hoe Engström tot zijn daad kan zijn gekomen. Op de avond van de moord verlaat hij vroeg in de avond even het kantoorpand om iets te eten. Toevallig ziet hij Palme even verderop bij de bioscoopingang. Dan krijgt hij de idiote gedachte: ik ga hem vermoorden, mijn vrienden zullen me stoer vinden. Op het moment van de moord worstelt Engström volgens Pettersson met een diepgeworteld minderwaardigheidscomplex en een alcoholverslaving. Hij is geen aanhanger van extreem-rechts, maar heeft wel rechtse vrienden die Palme haten. Bij een vriend thuis gooien ze soms pijltjes tegen een dartbord met de afbeelding van Olof Palme als roos.

Hij keert terug naar zijn kantoor, wat de beveiliging later bevestigt. Op zijn werkkamer heeft hij een pistool liggen (aanname van Pettersson). Engström is lid geweest van een schietvereniging en weet hoe hij met een wapen moet omgaan. Een vriend van hem is wapenverzamelaar en kan hem een wapen hebben verschaft.

Om ongezien naar buiten te komen neemt hij, voordat de film is afgelopen, de zijingang van het kantoor naar buiten. Hij wacht voor de bioscoop. Daar zien getuigen een man die op hem lijkt door de ramen naar binnen staren. Dan ziet hij Palme naar buiten komen en zich in de menigte bewegen. Hij durft het dan toch niet te doen, keert terug naar zijn werk, loopt even later weer via de zijingang naar binnen en vervolgens via de hoofdingang naar buiten om op 23.20 uur wederom de straat op te lopen. Precies op dat moment passeren opeens Olof Palme en zijn vrouw hem. Dit keer bedenkt hij zich niet. Hij draait zich om, loopt op het echtpaar af en haalt de trekker over.

Of het zo gegaan is, valt te betwijfelen. Er zijn de afgelopen decennia al vele boeken verschenen van privéspeurders die allemaal hun eigen scenario’s ontvouwen over de toedracht van de moord. Tot nu toe hebben die publicaties niet tot een doorbraak geleid in de moordzaak. Stocklassa en Pettersson constateren allebei dat ze geen hard bewijs hebben gevonden voor hun aannames. Ze hebben evenmin het moordwapen weten te traceren. 

Het politieonderzoek naar de moord gaat nog door.

Thomas Pettersson: Den osannolika mördaren. Skandiamannen och mordet på Olof Palme

***

Offside Press; 255 pagina’s.

Het verhaal begint met een nauwkeurige, degelijke journalistieke reconstructie van de avond van de moord en de fouten in het politie-onderzoek rond de volgens Pettersson verdachte getuige Stig Engström. Zijn boek staat vol voetnoten waarin in secuur naar politiedocumenten, zelf afgenomen interviews en ander bronmateriaal wordt verwezen. Maar in de laatste hoofdstukken slaagt hij er niet concrete bewijzen aan te leveren voor zijn moordtheorie en maken de voetnoten plaats voor aannames.

Jan Stocklassa: Stieg Larssons erfenis – De jacht op de moordenaar van Olof Palme 

****

Uit het Zweeds vertaald door Tineke Jorissen en Ron Bezemer
Hollands Diep; 480 pagina’s; € 21,99.

Ook Stocklassa worstelt met een gebrek aan bewijs, maar dat stoort uiteindelijk veel minder. De auteur lijkt zich er bewust van te zijn dat hij misschien niet op de waarheid is gestuit, maar nog altijd wel op een goed verhaal met wonderlijke, echte personages die het waard zijn om over te schrijven. Hij speelt met het genre. Er zit veel afwisseling in het boek: van bronmateriaal van Stieg Larsson zelf, gedramatiseerde scènes waarin je in het hoofd kruipt van Larsson en een spannend opgeschreven verslag van het door Stocklassa uitgevoerde vervolgonderzoek. ‘Het leek wel een roman. Een roman van Stieg Larsson’, schrijft hij op een bepaald moment. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.