EssayMoraal en de bestrijding van het kwaad

Wie meent dat een ander overbodig is, brengt het kwaad in praktijk

Maus Bullhorst voor 'het Kwaad'Beeld Maus Bullhorst

Waar mensen in groepen leven is competitie onvermijdelijk, en zodra die competitie wordt georganiseerd langs etnische lijnen, of als strijd tussen klassen of volkeren, is het morele verval begonnen. Moreel verval ligt dus altijd op de loer, maar het in- en doorzetten van dat verval kan met goede wil en een beetje geluk worden voorkomen.

Het is verleidelijk om de wereld te begrijpen als een strijd tussen goede en kwade krachten. De zekerheid die dit wereldbeeld biedt is geruststellend.

We zouden het bijna vergeten, maar het kwaad is niet alleen mensenwerk, een bekend voorbeeld van het natuurlijke kwaad is de aardbeving van Lissabon in 1755, waarbij duizenden doden vielen. Heel Europa schudde op zijn grondvesten omdat men na die aardbeving begon te twijfelen aan de goedheid van God.

 Voltaire (1694-1778) schreef in 1759 de novelle Candide, of het optimisme, waarin onder andere de vraag, wat is het goede, en daarmee ook de vraag, wat is het kwade, wordt behandeld. Iedereen zou deze novelle minimaal elk decennium moeten herlezen om te beseffen dat duisternis niet uit ironie voortkomt, maar dat duisternis juist altijd gekenmerkt wordt door een gebrek aan ironie. ‘De universiteit van Coimbra had beslist dat het verbranden van een paar mensen op een zacht pitje en met groot ceremonieel een onfeilbaar middel is om aardbevingen te voorkomen’, schreef Voltaire. Ja, wie in een aardbeving een straf van God ziet, zal in de verleiding kunnen komen ketters te verbranden of andere offers te brengen om toekomstige aardbevingen te voorkomen.

Ook tegenwoordig blijft het verleidelijk om in het ‘kwaad’ van de natuur een straf te zien, God is daarvoor niet eens nodig. Uiteenlopende personen als de psychiater Damiaan Denys, de historicus Philipp Blom en de musicalster Nyassa Alberta hebben in diverse bewoordingen laten blijken in Covid-19 een straf te zien voor de manier waarop wij mensen met de aarde omgaan.

De meeste wetenschappers zijn het erover eens dat de opwarming van de aarde, die een ramp kan veroorzaken waarbij Lissabon 1755 kinderspel zal blijken te zijn, mensenwerk is, maar in het geval van het virus ligt dat net iets anders. Als wij ons allemaal zouden gedragen naar bepaalde morele maatstaven, zouden ons dan alle virussen bespaard blijven, om nog maar te zwijgen van andere dodelijke ziekten? Mij lijkt dat twijfelachtig.

De gedachte dat blind toeval of noodlot, hoe je het ook wilt noemen, de oorzaak is van de rampspoed die ons treft, blijft onaantrekkelijk en is ook een van de redenen dat samenzweringstheorieën juist in tijden van een plaag zo populair zijn. De natuurramp is een symptoom van het kwaad, kun je zeggen, en waar het kwaad opduikt is er de behoefte een vermeende dader aan te wijzen en uiteraard te bestraffen. Zo wordt de natuurramp al snel een metaforische straf, voortkomend uit ons kwade geweten.

Het menselijke kwaad begint met bepaalde metaforen, met taal in elk geval, waarmee een ander ontmenselijkt wordt. Over dat kwaad schreef de strafrechtswetenschapper en filosoof Klaas Rozemond Het menselijke kwaad, waarin hij aan de hand van Eichmann en zijn proces in Jeruzalem in 1961, leunend op Hannah Arendt (1906-1975) en haar boek Eichmann in Jeruzalem én op haar critici, probeert te definiëren wat dat kwaad is, in juridische en in morele zin.

Een juridisch probleem van het berechten van oorlogsmisdadigers na 1945 was de vraag hoe je mensen diende te bestraffen die zich hielden aan de wetten en orders van de staat waarin zij leefden. De oorlogsmisdadigers van Het Derde Rijk volgden bevelen op, dat was in veel gevallen ook hun excuus, en zelfs zij die bevelen gaven, veinsden bevelen op te volgen, bijvoorbeeld Eichmann, of beweerden niet te weten wat de consequenties waren van hun daden, bijvoorbeeld Gemmeker, de commandant van Westerbork.

Eens te meer bleek dat gezagsgetrouwheid geen garantie is voor moreel juist handelen, ook niet voor juridisch juist handelen. Er zijn nadien internationale wetten gekomen om de uitspatting van een staat die ongegeneerd voor God gaat spelen in te dammen en zo pakweg een Vierde Rijk te voorkomen. Of dat altijd lukt, denkend aan onder andere Cambodja, Rwanda en het voormalig Joegoslavië, is de vraag, maar ongetwijfeld zijn die wetten en het Internationale Gerechtshof in Den Haag beter dan niets.

Rozemond stelt dat een moraal universeel moet zijn, anders dreigt altijd weer het gevaar van een quasi-moraal, waarbij geldt, goed is wat goed is voor mij en de mijnen en slecht voor mijn vijanden. Precies dat was de moraal van de nazi’s. Maar ook om praktische of opportunistische redenen kan dit geen moraal worden genoemd; zoals ik mijn vijanden behandel, zal ik allicht morgen worden behandeld. De quasi-moraal gaat uit van het recht van de sterksten, waarbij de uitkomst onvermijdelijk zal zijn: een strijd van velen tegen vele anderen.

Rozemond komt, wederom met dank aan Arendt, tot het begrip overbodigheid als een essentie van het kwaad. Wie meent dat een ander overbodig is, brengt het kwaad in praktijk. Wie al te onnadenkend meent dat een bejaarde geen toegang meer zou mogen hebben tot de intensive care, en hier en daar zijn luidruchtige lieden deze opvatting toegedaan, geeft aan te weten wie de overbodige mensen zijn. Is een 90-jarige per definitie overbodiger dan een 40-jarige? Ik denk het niet. De keuzen die artsen moeten maken zijn precair en dienen ook precair te blijven; voor je het weet ben je overbodige mensen aan het opruimen.

En er is een ander aspect van het kwaad dat Rozemond aanstipt. De gedachte dat strijd tussen klassen, etnische groepen of volkeren onvermijdelijk is. Zeker, waar mensen in groepen leven, en dat doen ze bijna altijd, is competitie onvermijdelijk, en zodra die competitie wordt georganiseerd langs etnische lijnen, of als strijd tussen klassen of volkeren is het morele verval begonnen. Mijn groep kan alleen ‘nodig’ zijn door een andere groep ‘overbodig’, ‘minderwaardig’ of ‘onwenselijk’ te verklaren, of uit te roepen tot het kwaad. Moreel verval ligt dus altijd op de loer, maar het in- en doorzetten van dat verval kan met goede wil en een beetje geluk worden voorkomen.

Het kwaad is vrijwel altijd vermomd als een strijd tegen het kwaad, wat iedereen zou moeten doen beseffen het kwaad eerst in zichzelf te zoeken, juist ook als men het goede meent te doen. Daarom moet elke straf die wij uitdelen beschouwd worden als een nederlaag voor alle betrokkenen, geen reden om te juichen. Het vernederen en uitstoten van mensen, ook van hen die zelf vernederd en uitgestoten hebben, is wederom mensen aanwijzen als overbodigen. Enkele uitzonderingen daargelaten verdienen mensen een tweede, derde of vierde kans.

En ja, Nietzsche (1844-1900) herinnert ons eraan in De genealogie van de moraal dat wij het onderscheid tussen goed en kwaad, waaruit de moraal is voortgekomen, nooit helemaal onbekommerd kunnen omarmen, dat die moraal ook een voortzetting is van de strijd die slechts met andere wapens wordt gevoerd. Zo schrijft hij dat het de Joden zijn geweest die de ‘aristocratische waardevergelijking’ (het sterke is het goede) hebben ontmanteld en de wereld hebben opgezadeld met de gedachte dat alleen de ongelukkigen de goeden zijn, ‘alleen de armen, de machtelozen, geringen zijn de goeden; de lijdenden, behoeftigen, zieken en lelijken zijn ook de enige vromen, de enige godzaligen.’

Oftewel, ook onze moraal, die uit de joods-christelijke cultuur is voortgekomen, een noodzakelijke moraal, herbergt het risico van het kwaad in zich, omdat de quasi-moraal van de sterkste is de beste gewoon kan worden omgedraaid: ik ben de beste en de sterkste, omdat ik de zwakste, de geringste ben.

Een wereld zonder kwaad is niet alleen ondenkbaar, pogingen het kwaad volledig uit te roeien, de wereld ervan te zuiveren hebben tot de grootste misdaden geleid. Wie het kwaad bestrijdt, en wie doet dat niet, moet voor ogen houden dat zelfs het kwaad niet geheel overbodig is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden