BeschouwingLiteratuur

Wie Ischa Meijer wil begrijpen, moet zijn boeken lezen

Beeld Martyn F. Overweel

Een kwarteeuw na zijn dood wordt Ischa Meijer vooral nog – terecht – geroemd om zijn interviews. Maar wie de man wil begrijpen, moet zijn boeken lezen.

Toen Ischa Meijer overleed – op 14 februari 1995, op zijn 52ste verjaardag – was hij wereldberoemd in Amsterdam. Iedereen kende hem als ‘genadeloos’ interviewer voor de krant, de radio en, de laatste jaren, op de televisie. Al zijn stadgenoten volgden zijn voetsporen in ‘De Dikke Man’, zijn dagelijkse column in de rechterstrook op pagina drie van Het Parool, stiefelend en schmierend door de straten, langs het koffiehuis en de cafés waar hij De Geliefde Collega, De Kleine Kale Uitgever of Het Ene Erg Lieve Meisje ontmoette.

De dood van Ischa was een geweldige schok. Op zijn begrafenis op Zorgvlied waren meer dan 1.500 mensen, onder wie verscheidene vrouwen die zich aan zijn kist zijn weduwe waanden. Zijn laatste vrouw, Connie Palmen, misschien wel de eerste met wie hij zijn leven echt deelde – ‘Mijn man is dood’, stond boven haar rouwadvertentie – nam in 1998 afscheid van hem in een pijnlijk intieme roman: I.M. De letters van de titel vormen zowel de initialen van haar man als de eerste letters van de woorden ‘In Memoriam’.

Niemand zou van al die aandacht zo hebben gesmuld als de dode. Hij wilde dat ieders oog op hem was gericht. Ischa had slordig geleefd, zich vastgeklampt aan geliefden en die ook zonder scrupules weer laten vallen als een baksteen. Hij was een meesterlijke verleider, charmant, luidruchtig, maar kwetste van wie hij hield. ‘Ik heb mijn vriendinnen vernederd, getrapt en gestraft, verongelijkt als ik meestal was door hun zorgzaamheid en liefde.’

Uit de verhalen van vrienden, familie en vrouwen die Gijs Groenteman treffend en zonder commentaar optekende in Ischa – Groenteman deed dat al bij de tiende sterfdag, nu is een herdruk verschenen die is aangevuld met het interview met Jessica, Ischa’s dochter wier moeder hij verliet toen ze vier maanden zwanger was – blijkt dat zijn leven één lange vlucht was. Ischa liet een spoor van vernieling na.

De herdruk van Ischa – Verhalen van vrienden, familie en vrouwen.Beeld Prometheus

Van zijn turbulente leven bestaat nu nog wel een beeld, dat de biografie van Ischa Meijer waaraan Annet Mooij momenteel werkt vast nog zal aanscherpen. En misschien zelfs doen kantelen. Maar wat is een kwarteeuw na zijn dood zijn literaire werk nog waard?

Ischa wordt nog altijd geroemd om zijn interviews – en dat is niet ten onrechte. Hij leerde het vak bij de Haagse Post en kwam tot volle bloei bij Vrij Nederland, waar zijn interviews tussen aanhalingstekens openen en sluiten schijnbaar in één stroom uit de mond van de geïnterviewde kwamen, een stijlvorm die de door hem bewonderde journalist Willem Wittkampf min of meer had uitgevonden.

De hoogbejaarde Annie M.G. Schmidt, die Ischa als theaterrecensent ooit had vervloekt en een terrorist genoemd, daagde hij voor de rollende camera’s uit haar ware aard te onthullen. De koningin van de kinderliteratuur omschreef zichzelf spottend als een ‘bemoste boomstam’. Dat interview is tot op de dag van vandaag verplichte kost voor alle studenten aan de School voor Journalistiek.

Zijn interviews bevatten steevast intieme confessies. Als vragensteller had hij veel opgestoken van de jarenlange psychoanalyse bij Louis Tas waaraan hij zich had onderworpen. Ischa zag er niet tegenop om zich als zieledokter een weg te boren naar de trauma’s van de jeugd van zijn gesprekspartner. Hij dwong ze, zwetend op Freuds sofa, het geheim van hun leven te openbaren.

Zelfs zijn interviews waren autobiografisch. Hij zette mensen met zijn vragen op het spoor van zijn eigen trauma’s. Zijn gesprekspartners zaten op een bepaalde manier alleen maar in de weg, dienden als decorstukken voor zijn toneelstuk. Na de televisie-uitzendingen placht hij de geïnterviewde te vragen: ‘En, hoe vond je me?’

Het geheim van zijn leven 

Als je het mij vraagt, is het belangrijkste wat Ischa heeft geschreven zijn literaire debuut uit 1974: Brief aan mijn moeder. Ter gelegenheid van zijn 25ste sterfdag heeft zijn Kleine Kale Uitgever het debuut in één bundel herdrukt met de rammelende roman Een rabbijn in de tropen – Ischa’s ouders emigreerden niet lang na de oorlog plotseling naar Suriname uit angst voor ‘de Russen’ – en Hoeren, een navrant-genante, uit eigen treurige ervaring stammende reportage van een week uit het leven van een hoerenloper.

Connie Palmen schreef een mooi voorwoord bij de bundel Zó, en niet anders, waarin zij het schrijven van Brief aan mijn moeder ‘een daad van ongehoorde moed’ noemde. En dat was het ook: Ischa overwon zijn schaamte en wanhoop en onthulde in zijn debuut het geheim van zijn leven. Hij had daar, met een knipoog naar Kafka’s Brief an den Vater, een mooie vorm voor gevonden: een openhartige, inlevende brief aan zijn moeder die hij in werkelijkheid nooit had durven versturen. Openingszin: ‘Moeder, het kost moeite mij tot U te richten; ik kan me niet herinneren dat er tussen ons een vertrouwelijke band heeft bestaan.’

Beeld Prometheus

In het boek – in de eerste druk slechts 99 bladzijden dik – probeerde Ischa zich voor te stellen wat zijn moeder, Liesje Voet, als geassimileerd Joods meisje eigenlijk had aangetrokken in Ischa’s vader, Jaap Meijer, een ongeschoren orthodoxe Jood uit Groningen die ze eigenlijk vies vond. Wat zijn ouders ertoe had gedreven tijdens de bezetting niet onder te duiken, in 1943 een kind te nemen en dat Israël Chajiem te noemen, ‘Israël leeft’.

Ischa was als baby van 4 maanden met zijn ouders uit Amsterdam afgevoerd naar Bergen-Belsen. Als door een wonder overleefden vader, moeder en kind het concentratiekamp. Het gezin werd bevrijd, zoals dat heet, maar de oorlog bleef in hen zitten. Het trauma woekerde voort als een tumor. Thuis mocht niet over de oorlog worden gepraat. Gevoelens werden onderdrukt. Spreken was verraad.

Ischa’s vader, een erudiet historicus en begaafd querulant, leverde dagelijks intellectuele strijd met zijn oudste zoon, vernederde en beschimpte hem. Zijn moeder bleef koel en onaangedaan toekijken bij de mentale mishandeling. Of stelde ijskoud vast: ‘Jij bent een miskraam.’

Al jong verliet Ischa het ouderlijk huis en werd daarna nog maar zelden binnengelaten. In feite werd hij door zijn ouders verstoten. Hij portretteert dat proces pijnlijk scherp, maar is ook voor zichzelf genadeloos. In de laatste regel van de brief neemt hij afscheid van zijn moeder en in dat afscheid klinken zijn wanhoop en hunkering naar liefde en erkenning door: ‘Zó, door iets voor U te voelen, door U tenminste te voelen, wil ik U verliezen – en niet anders.’

Marreke Prins, een van Ischa’s vele vriendinnen, vertelde Gijs Groenteman dat Ischa op een avond achter zijn typemachine zat, omringd door vellen papier. ‘Ik kom binnen, hij zegt: ‘Het boek is af.’ Hij pakt de telefoon en belt zijn vader: ‘Vader, ik heb een boek geschreven.’

Waarop zijn vader vraagt: ‘Hoe heet het?’

Brief aan mijn moeder.’

‘Wij zijn niet geïnteresseerd’, zegt zijn vader en hangt weer op.’

Foto van Ischa Meijer en zijn moeder, circa 1947, meer dan dertig jaar later door Ischa zelf verscheurd. Beeld Collectie Jenny Arean

Hoewel zijn ouders natuurlijk de enige échte geadresseerden van zijn brief waren, was de publicatie belangrijk voor veel lezers. In 1974 heerste nog een onheilspellende stilte over het leed dat tijdens en na de oorlog niet alleen Joodse slachtoffers, maar ook hun kinderen was aangedaan. Ischa doorbrak het zwijgen en de schaamte.

‘Het kamp is dóórgezet’

Journalist Ronit Palache stelde voor de onvolprezen Privé-domeinreeks van De Arbeiderspers een vuistdikke bloemlezing samen uit ‘het Joodse element’ Ischa’s werk onder de raillerende titel Ik heb niets tegen antisemieten, ik lééf ervan. Palache stelt dat ‘een hele Joodse generatie’ zich herkende in Brief aan mijn moeder.

De bloemlezing bestaat uit herinneringen, brieven, gedichten, reportages – de eerste al uit 1960, van een reis naar Israël – Dikke Mannen, toneelteksten van en over ‘Izzie M’, lezingen, interviews met Joden onder de titel ‘Op de keppel beschouwd’ en een interview met hem, een collage op de wijze van Ischa zelf. Zelfs de opmerkelijk milde grafrede voor zijn vader staat erin.

Al die stukken maken duidelijk dat ná de oorlog voor Ischa nooit heeft bestaan. ‘Het kamp is dóórgezet’, schreef hij aan Geert van Oorschot, ‘tot in de kleinste finesses, bij ons thuis, door mijn ouders, ook in hun kijk, beleving, van de maatschappij: één groot Lager.’

Beeld De Arbeiderspers

In zijn werk zal Ischa heel af en toe hebben kunnen onderduiken. In het gedicht ‘Victorieplein’ – waar het gezin Meijer na de oorlog korte tijd woonde, voor het plotseling naar Suriname vluchtte – keert hij in de verbeelding terug naar een tijd waar alles nog ten goede gekeerd had kunnen worden. Hij verlangde naar iemand die nooit kon bestaan: ‘Een jongetje dat alles goed zou maken.’

Het sterkste stuk uit de bloemlezing is de Keefmanlezing, waarin Ischa zichzelf op de sofa legt en zijn wantrouwen tegen ‘grote mensen’ analyseert, die zich aanvankelijk uitte in een virulente haat jegens zijn ouders, onverbrekelijk gekoppeld aan hevige liefde. Toen hij eenmaal volwassen was, richtten de haat en liefde zich tegen zijn geliefden en uiteindelijk, het meest virulent, tegen zichzelf. Hij vond zichzelf ‘een wangedrocht’ en verlangde naar zichzelf als zuigeling. ‘Achteraf zeg ik: naar de zuivere essentie van mijzelf; een kind dat achter prikkeldraad ligt.’

Het is natuurlijk toeval, maar wel een treffend toeval, dat Ischa twee weken nadat de erfenis van zijn ouders was afgewikkeld, zelf stierf. Hij had degenen voor wie hij werkelijk schreef verloren. Zijn ouders zouden nooit meer alles goed kunnen maken door zijn bestaan te erkennen en prijzen.

Lang niet al Ischa’s literaire werk is even goed. Veel lijkt te haastig te zijn opgetekend, als stukken die hij van zich afgooide op de vlucht. Zijn columns en toneelteksten zijn nogal eens larmoyant, egomaan, schreeuwerig – precies zoals hij was in het theater van zijn leven. Ischa was geen stilistisch wonder. Zijn zinnen zijn slechts bij uitzondering subtiel of fijntjes; die geheimtaal beheerste hij nauwelijks.

Maar Brief aan mijn moeder, het gedicht ‘Victorieplein’ en de Keefmanlezing maken indruk door de ruwe authenticiteit, de gruwelijkheid en het lef. Daarin galmt, 25 jaar na zijn dood, Ischa’s huiveringwekkende schreeuw om liefde en aandacht nog na.

Gijs Groenteman: Ischa – Verhalen van vrienden, familie en vrouwen 
Prometheus; 256 pagina’s; € 18,99.

Ischa Meijer: Zó, en niet anders 
Met een voorwoord van Connie Palmen. Prometheus; 328 pagina’s; € 24,99.

Ischa Meijer: Ik heb niets tegen antisemieten, ik lééf ervan
Samengesteld en ingeleid door Ronit Palache. De Arbeiderspers; 540 pagina’s; € 28,50. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden