Wie graan bezit schrijft de wet voor aan wie brood nodig heeft

Blijvende verwondering, steeds anders geformuleerd, is aanstekelijk. Onmogelijkheden die werkelijkheid blijken, roepen die verwondering op. Voor Voltaire, die toch zichzelf met de rede van elke verwondering had verlost, als eindpunt, niet als aanleiding, was Holland een verzameling onmogelijkheden die steeds weer tot nieuwe verwondering leiden....

'Wie graan bezit schrijft steeds de wet voor aan degene die brood nodigheeft Holland lijkt in onze dagen een uitzondering, maar is dat niet.De lotgevallen van deze wereld hebben alles zo op zijn kop gezet dat debewoners van een moeras wier leven in gevaar werd gebracht door de oceaan,waarin ze dreigden te verdrinken, en door de inquisitie, die houtbossenaansleepte om ze te verbranden, naar het andere eind van de wereld togenom de eilanden te veroveren die specerijen voortbrachten waar de rijkentegenwoordig evenveel behoefte aan hebben als de armen aan brood. ().De Hollanders verkopen van alles aan Europa en Azië en bepalen overal deprijs van.'

De Hollanders hebben geen graan? Ze hebben het meeste graan van Europa!Ze kopen en verkopen het, zoals ze alles kopen en verkopen. De Hollander'is altijd bereid om voor geld hulp te bieden aan degenen die meel tekortkomen'. Dat is een fraaie zin. De allermooiste kant van ons koopmanschaplaat de boekhandel zien. Dit is zonder meer schitterend: 'Toen deHollanders die nieuwe behoefte (tot lezen, KF) van de mensheid ontdekten,werden ze de factoor van onze gedachten, zoals ze het al waren van onzewijnen en onze zouten. De eerste de beste Amsterdamse uitgever verdiendezonder te kunnen lezen een miljoen aan een paar Fransen die het in hunhoofd haalden te gaan schrijven.' En zo gaat het door. Bijna alle Hollandseuitgevers blijken schavuiten - Voltaire had veel met hen te doen, wantnogal wat van zijn werk werd in dit land van de geld opleverende tolerantiegedrukt.

Beschaving vindt hij alleen in Den Haag, de diplomatenstad. De fraaiheidvan de hofstad maakt hem haast lyrisch. Helaas, hij beschrijft er weinigvan. Voltaire was geen kijker, maar een schrijver van ideeën. Hij heeftbijna al zijn tijd in zijn kamer doorgebracht, het gekras als de mooistemuziek.

Het meest verwonderde hem en bewonderde hij de burgerrepubliek die dezeven provinciën vormden. In Engeland had hij de democratie zeerbewonderd, zijn ideeën waren er gevormd en geslepen, in Holland zag hijde democratie, samen met tolerantie, in een land dat niet aan grootspraaken grootbouw deed. De menselijke maat van de Hollandse maatschappij encultuur - hij werd er het meest door getroffen, of het moest die kleinheidzijn die zoveel groots had gepresteerd, misschien nog het meest in deopstand tegen de koning van Spanje; in die strijd ziet Voltaire deoorsprong van de gelijkheid die de Nederlandse cultuur volgens hemkenmerkt.

In de biografieën van Voltaire neemt Holland een weinig opvallendeplaats in; ook voor Voltaire is het een transitoland! Toch heeft hij vrijveel over ons land geschreven, maar dat voornamelijk terloops en meestalbeknopt, hij noemt meer dan hij beschrijft. Het lijkt haast onmogelijk -daar is mijn verwondering -, maar al die terloopsheden bijeen leveren eenvrij omvangrijk boek op.

Jan Pieter van der Sterre, die eerder een boek over Boswell in Hollandmaakte, heeft alle vernoemingen van Holland, toevallige opmerkingen erover,ideeën en typeringen ervan met een bijna ontmoedigende vlijtbijeengebracht. Voltaire en de Republiek heet het boek. Hij heeft alleszelf vertaald en ingeleid; drie Nederlandse kenners van de 18de eeuwbelichten aan het slot in korte stukken de receptie van Voltaire in deRepubliek. Alles samen leidt dat tot een hoogst merkwaardig boek, waarinVoltaire zeker (ten onrechte natuurlijk!) een bewijs van Hollandskoopmanschap had gezien.

De oorzaak van de merkwaardigheid is dat een tekst wordt opgenomen alsHolland, Amsterdam of iets anders Nederlands erin voorkomt. (De ondertitelvan het boek, Voltaire over Holland en Hollanders, is verraderlijk.) Somsis het resultaat een broodje met één krent. De teksten, genomen uitbrieven, memoires, historische werken en - schitterend - los werk, vormen samen niet eens een lappendeken. De geest van de schrijver wordt in hetboek versplinterd en ook wat glansloos, want brieven of historiestukkenwaar Holland in voorkomt of een bijrol speelt, horen toevallig niet tot hetbeste dat Voltaire schreef.

Zeker in het brievendeel komt hij ons nog altijd zeer dichtbij, we deleneven in zijn leven, maar wel - door de opzet - in een snipper ervan. Hetboek is in het brievendeel een kalender waarvan de meeste blaadjes zijn zoekgeraakt. Voltaires De eeuw van Lodewijk XIV wordt tot zijnbelangrijkste historische werken gerekend. Maar de stijl fonkelt nietopvallend en het boek bevat meer feiten, zoals het hoort, dan ideeën(waarom we Voltaire nog altijd lezen).

In de door Van der Sterre opgenomen fragmenten krijgen we wel een goedbeeld van het rampjaar 1672 en van de geestkracht die Voltaire zag achterhet Hollandse geworstel om boven te komen. Maar vrij van saaiheid is hetgeheel niet. Voor de stukken over Peter de Grote (hij was nu eenmaal inAmsterdam en Zaandam) geldt hetzelfde. Voltaire is het beste in het vrijschrijven, in zijn brieven bijvoorbeeld, in de kortere essays, vaakbriljante invallen en natuurlijk in dat grootse en geestige Filosofischwoordenboek.

Uit de 230 bladzijden brieven moet men vooral die aan en van Frederikde Grote lezen. Holland is hier nauwelijks van belang. Waar het om gaat isde superieure vleierij waarmee de twee elkaar strelen. Frederik achtVoltaire de grootste geest, Voltaire hem - hij mag het woord van de koningniet ontkennen - de op een na grootste. Dit was Frederiks oordeel overVoltaire, zoals hij dat schreef aan zijn secretaris na zijn eersteontmoeting met de Franse geest:

'Hij is zo welsprekend als Cicero, zo sympathiek als Plinius en zo wijsals Agrippa. Kortom, hij verenigt in zich alle verzamelde kwaliteiten entalenten van drie van de grootste mannen uit de oudheid. Zijn hersens staangeen moment stil en met elke druppel inkt vloeit er een scherpzinnigheiduit zijn pen.'

Toch wilde hij hem later, naar eigen zeggen, alleen maar leegpersen alseen sinaasappel en de schil weggooien, zoals ik hier een paar weken geleden in de bespreking van een recente biografie vermeldde.

In de brieven komen piratendrukken, vervalsingen (men gaf uiterstlibertijnse teksten uit op naam van Voltaire), chantagepogingen vanuitgevers herhaaldelijk ter sprake. Het boekenvak was een boevenvak, denktmen. Het zou veel aan de kwaliteit van het boek hebben bijgedragen als ereen uitvoerig stuk over de 18de-eeuwse Nederlandse uitgeverij en boekhandelin was opgenomen.

Ten slotte: de meest gekunstelde tekst die ik in lange tijd heb gelezenis de eerste alinea van Van der Sterres inleiding. Bijna sloeg ik het boekdicht. Gelukkig net niet. Ik zou een aantal heel aardige teksten hebbengemist.

Jan Pieter van der Sterre (keuze en vertaling): Voltaire en de Republiek- Teksten van Voltaire over Holland en Hollanders Atlas 550 pagina's 39,90 ISBN 90 450 0803 3

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden