Column Eva en Eddy Posthuma de Boer

Wie heeft toch al die woorden bedacht? En wanneer?

Het leven door de ogen van de Posthuma de Boers; elke twee weken een foto uit het rijke naoorlogse archief van vader Eddy, met een tekst van dochter Eva. Vandaag: vragen over taal.

De schrijftafel van Gerard Reve, 2001. Beeld Eddy Posthuma de Boer

‘Gingen de mensen ineens heel veel praten toen de taal ontstond?’, vroeg mijn dochter. Ze probeerde de aandacht af te leiden van het eigenlijke onderwerp van ons gesprek: de 1 voor haar proefwerk Nederlandse grammatica. En voor even lukte dat, dwaalden mijn gedachten af. Ik vind het ontstaan van taal namelijk tamelijk ingewikkeld, of beter gezegd: gekmakend ondoorgrondelijk. Ik maak er de hele dag gebruik van, woorden zijn mijn gereedschap, maar van hun oorsprong weet ik nada. Was het één iemand die aan alle woorden hun definitieve, officiële vorm gaf, of waren het net zoveel mensen als er woorden zijn en is ieder woord schatplichtig aan één individu? Houdt iemand dat bij, bestaat er een boek waarin staat wie welk woord heeft bedacht?

Taal ontwikkelt zich, altijd komen er nieuwe woorden bij, zoals laatst poenie. Van wie komt dat? Van iemand die keek of wees of verlangde naar een poenie, en geen enkel bestaand woord geschikt vond voor dit specifieke lichaamsdeel? En hoe ging dat dan? Begon de criticaster met de eerste letter, de p? Waarom dan de p, klopte die klank het best bij de poenie die nog geen poenie heette? P, p, p, p, ineens volgde er een oe-klank, vraag niet waarom, die volgde gewoon: oe, oe, oe. Dus nu was er poe. Poe, poe, poe. Het was het nog niet. Niet. Nie, poe-nie: poenie!

Al eeuwen buigen wetenschappers, filosofen, schrijvers en andersoortige types zich over de vraag hoe en wanneer taal is ontstaan. Niemand die het zeker weet, de verhalen erover zijn wild. In 1866 verbood het Parijse taalkundige genootschap publicaties over het ontstaan van taal, vanwege de vele uiteenlopende speculaties en het ontbreken van een eenduidige, wetenschappelijk onderbouwde theorie. Ik bedoel maar. Als je gaat googelen kom je vaak de naam Darwin tegen – er zijn mensen die beweren dat de evolutietheorie ook toepasbaar is op taal; allemaal giswerk. Verder surfend tref je Paulien Cornelisse met haar grollen over taal, maar ook daaraan kunnen we weinig werkelijks ophangen. Hemeltergend, vind ik het. Hemeltergend! Dat is toch een prachtwoord? Mag ik degene bedanken die dat heeft bedacht? Nee, dat gaat dus niet.

Mijn dochter vroeg gelukkig niet door, we keerden terug naar de 1 voor Nederlandse grammatica. Daarover had ze te melden dat ik niet moest zeuren, omdat grammatica en spelling totaal overbodig waren. Ze had ergens gelezen dat je woorden net zo goed kunt lezen als de letters door elkaar staan, zolang de eerste en de laatste letter maar op hun plek blijven.

Ik poberede haar tgeen te srkepen maar ze shrecef een sjutke voor me op en er veil geen slepd tessun te kgrjien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden