Wie is Annie Warhol?

Is dit vrouwelijke universum nu werkelijk heel anders dan een ‘gewoon’ overzicht van de naoorlogse kunst? En zo ja, waar zit hem dat andere dan in?

Ariejan Korteweg

Dat zijn de vragen die worden opgeroepen door elles@centrepompidou. Aan de expositie ligt een simpel idee ten grondslag: maak een keuze uit de eigen collectie van het museum, maar dan met louter werk van vrouwen. Niet om te laten zien dat vrouwen wezenlijk andere kunst maken dan mannen. Eerder het omgekeerde: Elles wil de balans opmaken. Wat dragen vrouwen bij aan de hedendaagse kunst?

‘Jacqueline Pollock’, ‘Annie Warhol’, ‘Francine Bacon’, roepen de buttons van meer dan een meter doorsnee bij de ingang. Het werk van Agnès Thurnauer drukt je met de neus op de feiten: beroemde kunstenaars zijn doorgaans mannen. En binnen peperen de Guerrilla Girls je dat op meer militante manier nog eens in: ‘Minder dan 3 procent van de kunstwerken in musea voor moderne kunst zijn gemaakt door vrouwen’, zegt hun affiche. ‘Maar 83 procent van de afgebeelde naakten zijn vrouwelijk.’

Een ander statement wordt gemaakt door Niki de Saint Phalle. Haar meer dan levensgrote moederfiguur heeft schaamhaar als dropveters, koestert soldaten aan haar borst, heeft heupen als een merrie maar een hoofd kleiner dan een tennisbal, en ook nog krulspelden in het haar.

Met die uitgesproken opvattingen over de positie van de vrouw vers in gedachten treed je het vervolg van de tentoonstelling tegemoet. Pompidou, een museum dat met recente solotentoonstellingen van Sophie Calle, Annette Messager en Louise Bourgeois de vrouwen toch al niet vergeet, pakt enorm uit. Meer dan vijfhonderd werken worden getoond, verdeeld over grote delen van de vierde en vijfde verdieping. Die werken zijn verdeeld in een reeks hoofdstukken, die soms heel praktisch zijn (‘pioniers’, ‘elles@design’), soms sociaal-maatschappelijk (‘een kamer voor jezelf’), en dan weer kunsthistorisch (‘eccentric abstraction’, ‘corps slogan’).

Her en der zijn daarin hoekjes te vinden die misschien als typisch vrouwelijk kunnen worden aangemerkt. De aandacht voor interieuren bijvoorbeeld zou daaronder kunnen vallen, en de zaal met gebreide en geborduurde kunst. Maar dat is bijvangst.

Veel sterker dringt zich de grote aandacht voor fysiek vertoon op. Bij performancekunstenaars als Marina Abramovic, die in de video Art Must Be Beautiful met geweld haar mooie lange haar kamt en borstelt, verwacht je niet anders. Een krachtig ruimtelijk voorbeeld is La Rolateuse van Marie-Ange Guilleminot: een bloederige klomp met min of meer vrouwelijke vormen hangt aan een rekstok die van tijd tot tijd in beweging komt. Dan kwakt de klomp tegen het staal met klappen die plaatsvervangende pijn bezorgen.

Op Elles gaat het er soms grimmig aan toe: een naakte vrouw houdt een zojuist ontkopte kip vast; Orlan – in levende lijve met opgestreken kuif en fluorescerende kousen rondparaderend tijdens de voorbezichtiging – toont haar gemutileerde lichaam; elders wordt gecopuleerd of in de branding geheupwiegd met een van prikkeldraad gemaakte hoepel rond het middel, die diepe sporen achterlaat. In een van de projectiezalen laat Eija-Liisa Ahtila op drie schermen zien hoe de wereld van een geestelijk verknipte vrouw er uitziet.

Indrukwekkend is de installatie Corps Étranger van Mona Hatoum. Op de vloer van een witte capsule wordt een reis door het inwendige van het lichaam geprojecteerd. Een cameraatje verkent vagina, darmstelsel, maag terwijl het bloed door de aderen suist. Een intiem werk dat een sterk gevoel van kwetsbaarheid teweegbrengt.

Met die kwetsbaarheid ben je bij vrouwen veilig, zou je denken. Maar de expositie doet je daaraan twijfelen. Er is veel verongelijktheid, veel hardvochtigheid, voor de kunstenaar zelf en voor anderen. ‘De man is een gemankeerde vrouw’, concludeerde Valerie Solanas al in 1971. ‘Hij is gevoelsmatig kreupel.’ De strijdvaardigheid van die woorden keert veelvuldig terug.

Al overheerst op Elles het werk dat ogenschijnlijk niets met vrouw-zijn te maken heeft. ‘Ongelooflijk’, roept de Nederlandse vormgeefster Irma Boom als ze tijdens de voorbezichtiging haar eigen werk ontwaart. ‘Ik had gerekend op twee boeken, ergens in een hoekje. Ze hebben me een hele vitrine gegeven.

Boom deelt haar zaal met vormgeefster Louise Campbell en architecte Zaha Hadid. Zoals zij zijn er veel. Vrouwen die reflecteren op alles om hen heen, maar vooraleerst als kunstenaar, en niet als vrouw. Zoals ook de meeste mannenkunstenaars zich eerder met hun kunst dan met hun man-zijn bezighouden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden