Wie houdt het meestvan Malevitsj?

Hardnekkig weigerden musea de afgelopen jaren in te gaan op de eisen van Clemens Toussaint om werk van de Russische suprematist Malevitsj aan de erven terug te geven....

NA tien jaar was het raak. Het Museum of Modern Art in New York stond een 'Suprematistische Compositie' af en keerde bovendien vijf miljoen dollar uit aan de erven van de Russische kunstenaar Kazimir Malevitsj.

Clemens Toussaint kan meeslepend over zijn queeste vertellen. Het begon in 1989, toen hij op verzoek van de zoon van de Russische kunstenaar El Lissitzky naspeuringen deed in het archief van een vooroorlogse Duitse museumdirecteur, Alexander Dorner.

Toussaint was een jongeman die samen met zijn zwager in Keulen de firma TT Consult had gevestigd. De firma legde zich toe op het bij elkaar brengen van kunstwerken en hun rechtmatige eigenaren. In het archief van Dorner dat in de Harvard universiteit in Boston lag, vond hij niets dat betrekking had op Lissitzky, maar bij het doorsnuffelen van de vergeelde papieren stuitte Toussaint op iets anders. Aantekeningen waaruit bleek dat Dorner de tekeningen en schilderijen van Malevitsj, die hij in 1935 meegenomen had uit Duitsland, in bruikleen aan Amerikaanse musea had gegeven tot 'het moment dat de rechtmatige eigenaar ze opeist en zijn wettig recht erop aantoont'.

Het kostte hem niet veel moeite om zich ervan te vergewissen dat de verwerving van Malevitsj-werk door musea in New York, Boston en Amsterdam omgeven was door raadsels. Waren de musea op rechtmatige wijze in het bezit gekomen van het kostbare werk van de Russische futurist? Toussaint werd gegrepen door het avontuur: hij reisde naar Rusland en vond in een industriestad aan de Wolga Ninel Bykova, de inmiddels bejaarde kleindochter van de Russische kunstenaar. Als zij de andere erfgenamen zou vinden, zo was zijn voorstel, dan zou Toussaint namens hen claims indienen bij westerse musea. De kosten van het onderzoek en de advocaten zou hij voorschieten en mocht de onderneming met succes worden bekroond, dan kreeg hij een deel van de opbrengst.

Ninel Bykova had niets te verliezen en ging gretig op het aanbod in. In 1993 diende Toussaint via een New Yorkse advocaat namens (toen nog) negentien erfgenamen van Malevitsj een claim in bij het Museum of Modern Art. Volgens Toussaint lag al in 1994 een schikking voor het grijpen, maar het nieuws lekte voortijdig uit en de onderhandelingen stokten.

In 1998 nam Toussaint een andere advocaat in de arm, Lawrence Kaye, en deze hervatte de besprekingen met nieuwe energie. Het politieke klimaat was in de tussentijd rijp geworden voor de teruggave van kunstwerken aan de oorspronkelijke eigenaars of hun nazaten.

In Washington hadden 44 landen plechtig beloofd zich in te spannen voor een 'rechtvaardige en eerlijke' oplossing in het geval dat roofkunst in nationaal of museaal bezit was gekomen. Weliswaar had de belofte betrekking op kunst die door de nazi's was geconfisqueerd, maar de uitstraling naar vergelijkbare situaties van politieke overmacht kon niet uitblijven.

En zo, zonder een rechtszaak te voeren, boksten Toussaint en Kaye een schikking voor elkaar. 'Na zes jaar hadden ze het eindelijk begrepen', zei Toussaint triomfantelijk toen hij in juni het nieuws van het akkoord wereldkundig maakte. Hij sprak over een 'nieuwe museumethiek' die als maatstaf zou dienen voor Europa, en dus ook voor Nederland.

Het was een doorbraak, daarin had Toussaint gelijk. Want nadat het MoMa een Malevitsj had afgestaan, volgde in december het Busch-Reisinger museum van de Harvard-universiteit met de teruggave van een schilderij en een tekening. Bij het Stedelijk Museum in Amsterdam viel niet lang daarna een brief in de bus, waarin het Amerikaanse advocatenkantoor van Kaye om een gesprek vraagt over de omvangrijke Malevitsj-collectie van 68 werken.

Het Russisch Museum in St. Petersburg, dat met 101 schilderijen en 40 tekeningen de grootste verzameling van Malevitsj beheert, is nog niet benaderd, hoewel de inlijving van deze collectie meer dan genoeg stof voor twist biedt. In de strijd om de Malevitsj-nalatenschap werpen de diverse betrokkenen en instellingen zich op als beste bewaarder en grootste liefhebber van het werk van de kunstenaar.

Spin in het web van de Malevitsj-zaken is zonder twijfel Toussaint. Hij presenteert zich het liefst als de nobele ridder die uit naam van straatarme nazaten van een geniale kunstenaar het opneemt tegen de hebzuchtige en oneerlijke wereld van de musea. Maar de romantische zoektocht van Toussaint kan ook op een andere manier worden verteld. En wel als een onderneming van een gewiekst zakenman die erfgenamen zoekt en vervolgens een aanval doet op kostbare collecties teneinde daar zelf vele miljoenen aan te verdienen.

Wat er in het contract staat met de erven-Malevitsj - die door vererving en toevoeging van vergeten familieleden in de loop der jaren zijn aangegroeid tot een groep van 31 mensen, zes kleinkinderen en vijfentwintig anderen, woonachtig in acht verschillende landen - weigert Toussaint te vertellen.

'Ik krijg een redelijk aandeel, helemaal niet absurd. De kosten zijn ontzettend hoog. Een Amerikaanse advocaat rekent 500 dollar per uur. Er moest een miljoenenbedrag worden geïnvesteerd. Ik heb financiers bereid gevonden voor deze zeer riskante belegging en mijn eigen kapitaal in de waagschaal gesteld.'

Noemi Mattis-Perelman kent het 'standaard-tarief' van Toussaint, dat hij ook onder ede heeft bevestigd: 50 procent voor hem en 50 procent voor de eigenaar. In haar geval bemiddelde Toussaint, ongevraagd overigens, bij het terugbezorgen van een gestolen schilderij van de Belgische surrealist Magritte. Toussaint vroeg liefst 50 procent van de waarde, ofschoon een gebruikelijk vindersloon maximaal 10 à 15 procent hoort te zijn.

'Ik had 100 duizend dollar aangeboden, maar dat bod wees Toussaint af. Het schilderij werd feitelijk gegijzeld en alleen als ik een losgeld zou betalen van 50 procent, zou de Magritte te voorschijn komen', zegt Mattis-Perelman vanuit haar woonplaats Salt Lake City. In Londen loopt nog steeds een civiele rechtszaak die Toussaint tegen haar aanspande, omdat zij weigerde het 'losgeld' te betalen en via Schotland Yard het gestolen doek in beslag liet nemen om het op die manier weer in bezit te krijgen.

Aanwijzingen voor een twijfelachtige reputatie van Toussaint zullen door het Stedelijk Museum en andere instellingen met belangrijke Malevitsj-verzamelingen graag worden aangegrepen om zich tegen zijn aanval te verweren. In Rusland verschenen de afgelopen weken artikelen in de pers, waarin Toussaint werd gekarakteriseerd als de 'grijze kardinaal', iemand die complotten en machinaties beraamt. 'Een campagne van mijn tegenstanders', meent Toussaint.

Hoe Toussaint ook moge profiteren van zijn speurwerk, het blijft een feit dat hij de rechtmatige erfgenamen van Malevitsj vertegenwoordigt, die zelf als gevolg van de politieke omstandigheden nooit in de gelegenheid waren om hun eventuele erfgoed op te eisen.

Toen het Museum of Modern Art vorig jaar juni de claim van de nazaten van Malevitsj erkende, reageerde het Stedelijk Museum in Amsterdam laconiek. Directeur Rudi Fuchs zei zich niet ongerust te maken, want de verwerving van zijn Malevitsj-collectie was immers heel anders gegaan en volstrekt rechtmatig geweest.

Frank Connors van Harvard, waar sinds 1935 een tekening en een schilderij van Malevitsj werden bewaard, verklaarde dat het besluit van het MoMa 'helemaal niets verandert aan ons standpunt'.

Nog geen half jaar na deze ferme uitspraken, maakte het museum van de Harvard-universiteit bekend dat het de twee Malevitsjen aan de nazaten teruggaf. En minder dan een week na deze aankondiging, lanceerde het Stedelijk Museum een plan om een Malevitsj-stichting op te richten samen met het Russisch Museum in St. Petersburg. Ook andere kunstinstellingen met Malevitsj-collecties waren gevraagd om mee te doen, maar niet het Museum of Modern Art. 'Het MoMa heeft werken afgestaan aan de erven-Malevitsj, zonder met andere musea te overleggen', lichtte een van de betrokkenen de keuze toe.

Die uitleg hadden advocaat Kaye en Toussaint niet nodig om te begrijpen dat het hier om een krachtenbundeling ging van de musea die zich tegen de erven verdedigden. De erven zelf hadden al eerder laten weten dat zij het geld uit de schikkingen niet helemaal voor zichzelf zouden houden, maar daaruit een Malevitsj-stichting wensten te financieren. Hun stichting moest zich bezighouden met serieuze studie naar het werk van hun voorvader en het uitbrengen van een wetenschappelijke oeuvre-catalogus en een biografie. Het impliciete verwijt van de erven, dat de musea al die jaren hadden nagelaten om de kennis over Malevitsj te verdiepen, werd door het Stedelijk met de tegenzet van een eigen stichting gepareerd.

Over en weer bestoken de partijen elkaar sindsdien met beschuldigingen dat ze 'niet echt van Malevitsj houden'. Intussen is nog geen van de twee aangekondigde stichtingen opgericht. Experts zijn niet benaderd, besturen niet aangezocht, laat staan dat de financiering rond is. De stichtingen fungeren voorlopig alleen in de propagandaslag tussen de museumwereld en de erven.

Er is nog een derde Malevitsj-stichting in het spel, maar in tegenstelling tot de twee andere bestaat die wel. Deze club heeft met het touwtrekken om het eigendom van Malevitsj' werk niets te maken, en is in Moskou gevestigd op het zoldertje van de kunsthistorica Galina Demosfenova. 'Wij werken al sinds 1991 aan de uitgave van zijn geschriften', vertelt ze. 'We hebben nauwelijks geld, we doen het als vrijwilligers. Weet u, wij houden meer van Kazimir Malevitsj dan al die anderen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden