recensie Mark Knopfler

Wie Mark Knopfler nog eens los wilde zien gaan, was aan het verkeerde adres ★★☆☆☆

Knopfler improviseerde in de Ziggo Dome geen enkele noot en soleerde nauwelijks. 

Zanger/gitarist Mark Knopfler in een uitverkocht Ziggo Dome. Beeld Ben Houdijk

Het is er de tijd van het jaar voor: grote rockartiesten die grote tournees doen door Europa. Voor de grote festivals en stadions. In Nederland zagen we de laatste weken al Metallica, Fleetwood Mac, The Cure en Phil Collins voorbijtrekken en, iets kleiner behuisd, Elton John en The Eagles. Wat je van al deze rockdinosaurussen ook vindt, ze leverden waar het publiek voor komt: een met veel hits doorspekt carrièreoverzicht.

Mark Knopfler niet. Hoewel hij zondag in een uitverkochte Ziggo Dome in Amsterdam niet voorbijging aan die jaren (1978-1995) dat hij met Dire Straits een van de grootste rockbands op aarde vormde, bleef hij ver weg van de grootste hits.

Mark Knopfler doet namelijk al jaren vooral waar hij zelf zin in heeft. Agenten en boekers kunnen nog zo enthousiast met dollarbiljetten zwaaien om Dire Straits weer bijeen te krijgen. Knopler gaat liever met zijn ieder jaar groter wordende begeleidingsband (dit keer bestaande uit tien man) de wat kleinere arena’s af om liedjes te spelen waar hij zelf zin in heeft.

Geen Sultans of Swing dus in de Ziggo Dome, waar swingen sowieso uit den boze leek. Wat Knopfler met zijn band voorschotelde klonk verzorgd en tot op de miniseconde ingestudeerd.

Zonder Sultans of Swing viel natuurlijk best te leven, als daar wat stevigs tegenover stond. Op papier wel. Knopfler had met Once upon a Time in the West (1979) en Romeo and Juliet (1980) twee wat trage maar sterke liedjes uit de Dire Straits-catalogus gekozen, en speelde ze vroeg in de set. Maar wie zich de liveversies van die nummers nog herinnert van het klassieke Dire Straits live-album Alchemy (1984), hoorde nu toch echt een andere Mark Knopfler.

Sultans of Swing

De eerste hit van Dire Straits is nog altijd hun bekendste. Sultans of Swing was in 1978 het eerste dat we van de Britse band van zanger en gitarist Mark Knopfler hoorden. Het begin ook van een triomftocht die de band in 1992 zelfs tot de Kuip voerde. Niet één maar vier avonden verkocht de band het stadion uit. Knopfler zou zich daarna als solo-artiest profileren en weigerde ieder lucratief reünie-aanbod.

Of we Sultans of Swing nog live zullen horen valt nog te bezien. Knopfler speelt het niet tijdens zijn huidige, mogelijk laatste tournee. Jammer want het is net als bijvoorbeeld Africa van Toto (1982) en Everywhere van Fleetwood Mac (1987) zo’n liedje dat het juist nu heel goed doet bij de jongere generaties popliefhebbers.

Iemand voor wie er niks meer op het spel stond. Die geen enkele noot improviseerde, nauwelijks soleerde en ieder gaatje door die echt veel te grote band liet opvullen.

Toen hij er na een half uurtje maar even bij ging zitten, vertelde hij dat hij wel eens had overwogen er mee op te houden. Maar, bijna 70 jaar oud kon hij niks anders. Dus ging hij, wellicht voor het laatst, toch maar weer de boer op. Ach, hij had weer een plaat gemaakt, Down the Road Wherever (2018) en daar hoort nu eenmaal een tournee bij.

Niet dat hij dáár nu zo veel van wilde laten horen. Nee, tijdens de wat potsierlijk tot An Evening with Mark Knopfler gedoopte tournee speelde hij er maar twee liedjes van. Wat hij in de twee uur dat zijn ‘avond’ duurde wél wilde, werd niet helemaal duidelijk.

Zijn keuze viel nadrukkelijk op liedjes die niet al te inspanning vereisten. Veel trage, wat slepende nummers als Sailing to Philadelphia en Heart Full of Holes of liedjes waar zijn eigen gitaarspel en wat nuffige zang kon verdwijnen in het forse bandgeluid.

Best lekker, zo’n stukje Keltische dansmuziek in Done with Bonaparte, maar in veel nummers, zoals in de finale Speedway at Nazareth, werd zijn bijdrage bijna weggedrukt door die tien man met hun, zoals Knopfler zei, ‘achtenveertig instrumenten’.

Natuurlijk kwam de goedgemutste bandleider nog terug. Het publiek was inmiddels gaan staan (nooit zag je een volle Ziggo Dome zo laat uit de stoelen rijzen) en kreeg nog een paar liedjes van het Dire Straits-album dat niet het beste was maar, wel het succesvolste: Brothers in Arms (1985). Even knetterde Knopflers gitaar in Money for Nothing, maar dat was te weinig voor een vuurtje.

Graag hadden we Mark Knopfler nog één keer zien ontsnappen met een solo van een minuut of vijf. Dat bloemrijke geluid van die mooie rode Fender, toe nou Mark, kom eens even los. Nee, hij vertikte het.

Mark Knopfler 

★★☆☆☆

 23/6, Ziggo Dome, Amsterdam

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden