Beschouwing

Wie heeft de scherpste tong?

Zelfs zijn politieke tegenstanders moesten toegeven dat fameus communistenleider Marcus Bakker hen verbaal de baas was. Bij het verschijnen van Bakkers biografie kiest Jan Tromp, jarenlang politiek verslaggever in Den Haag, de beste politieke debaters uit het televisietijdperk.

Beeld de Volkskrant / originele foto's ANP

Van alles wat men van de politicus als ambachtsman mag vragen ongeschikt voor staalhard liegen, bescheiden toewijding aan de vooruitgang is welsprekendheid niet de geringste eis. Ook in dat opzicht zijn het schrale tijden.


Men moet zich hoeden voor een früher-war-alles-besser, maar verdomd als het niet waar is, het theater van de politiek was twintig, dertig jaar geleden een stuk aantrekkelijker. Het parlement is technocratisch geworden, onder deprimerende fractiediscipline. Er wordt heen en weer geschoven met wijzigingsvoorstelletjes in plaats van meeslepend gecontroleerd. En het Kamerlidmaatschap is niet langer een bestemming, het is een fase, misschien zelfs een oponthoud in een carrière.


Marcus Bakker was 26 jaar Kamerlid voor de Communistische Partij van Nederland (CPN). Hij was een genie in het spreken in het openbaar. Van Agt, oud-minister en premier: 'Veel ministers vooral waren bang van hem.' Wiegel, die in zijn jaren als VVD-leider ook van wanten wist, noemde Bakker vorige week bij de presentatie van diens biografie 'een van de grootste debaters uit 25 jaar parlementaire geschiedenis'.


Bij wijze van kleine hommage bedden we hem in in wat volgens ons de top-5 is van politici naar wie het goed luisteren was, niet om wat ze zeiden, maar om hoe ze vertelden. Waarbij we niet teruggaan tot Troelstra, we beperken ons tot het tv-tijdperk.

Op 1. Marcus Bakker

'Wij willen allemaal een briljante spreker zijn', zuchtte Aantjes eens. 'Dan was je stilletjes jaloers op hem.'


'Eindelijk een redenaar', schreef Godfried Bomans in 1971. Hij vond Bakker een praatjesmaker die in zijn geliefde Rusland vanwege beledigingen aan het adres van ministers en volksvertegenwoordigers al lang onvindbaar zou zijn gemaakt. Maar toch, naar Bakker luisterde je ademloos.


Bomans, destijds: 'Hij voelt bijvoorbeeld instinctief wanneer het een zaal te veel wordt en veegt met één zwaai de aandacht weer schoon. Zijn bezem is de humor. Deze scherts is niet van de fijnste soort en altijd ten koste van een ander, maar hij brengt die feilloos en precies op tijd.'

Beeld ANP

Aantjes: 'Ik kon echt rillen als Marcus Bakker naar de microfoon ging.'


Eind 1981 nam Bakker premier Van Agt te grazen, bij de Algemene Beschouwingen. Van Agt had Kamervoorzitter Dolman laten weten dat hij geen vragen meer wilde beantwoorden. Bakker vanachter het katheder: 'Als de Kamer dit zo maar accepteert, dan betekent het dat zeker de woordvoerders van regeringspartijen zich voortaan op hun knieën op het spreekgestoelte hebben te bewegen als zij de heer minister-president aanspreken (...) Ik weet wel dat als de minister-president zegt 'ik praat niet' hij niet praat. Maar hij hoort hier dan niet te zitten. Dit meen ik in alle ernst. Ik was toch al niet blij, dat hij daar zat. Maar dat is een andere kwestie. Als hij die houding aanneemt van 'ik praat niet', hoort hij daar niet te zitten.'


Uitgever Plien van Albada, vorige week bij de presentatie van de biografie: 'Bij ons thuis waren we niet van de CPN, we waren wel van Marcus Bakker.'

Op 2. Hans Wiegel

Marcus Bakker heeft gewezen op de intuïtieve liefde van Wiegel voor draaiende camera's. Bakker: 'Hij kijkt dan meteen de huiskamer in met die stomme blik van een koe die over de wei staart.' Het neemt niet weg dat Wiegel goud waard is geweest voor de VVD. Zijn peetvader, senator Van Riel, had in 1972 genoteerd wat de VVD nodig had: 'een hyper-intelligente Koekoek' (leider van de Boerenpartij) 'met moreel verantwoordelijkheidsgevoel' die niettemin 'de taal van de massa spreekt'. Wiegel, amper 30, werd in dat jaar lijsttrekker voor de VVD, omdat hij als geen ander de angsten van de burgerman kon verwoorden: het potverteren, de socialisten, de aantasting van de hypotheekrente. De VVD werd een volkspartij.

De historicus Johan van Merriënboer schreef in het Jaarboek Parlementaire Geschiedenis 1999: 'Met eenvoudige taal, ontwapenende humor, oneliners en een enkel argument probeert Wiegel zijn tegenstanders erin te laten tuinen.' Een illustratie? Wiegel: 'Er is een tijd geweest dat we zeiden: gelukkig, de schoorstenen van de fabrieken roken, er is werk. Toen kwam er een periode dat men zei: de schoorstenen roken, het stinkt. Nu is de tijd aangebroken dat we samen aan de slag gaan.'

Beeld ANP

Op 3. Dries van Agt

Hele volksstammen kregen huiduitslag, overwogen emigratie als Van Agt het woord nam. Hij lamenteerde in archaïsche woorden over de last van het politieke ambt. Uit 1979: 'Ik kan drommels goed merken dat ik acht jaar bezig ben in Den Haag ik zal de klokken van het jaar 2000 niet horen luiden.'


Zijn zinnen waren gestileerd, ironisch, apolitiek. Het bezorgde hem een grote populariteit buiten Den Haag. Van Agt zei zelf over zijn stijl: 'Ik weet dat hij markant genoeg is om mensen te épateren, anderen te irriteren. (...) Het bevalt omdat het je profileert.'

Beeld ANP

Op 4. Jan Marijnissen

Hij heeft de SP uit de hoek van het obscure getrokken, hij was geen schreeuwerd, hij overtuigde met zijn stem die aangenaam innemend is.


Lars Duursma, die het schopte tot wereldkampioen debatteren, heeft erop gewezen dat Marijnissen een meester van de metafoor was. Over Balkenende die zijn eigen kabinet feliciteerde: 'Dit soort borstklopperij doet erg denken aan de haan die kraait en zegt: 'Kijk, de zon komt op, en daar heb ik voor gezorgd.'


Mooi, doeltreffend. Ook al was het jatwerk van de Amerikaanse politicus Al Gore: 'George Bush taking credit for the Berlin Wall coming down is like the rooster taking credit for the sunrise.'

Beeld ANP

Op 5. Alexander Pechtold

Zijn voordracht wordt nogal eens getekend door een vermoeid hoe-vaak-moet-ik-het-nog-uitleggen. Toch verdient de D66-leider een plek in de top-5, vanwege bewezen moed. Hij is de enige die consequent Wilders opzoekt en weerspreekt.


Uit een verkiezingsdebat in 2012 over Europa; Wilders had hem, Pechtold, architect genoemd: 'Ik was wethouder in Leiden, later burgemeester in Wageningen, u was politicus in Den Haag, Geert Wilders. U stemde in met Griekenland, u stemde in met de euro, u was de architect van iets waarvoor u nu wegloopt. Ik ben graag degene die verder bouwt aan Europa, mensen niet bang maakt, de problemen oplost en er zeker niet voor wegloopt.' Wilders noemde Pechtold in 2013 'een zielig, miezerig, hypocriet mannetje'. Het klonk als een groot compliment.

Beeld ANP
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden